Strafrecht overig
Onderzoek Draco uitnodiging tot het doen van aangifte, artikel 49 van de Algemee Landsverordening…
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 10 februari 2022
ECLI:NL:OGEAC:2022:381 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 10 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-curacao/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeac-2022-381
Zaakgegevens
Op 10 februari 2022 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 10 februari 2022
- Datum publicatie
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- 820.00006/19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAC:2022:381
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Onderzoek Draco uitnodiging tot het doen van aangifte, artikel 49 van de Algemee Landsverordening landsbelastingen. Feitelijk leidinggeven
Uitspraak
Parketnummer: 820.00006/19
Uitspraak: 10 februari 2022
Tegenspraak
Vonnis van dit gerecht in de strafzaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats],
adres: [adres 1], [woonplaats], [land].
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van
2 november 2020, 11 januari 2021, 7 april 2021, 19 mei 2021, 25, 26, 27 oktober 2021, 23 december 2021 en 10 februari 2022.
Het gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de verdachte en haar raadsvrouw mr. P.A.M. Brandon naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, onder intrekking van de tegen 27 augustus 2020 uitgebrachte dagvaarding, ten laste gelegd dat:
St. Maarten Versatile Consulting & Management B.V.
in de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (meermalen) (telkens) al dan niet opzettelijk, terwijl zij ingevolge de Algemene Landsverordening Landsbelastingen verplicht was
-
tot het binnen een gestelde termijn doen van aangifte Winstbelasting en/of Belasting op Bedrijfsomzetten (Turnover tax) en/of
-
om inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen te verstrekken
dat/deze (telkens) al dan niet opzettelijk niet (binnen de gestelde termijn) en/of onjuist en/of onvolledig heeft gedaan,
immers heeft de rechtspersoon en/of haar mededader(s) (telkens) al dan niet opzettelijk
-
over het jaar/de jaren 2017 en/of 2018 en/of 2019 nagelaten om binnen de gestelde termijn aangifte Belasting op Bedrijfsomzetten te doen; en/of
-
over het jaar/de jaren 2017 en/of 2018 en/of 2019 in het kader van de Belasting op Bedrijfsomzetten een te laag bedrag als bedrijfsomzet aangegeven en/of vermeld; en/of
-
over het jaar/de jaren 2017 en/of 2018 geen definitieve aangifte Winstbelasting gedaan;
en/of
de Inspecteur niet binnen de daarvoor geldende termijn verzocht om een aangiftebiljet uit te reiken,
terwijl daarvan telkens het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel kan ontstaan voor Sint Maarten,
tot het plegen van bovengenoemd(e) strafba(a)r(e) feit(en) zij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft/hebben gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) zij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven.
Voorvragen
Nietigheid dagvaarding
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de inleidende dagvaarding nietig is op de grond dat de tenlastelegging onbegrijpelijk is en niet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De raadsvrouw heeft daartoe gesteld – kort samengevat – dat het aan de verdachte verweten strafbare feit alleen kan worden begaan door de belastingplichtige rechtspersoon, Versatile Consulting & Management B.V. (verder ook: Versatile), die zelf voor dat feit niet wordt vervolgd. Nu de verdachte niet als belastingplichtige kan worden aangemerkt, is niet duidelijk welk verwijt haar wordt gemaakt.
Het gerecht overweegt hieromtrent als volgt.
In de dagvaarding wordt de verdachte verweten zich samen met een of meer anderen schuldig te hebben gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan het door Versatile opzettelijk niet (tijdig), onjuist of onvolledig doen van aangiften Omzetbelasting (hierna ook Turnover Tax/ToT genoemd) en Winstbelasting. De dagvaarding is op dit punt niet onduidelijk of onbegrijpelijk.
