Strafrecht overig
Zedenzaak tussen twee minderjarigen (jonger dan 16). Verkrachting, seks met een machteloze, of ontucht? Het…
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 3 juli 2025
ECLI:NL:OGEABES:2025:174 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · 3 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-bonaire-sint-eustatius-en-saba/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeabes-2025-174
Zaakgegevens
Op 3 juli 2025 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Datum uitspraak
- 3 juli 2025
- Datum publicatie
- 22 juli 2026
- Zaaknummer
- 410.00006/24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEABES:2025:174
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Zedenzaak tussen twee minderjarigen (jonger dan 16). Verkrachting, seks met een machteloze, of ontucht? Het Gerecht houdt rekening met niet alleen de jonge leeftijd van beiden, maar ook met de kwetsbaarheid van zowel verdachte als slachtoffer. Het Gerecht komt tot bewezenverklaring van ontucht. Sterk verminderde toerekenbaarheid. Geheel voorwaardelijke jeugddetentie.
Uitspraak
Parketnummer: 410.00006/24
Uitspraak: 3 juli 2025 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de minderjarige verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2008 te Bonaire,
wonende op Bonaire, [adres].
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek op de openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2025. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.M.A. van Lieshout.
De officier van justitie, mr. A. Rienhart-Martis, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een:
-
jeugddetentie voor de duur van zes (6) maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaren, met aftrek van voorarrest;
-
als bijzondere voorwaarde meewerken met de jeugdreclassering.
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht. Ten aanzien van de strafoplegging heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met de bijzondere omstandigheden van deze zaak en de kwetsbaarheid van zowel het slachtoffer als de verdachte.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:
primair:
in de periode van 12 maart 2024 tot en met 13 maart 2024 op het eiland Bonaire, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten zich opzettelijk (en onverhoeds) te positioneren op/aan of tegen het lichaam van [slachtoffer] terwijl zij in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde (te weten een slaap- of sluimertoestand), althans zodanig op bed lag dat zij niet (meteen) in staat was om de handelingen waar te nemen en/of zich af te weren, en/of (vervolgens) te trekken en/of te duwen en/of door gebruikmaking van fysiek overwicht, voornoemde [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit het (onverhoeds) seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], door zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer] te brengen en/of te houden;
subsidiair:
in de periode van 12 maart 2024 tot en met 13 maart 2024 op het eiland Bonaire, [slachtoffer], van wie verdachte wist dat zij in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde (te weten een slaap- of sluimertoestand), zodat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen heeft gepleegd die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer] gebracht en/of te gehouden;
meer subsidiair:
in de periode van 12 maart 2024 tot en met 13 maart 2024 op het eiland Bonaire, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2012, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer];
Voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak van het primair ten laste gelegde (verkrachting) en subsidiair ten laste gelegde (seks met een machteloze)
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte veroordeeld zal worden voor de primair ten laste gelegde verkrachting. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd en niet eerlijk is over hoe het is gegaan. De verdachte heeft het slachtoffer gedwongen seksuele handelingen te ondergaan. Hij wil dit nu verbloemen door te doen voorkomen alsof zij het zelf ook heeft gewild. De verdachte moet tot een ejaculatie zijn gekomen, gelet op de verklaring van het slachtoffer over wit slijm dat uit haar kwam. Zijn verklaring dat hij is gestopt omdat hij een auto hoorde, klopt dus niet. De moeder van het slachtoffer en de zus van verdachte hebben het slachtoffer zien huilen nadat het gebeurd was. Ook dat past bij het scenario van een verkrachting, aldus de officier van justitie.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat tussen het slachtoffer en de verdachte in de nacht van 12 op 13 maart 2024 seksueel contact heeft plaatsgevonden, dat mede bestond uit het binnendringen van het lichaam. De verdachte ontkent dat ook niet. Het gaat om de vraag hoe deze gebeurtenis juridisch gekwalificeerd moet worden: als een verkrachting, seks met een machteloze, of ontucht.
Het slachtoffer zegt in haar verklaringen dat ze ‘het niet wilde’, dat ze hem heeft weggeduwd, en ook dat ze sliep. De verdachte heeft verklaard dat hij naast het slachtoffer op bed is gaan liggen, dat ze zelf haar jurkje omhoog deed, en dat hij zijn penis in haar vagina heeft gebracht.