Het gaat hier om een zogenaamd kwaliteitsdelict, waarbij Versatile als belastingplichtige de geadresseerde is van de norm. De wettelijke aangifteplicht rust alleen op de rechtspersoon en niet op degene die namens de rechtspersoon de aangifte feitelijk doet of laat doen. Die persoon kan de ten laste gelegde feiten echter wel medeplegen of daaraan feitelijk leidinggeven. Dat laatste wordt de verdachte verweten. Voor de eventuele strafbaarheid van de verdachte is het niet nodig dat ook de rechtspersoon wordt vervolgd als pleger van dit delict.
Het gerecht volgt de raadsvrouw dan ook niet in haar betoog dat de dagvaarding onvoldoende duidelijk is of dat de verdachte daaruit niet kan opmaken wat haar wordt verweten. Het verweer wordt verworpen.
Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd – naar het gerecht begrijpt - dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de verdachte omdat Versatile inmiddels aanslagen heeft ontvangen van de Belastingdienst. Naar de mening van de raadsvrouw genieten die aanslagen, voortvloeiend uit een lex specialis, voorrang boven de vervolging op grond van het strafrecht, als lex generalis, zodat het het openbaar ministerie niet is toegestaan de verdachte verder strafrechtelijk te vervolgen.
Het gerecht overweegt daarover als volgt.
Voor zover de raadsvrouw heeft bedoeld zich te beroepen op het zogeheten una via-beginsel faalt dat beroep. Dit beginsel beoogt te voorkomen dat voor hetzelfde vergrijp zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke punitieve sancties worden opgelegd. Nu uit het betoog van de raadsvrouw niet valt af te leiden dat in dit geval naast de strafprocedure sprake is van (een procedure gericht op) punitieve bestuursrechtelijke sancties is er geen sprake van strijd met het una via-beginsel.
Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat de verdachte strafrechtelijk wordt vervolgd, terwijl tevens aan Versatile (naheffings)aanslagen worden opgelegd.
Ook dit verweer wordt daarom verworpen.
Het gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Gedeeltelijke vrijspraak
In de tenlastelegging wordt de verdachte onder meer verweten feitelijk leiding te hebben gegeven aan het door Versatile over bepaalde perioden in het geheel niet doen van aangiften Omzetbelasting.
Het gerecht heeft in deze procedure ambtshalve de vraag opgeworpen of de in artikel 49 van de Algemene landsverordening landsbelastingen (ALL) voor strafbaarheid vereiste verplichting tot het doen van een aangifte geldt voor iedere belastingplichtige, of slechts voor degene die door de Inspecteur een aangiftebiljet uitgereikt heeft gekregen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het eerste het geval is. Hij beroept zich daarbij op de tekst van artikel 49 ALL, dat strafbaar stelt “degene die ingevolge deze landsverordening” verplicht is tot – kort gezegd – het doen van aangifte, deze aangifte niet, niet binnen de gestelde termijn, onjuist of onvolledig doet. De officier van justitie wijst erop dat artikel 8 lid 3 ALL de belastingplichtige aan wie niet reeds een aangiftebiljet is uitgereikt verplicht om, voor het tijdstip waarop de belasting moet worden betaald, de Inspecteur te verzoeken om een aangiftebiljet uit te reiken. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat, nu de verplichting om om uitreiking van een aangiftebiljet te verzoeken in de ALL is voorzien, iedere belastingplichtige verplicht is aangifte te doen, ofwel omdat hij een aangiftebiljet uitgereikt heeft gekregen, ofwel omdat hij verplicht is om om een aangiftebiljet te verzoeken.
Een andere uitleg van de wet zou volgens de officier van justitie onvoldoende recht doen aan de eigen maatschappelijke context van de Caribische landen van het Koninkrijk in vergelijking met het hoog gereguleerde Nederland waar, zo begrijpt het gerecht het standpunt van de officier van justitie, meer mag worden verwacht van de administratieve systemen van de Belastingdienst dan hier te lande.
Ten slotte stelt de officier van justitie dat het nalaten om de Inspecteur om uitreiking van een aangiftebiljet te verzoeken moet worden gekwalificeerd als het niet verstrekken van inlichtingen, gegevens of – in dit geval – als een aanwijzing, strafbaar gesteld in artikel 49 lid 1 onder b ALL.
De raadsvrouw heeft over dit onderwerp geen standpunt ingenomen.
Het gerecht overweegt als volgt.
Artikel 49 lid 1 ALL stelt strafbaar degene die, ingevolge de ALL verplicht zijnde tot het doen van aangifte, dit niet binnen de gestelde termijn, onjuist of onvolledig doet. Artikel 6 lid 4 ALL bepaalt dat een ieder aan wie een aangiftebiljet is uitgereikt, verplicht is om aangifte te doen.
Blijkens de tekst van de ALL is dus slechts degene aan wie door de Inspecteur een aangiftebiljet is uitgereikt, verplicht om aangifte te doen, en strafbaar indien hij dit niet binnen de gestelde termijn (waaronder ook het in het geheel niet doen van aangifte moet worden verstaan), onjuist of onvolledig doet.
Een andere uitleg van de wet staat ook op gespannen voet met artikel 18 lid 2 ALL, waarin het niet, dan wel niet binnen de wettelijke termijn doen van aangifte (slechts) wordt bedreigd met een bestuurlijke boete van maximaal NAf 2.500,-. Hiermee verdraagt zich niet de redenering van de officier van justitie, die erop neerkomt dat deze zelfde gedraging - dus het niet tijdig doen van aangifte, zonder dat sprake is van uitreiking van een aangiftebiljet - (tevens) zou kwalificeren als misdrijf.
Het gerecht acht het beroep van de officier van justitie op de van de Nederlandse situatie afwijkende maatschappelijke werkelijkheid – wat daar ook van zij - van onvoldoende gewicht om deze door de wetgever gekozen systematiek te doorbreken.
Anders dan de officier van justitie meent, kan het niet vragen om uitreiking van een aangiftebiljet ook niet worden gekwalificeerd als het niet verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen. Ten aanzien van gegevens en inlichtingen bepaalt artikel 40 ALL dat het moet gaan om de verstrekking daarvan op verzoek van de Inspecteur, van welk verzoek in het onderhavige geval niet is gebleken, en ten aanzien van aanwijzingen bepaalt artikel 42 ALL dat het moet gaan om aanwijzingen, gevorderd van een gebruiker van een gebouw of van grond, waarvan in het onderhavige geval evenmin sprake is.
Bovendien zou het standpunt van de officier van justitie erop neerkomen dat – via de band van artikel 49 lid 1 onder b ALL alsnog een verplichting in het leven zou worden geroepen om, zonder dat door de Inspecteur een aangiftebiljet is uitgereikt, aangifte te doen (op straffe van het plegen van een misdrijf), hetgeen, zoals hiervoor overwogen, in strijd is met de systematiek van de ALL.
In de gevallen waarin de belastingplichtige onverplicht een onjuiste/onvolledige aangiften Inkomstenbelasting, Omzetbelasting of Winstbelasting heeft gedaan, wordt dit gelijkgesteld met de situatie waarin wel een aangiftebiljet is uitgereikt en is de verdachte, voor zover zij daaraan feitelijk leiding heeft gegeven, strafbaar.
Het bovenstaande betekent dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de gevallen waarin niet kan worden bewezen dat aan het niet doen van aangifte door Versatile een uitreiking van een aangiftebiljet is voorafgegaan. Dit betreft de maanden februari 2017, maart en november 2018, en januari, februari, mei, juni en juli 2019.
De verdachte zal voorts worden vrijgesproken ten aanzien van de aangiften Omzetbelasting over mei 2017, januari, juli, augustus, september en oktober 2017, januari, juni en oktober 2018 en augustus t/m december 2019.
Over mei 2017 is een hoger bedrag aan omzet opgegeven dan de bewijsbare omzet over die maand.