De beoordeling van deze zaak zou neer kunnen komen op de vraag wie de waarheid spreekt: het slachtoffer of de verdachte. Het Gerecht kijkt echter op een andere manier naar deze zaak.
Zowel de verdachte als het slachtoffer zijn minderjarig; het slachtoffer was 11 toen dit gebeurde, de verdachte 15. Ten aanzien van de verdachte is vastgesteld dat hij een verstandelijke beperking heeft - een IQ van minder dan 70 - en dat hij functioneert op het niveau van een veel jonger kind, ongeveer een kleuter. Met betrekking tot het slachtoffer heeft het Gerecht geen rapportages ontvangen. Het dossier bevat wel aanwijzingen dat ook zij een verstandelijke beperking heeft, of in elk geval kwetsbaar is. Dat maakt dat het Gerecht hun beider verklaringen met de nodige behoedzaamheid beoordeelt.
Daar komt nog bij, dat de verklaring van het slachtoffer weinig duidelijkheid biedt over hoe het nu precies is gegaan, en wat de omstandigheden waren waaronder de penetratie plaatsvond. Zo is niet duidelijk of het slachtoffer echt in slaap was, of op bed lag (‘drumi’ kan immers ook liggen betekenen), en als zij sliep, hoe en wanneer zij wakker is geworden. Evenmin is duidelijk hoe en wanneer het slachtoffer is opgestaan om water te drinken, en of de seksuele handelingen daarmee tot een einde kwamen. Ook de volgorde van de gebeurtenissen wordt op basis van het studioverhoor niet duidelijk.
Het vaststellen van feiten in een zedenzaak is altijd lastig. Maar in een zaak als deze, met dit slachtoffer en deze verdachte, is het extra lastig.
Naast de verklaring van het slachtoffer en de verdachte zijn er verklaringen over de emoties van het slachtoffer na het seksuele contact. Dat zij huilend haar moeder heeft gebeld kan het Gerecht wel vaststellen. Dit zegt echter niets over de juridische kwalificatie van het gebeuren. Een slachtoffer kan ook emotioneel zijn nadat ontucht met haar is gepleegd, ook als hier geen dwang aan te pas kwam.
Er is een medisch onderzoek geweest, waaruit volgt dat het slachtoffer een verse verwonding had aan haar anus. Het Gerecht leidt hieruit af dat de verdachte haar in de anus heeft gepenetreerd. Waarbij het Gerecht veronderstelt dat verdachte dit zelf niet goed wist, maar dacht dat het haar vagina was, aangezien hij zelf spreekt over het penetreren van de vagina. Maar ook hieruit kan niets worden afgeleid over dwang, of over de vraag of zij lag te slapen toen de verdachte haar penetreerde.
Daar komt nog bij, dat opzet bij deze verdachte moeilijk(er) is vast te stellen, vanwege zijn verstandelijke beperking. Het is goed mogelijk dat het slachtoffer de seksuele handelingen niet heeft gewild. Het kan ook zijn dat zij dit op enig moment aan de verdachte duidelijk heeft proberen te maken. Maar dat de verdachte dit ook heeft begrepen, of in elk geval had moeten begrijpen, en desondanks is doorgegaan, dat kan het Gerecht niet vaststellen.
Al met al is Gerecht van oordeel dat het bewijs tekortschiet, of in elk geval onvoldoende overtuigend is, om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting. Voor ontucht met een machteloze geldt hetzelfde. De verdachte wordt daarom van het primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het Gerecht vindt de meer subsidiair ten laste gelegde ontucht wel bewezen. Op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:
in de periode van 12 maart 2024 tot en met 13 maart 2024 op het eiland Bonaire met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2012, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer].
Het Gerecht vindt niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat.
Verder merkt het Gerecht op dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn op Bonaire.