Over de maanden januari, juli, augustus, september en oktober 2017 heeft het gerecht niet kunnen vaststellen dat door Versatile inkomsten zijn ontvangen, zodat niet kan worden bewezen dat de nihilaangiften over die maanden onjuist of onvolledig zijn.
Over de maanden januari, juni en oktober 2018 is een hoger bedrag aan omzet opgegeven dan de bewijsbare omzet over die maanden.
De aangiften over de maanden augustus t/m december 2019 zijn pas op 17 februari 2020 ingediend, dus buiten de ten laste gelegde periode.
Bewezenverklaring
Het gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande dat:
St. Maarten Versatile Consulting & Management B.V.
in de periode van 1 januari 2017 tot en met 20 juni 2019 in Sint Maarten, meermalen, telkens opzettelijk, terwijl zij ingevolge de Algemene Landsverordening Landsbelastingen verplicht was tot het binnen een gestelde termijn doen van aangifte Winstbelasting en Belasting op Bedrijfsomzetten (Turnover tax), dat telkens opzettelijk niet binnen de gestelde termijn/onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft de rechtspersoon telkens opzettelijk
-
over de maanden maart, april, juni, november en december 2017 en de maanden februari, april, mei, juli, augustus, september en december 2018 en de maanden maart en april 2019 in het kader van de Belasting op Bedrijfsomzetten een te laag bedrag als bedrijfsomzet aangegeven en
-
over de jaren 2017 en 2018 geen definitieve aangifte Winstbelasting gedaan,
terwijl daarvan telkens het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel kon ontstaan
voor Sint Maarten,
aan welke verboden gedragingen zij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, feitelijk leiding heeft gegeven.
Het gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hierna opgenomen bewijsmiddelen zijn vervat. Het gerecht bezigt die bewijsmiddelen, ook in hun onderdelen, telkens slechts ten aanzien van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.
Met betrekking tot de hieronder genoemde processen-verbaal, die zijn opgemaakt door verbalisanten met vermelding van alleen hun codenummer, overweegt het gerecht dat het deze processen-verbaal voor het bewijs gebruikt nu de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten in belangrijke mate steun vindt in de overige (zijnde andersoortige) bewijsmiddelen, door of namens de verdachte niet op enig moment in het geding de wens te kennen is gegeven om deze verbalisanten te horen in verband met het onder nummer verbaliseren en het gerecht de inhoud van deze processen-verbaal betrouwbaar oordeelt.
Aan de bewijsmiddelen voorafgaande overwegingen
Zowel de raadsvrouw als de officier van justitie stellen zich op het standpunt dat de omzet van Versatile moet worden bepaald op basis van de maandelijks binnengekomen betalingen voor concrete leveranties en/of werkzaamheden, en niet op basis van alleen de op de bankrekeningen binnengekomen bedragen.
Nu ingevolge de Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten (LBB) als bedrijfsomzet moet worden aangemerkt het totaal van de vergoedingen dat een ondernemer ontvangt voor de in het kader van zijn onderneming verrichte leveringen van goederen en diensten, acht het gerecht deze benadering juist en zal het deze, nu er geen nadere analyse beschikbaar is van alle overige op de bankrekeningen voorkomende bijschrijvingen, waaruit zou kunnen blijken dat dit steeds belastbare omzet betreft, hierna hanteren.
Daarbij zal, overeenkomstig het systeem van de LBB, dat uitgaat van een maandelijkse aangifteplicht, steeds de over een kalendermaand opgegeven omzet worden vergeleken met de in diezelfde maand bewijsbaar gerealiseerde werkelijke omzet.
Het gerecht verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat betalingen voor materialen voor een bouwbedrijf niet kunnen worden aangemerkt als omzet, omdat deze ten behoeve van de opdrachtgever worden ingekocht. Ingevolge artikel 6 lid 2 LBB behoren alleen bedragen die de ondernemer op naam en voor rekening van zijn afnemer heeft betaald aan een derde, niet tot de bedrijfsomzet. Niet gebleken is dat daarvan in het onderhavige geval sprake is geweest.
Uit het dossier valt te destilleren dat Versatile in de jaren 2017 tot en met 2019 omzet heeft gegenereerd uit de navolgende projecten:
-
Funtime
-
Garage Front street
-
Clean up Irma
-
[project 1]
-
[project 2]
-
Steigerbouw Maho
-
Hotel Adonis/Jordan Village
In de navolgende bewijsmiddelen zal de omvang van die omzet per project worden vastgesteld en worden vergeleken met de gedane aangiften Omzetbelasting.
De bewijsmiddelen
De aangiften Omzetbelasting en Winstbelasting
1. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-159, opgemaakt op 15 juni 2021 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar onder nummer TBO 18044. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:
Uit de systemen van de Belastingdienst komt naar voren dat er vanaf januari 2017 tot en met april 2019 aangiften ToT ten name van Versatile zijn ingediend, met uitzondering van de maanden februari 2017, januari, maart en november 2018 en januari en februari 2019. Een uitdraai uit het systeem van de Belastingdienst is als bijlage bijgevoegd.
(Het gerecht merkt op dat blijkens die bijlage, zoals hieronder zal blijken, ook over de maanden mei, juni en juli 2019 geen aangifte Omzetbelasting is gedaan. Voorts zal hierna blijken dat naar het oordeel van het gerecht over de maand januari 2018 wel aangifte Omzetbelasting is gedaan.)
Uit de systemen van de Belastingdienst komt voorts naar voren dat voor de aangifte Winstbelasting 2017 ten name van Versatile op 27 maart 2018 een voorlopige aangifte is gedaan met een bedrag van 0,00. Op 20 juni 2018 is uitstel verleend voor het doen van definitieve aangifte Winstbelasting over 2017 tot 1 januari 2019. Over het jaar 2018 is op 29 maart 2019 een voorlopige aangifte winstbelasting gedaan met een bedrag van 0,00. Op 17 juni 2019 is uitstel verleend tot 1 januari 2020. Er zijn tot op heden geen definitieve aangiften winstbelasting ten name van Versatile ingediend over de jaren 2017 en 2018.
2. Een geschrift, te weten een als bijlage bij voornoemd proces-verbaal gevoegd overzicht Aangifte- & betalingsgegevens van de Belastingdienst met betrekking tot de Belastingplichtige Versatile. Dit geschrift houdt het volgende in:
2017
Volgens dit overzicht heeft Versatile in de periode van 15 februari 2017 tot en met 12 januari 2018 over alle maanden van dit jaar een nihilaangifte Taxable Turnover (hierna: ToT) gedaan, met uitzondering van de maand februari waarover geen aangifte is gedaan en de maand mei 2017, waarover een omzet van ANG 534.000,- Omzetbelasting is aangegeven, met een corresponderend belastingbedrag van ANG 26.700,-.
2018
Volgens dit overzicht heeft Versatile in de periode van 15 maart 2018 tot en met 15 januari 2019 over de hieronder genoemde maanden aangiften Omzetbelasting gedaan, met uitzondering van de maanden januari, maart en november waarover geen aangifte is gedaan.
Bij pleidooi heeft de raadsvrouw onder meer een aangifte Omzetbelasting over de maand januari 2018 in het geding gebracht.
Nu deze aangifte, blijkens de daarop door de Belastingdienst geplaatste, op 15 maart 2018 gedateerde ontvangststempel, en het op die aangifte voorkomende bedrag aan omzet van ANG 130.506,- ook op voornoemd overzicht staat vermeld, maar dan onder de maand februari 2018, gaat het gerecht ervan uit dat dit een vergissing in het overzicht betreft, en dat Versatile over de maand januari 2018 een omzet heeft aangegeven van 130.506,-. Het gerecht zal het overzicht hieronder aldus gecorrigeerd weergeven.