1. Een proces-verbaal van aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 13 maart 2024, voor zover inhoudende de verklaring van [de moeder]:
Mijn dochter is [slachtoffer] geboren op [geboortedatum] 2012. Zij wordt [slachtoffer] genoemd. In de nacht van 12 op 13 maart 2024 was mijn dochter thuis met [verdachte]. Om 00.17 uur werd ik gebeld door mijn dochter die helemaal in paniek was. Thuis vertelde mijn dochter dat [verdachte] met zijn piemel in haar vagina of haar anus was geweest.
2. Een proces-verbaal studioverhoor, in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 3]en [verbalisant 4], voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer]:
Ik ging liggen en toen kwam [verdachte] en begon mij aan te raken. Ik voelde dat hij bezig was met mij. Ook op het moment dat hij zijn ding in mijn bil stak. Hij heeft zijn penis in mijn bil gedaan.
3. Een proces-verbaal verhoor verdachte, in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 13 maart 2024, voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte:
Het meisje waarmee ik gisteren in de slaapkamer was heet [slachtoffer]. Ik ging op bed liggen. Ik ging op haar liggen. Ik was tussen haar benen met een harde piemel. Ik was in de vagina van het meisje.
4. Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek, in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5], voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant:
Op 13 maart 2024 heb ik de dokter ondersteund bij het forensisch onderzoek van slachtoffer [slachtoffer]. Het onderzoek vond plaats in het ziekenhuis. Tijdens het onderzoek bij de anus van slachtoffer [slachtoffer] constateerde de dokter een verse verwonding aan de anus.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 250 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
In dit geval houdt het Gerecht in het bijzonder rekening met de persoon van de verdachte. Zoals hierboven al uiteen is gezet, is bij de verdachte een verstandelijke beperking vastgesteld. De verdachte is kwetsbaar, functioneert op een veel jonger niveau dan zijn leeftijd, leert door gedrag te kopiëren, en zal blijvend begeleiding en steun nodig hebben. De psychiater heeft geadviseerd de verdachte het feit verminderd toe te rekenen. Het Gerecht neemt dit advies over en gaat uit van een sterk verminderde toerekenbaarheid.
Het Gerecht houdt ook rekening met de wijze waarop deze zaak is opgepakt door de hulpverlening, en de mensen om de verdachte heen. De moeder van verdachte heeft direct de ernst van de zaak ingezien en heel adequaat gereageerd. Het was de moeder van de verdachte die er die nacht op aandrong dat ze met het slachtoffer naar het ziekenhuis zouden gaan. Het is ook de moeder van de verdachte geweest die (extra) hulp heeft ingeschakeld. Direct na het feit is de verdachte aangemeld bij MHC, waar hij onder andere seksuele educatie heeft gehad op zijn niveau, met behulp van een vlaggensysteem. De verdachte heeft geleerd te praten over seksualiteit, en grenzen te herkennen en respecteren. Ook hebben zowel de moeder van de verdachte als de verdachte zelf beter inzicht gekregen in de mogelijkheden en de beperkingen van de verdachte, en hoe daarmee om te gaan.
De verdachte zal met het gezin op heel korte termijn in (Europees) Nederland gaan wonen. De moeder heeft dit goed voorbereid, heeft een ondersteunend netwerk in Nederland en heeft zich ook al aangemeld bij de hulpverlening daar. Dit alles zal de kans op recidive aanzienlijk verkleinen.
Ontucht met een 11-jarig meisje is een ernstig feit, wat een slachtoffer flink kan schaden in haar ontwikkeling. Daar is het Gerecht zich van bewust. Maar gelet op de minderjarigheid van de verdachte, de sterk verminderde toerekenbaarheid en de persoonlijke omstandigheden, is het Gerecht van oordeel dat in dit geval kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van 3 maanden.
Het Gerecht ziet geen meerwaarde in het opleggen van bijzondere voorwaarden. De verdachte zal naar Nederland verhuizen, en bovendien is gebleken dat hulpverlening op vrijwillige basis wordt ingezet en afdoende is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 31, 79a, 79i, 79o, 79p en 79q van het Wetboek van Strafrecht BES.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de 3 (drie) maanden;
- beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;
- bepaalt dat de jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal, bijgestaan door mr. S.D. Rodenboog, griffier, en op 3 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.
Direct na het uitspreken van het vonnis heeft de verdachte afstand gedaan van zijn recht om in hoger beroep te gaan.