Tijdvak ToT omzet (in ANG) bedrag belasting (in ANG)
januari130.506,-6.525,30
februari 106.778,- 5.338,90
april nihil 0
mei 52.517,- 2.625,85
juni 20.358,- 1.017,90
juli 10.502,- 525,10
augustus nihil 0
september 71.087,- 3.554,35
oktober 24.936,- 1.246,80
december 167.677,- 8.383,85
2019
Volgens het overzicht heeft Versatile op 20 juni 2019 over de hieronder genoemde maanden aangifte Omzetbelasting (in ANG) gedaan.
maart 136.862,- 6.843,10
april 100.125,- 5.006,25.
De omzet
3. Uit geschriften, te weten de door administratiekantoor DW Accounting verstrekte gegevens van Versatile, verder de boekhouding te noemen, in combinatie met de afschriften van de bankrekeningen van Versatile en overige zich in het dossier bevindende stukken, die hierna afzonderlijk zullen worden aangeduid, blijkt het volgende.
a. Funtime
In de boekhouding staat onder het kopje deposits op 15 maart 2017, 10 april 2017 en
10 mei 2017 achtereenvolgens een betaling van USD 75.000,-, USD 75.000,- en USD 52.000,- genoteerd, de laatste twee onder vermelding van Rouge en Noir office oftewel Funtime. Het gerecht stelt vast dat deze bedragen op respectievelijk 15 maart 2017, 10 april 2017 en 10 mei 2017 zijn gestort op de bankrekening van Versatile.
b. Garage Front Street
In de boekhouding staat onder deposit op 14 juni 2017 een betaling van USD 9.900,- o.v.v. Garage Front Street. Het gerecht stelt vast dat dit bedrag op 14 juni 2017 is gestort op de bankrekening van Versatile.
c. Clean up Irma
Uit werkbriefjes met het opschrift Hurricane Irma clean up blijkt dat Versatile in de periode oktober tot en met november 2017 diverse schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht op Mullet Bay Beach, Kimsha beach en Fresh water Pond voor de overheid. Deze werkbriefjes zijn telkens ondertekend door de daarop als contactpersoon genoemde [betrokkene 1]. Het gerecht stelt vast dat deze werkzaamheden in november en december 2017 door de overheid van Sint Maarten aan Versatile zijn betaald. Dit betrof op 6 november 2017 een bedrag van ANG 237.285,-, op 15 december 2017 een bedrag van ANG 138.832,50 en op 29 december 2017 een bedrag van ANG 179.073,75. Deze laatste betaling betreft blijkens het relaas van de verbalisant TBO 16022 de betaling voor de aangetroffen facturen DOC-591, DOC-592 en DOC-593.
[betrokkene 1] heeft hierover op 20 december 2019 tegenover verbalisanten TBO 16022 en 17054 verklaard. Haar verklaring houdt het volgende in:
De werkers of opzichters kwamen met een urenverantwoording bij mij. Zij vertelden mij waar zij aan hadden gewerkt met betrekking tot de clean up werkzaamheden. Zij gaven mij het aantal werkuren door en de gebruikte materialen. Deze vulde ik dan in op deze werkbriefjes. Deze ingevulde werkbriefjes heb ik na het afronden van de klus op verzoek van [verdachte] ingeleverd bij VROMI. Ik kon niet zien welke factuur van Versatile hiervoor werd opgemaakt of wat er in rekening werd gebracht bij de overheid. Voor zover ik mij kan herinneren heb ik voor 3 of 4 afgeronde projecten de werkbriefjes ingeleverd bij VROMI. De opdracht voor het invullen van de werkbriefjes kwam van [verdachte].
d. [project 1]
In het dossier bevindt zich een offerte van 22 november 2019 van Versatile aan [betrokkene 2] voor de bouw van een pand in Simpson Bay in Sint Maarten. De offerte is voor een totaalbedrag van USD 780.000,-. De offerte is ondertekend door
[verdachte] en ter acceptatie eveneens ondertekend door [betrokkene 2].
In verband met de werkzaamheden voor het huis van [betrokkene 2] is een aantal cheques aangetroffen namelijk:
- een cheque met nummer 820, betaalbaar gesteld aan Versatile op 11 december 2017 op naam van [betrokkene 2] voor een bedrag van USD 270.000,-.
- een cheque met nummer 628, betaalbaar gesteld aan Versatile op 7 februari 2018 op naam van [betrokkene 2] voor een bedrag van USD 179.540,-.
- een cheque met nummer 632, betaalbaar gesteld aan Versatile op 21 maart 2018 op naam van [betrokkene 2] voor een bedrag van USD 179.450,-.
- een cheque met nummer 646, betaalbaar gesteld aan Versatile op 7 augustus 2018 op naam van [betrokkene 2] voor een bedrag van USD 54.450,-.
- een cheque betaalbaar gesteld aan Versatile op 17 september 2018 op naam van [betrokkene 2] voor een bedrag van USD 54.450,-.
In de boekhouding staat bij 11 december 2017 een bedrag van USD 270.00 onder vermelding van Deposit CD ho(use). Dit bedrag (plus een nul en minus de kosten), neerkomend op een bedrag van USD 269.730,-, is op 11 december 2017 is onder vermelding van cheque nummer 820 gestort op de bankrekening van Versatile.
In de boekhouding staat bij 12 februari 2018 vermeld second payment CD ho(use).
Op 7 februari 2018 is een bedrag van USD 179.540,- onder vermelding van chequenummer 628 gestort op de bankrekening van Versatile.
In de boekhouding staat bij 27 maart 2018 vermeld CD third payment. Op 21 maart 2018 is een bedrag van USD 179.450,- onder vermelding van chequenummer 632 gestort op de bankrekening van Versatile.
In de boekhouding staat bij 7 augustus 2018 een bedrag van USD 54.450,- onder vermelding van CD construction. Dit bedrag is op 7 augustus 2018 gestort op de bankrekening van Versatile.
In de boekhouding staat bij 17 september 2018 vermeld een bedrag van USD 54.450,- onder vermelding van CD construction payment. Dit bedrag is op 17 september 2018 onder vermelding van chequenummer 646 gestort op de bankrekening van Versatile.
e. [project 2]
In de boekhouding staat bij 23 maart 2018 een bedrag van USD 20.000,- onder vermelding van [betrokkene 3] house. Dit bedrag is op 23 maart 2018 binnengekomen op de bankrekening van Versatile.
In de boekhouding staat bij 9 april 2018 een bedrag van USD 23.039,50 onder vermelding van [betrokkene 3] home construction.Het gerecht begrijpt dat in de boekhouding per abuis een 0 is vergeten op te nemen en dat het hier betreft de betaling van USD 230.395,- voor [project 2]. Laatstgenoemd bedrag is op 9 april 2018 gestort op de bankrekening van Versatile.
In de boekhouding staat bij 23 mei 2018 een bedrag van USD 30.000,- onder vermelding van [betrokkene 3] construction. Dit bedrag is op 23 mei 2018 gestort op de bankrekening van Versatile.
f. Steigerbouw Maho
In de boekhouding staat bij 22 mei 2018 een bedrag van USD 9.504,- onder vermelding van payment from Maho for building scaffold. Dit bedrag is op 21 mei 2018 gestort op de bankrekening van Versatile.
In de boekhouding staat bij 5 juli 2018 een bedrag van USD 11.800,- onder vermelding van payment from Maho for building scaffolds. Dit bedrag is op 5 juli 2018 gestort op de bankrekening van Versatile.
In de boekhouding staat bij 28 september 2018 een bedrag van USD 8.036,32 onder vermelding van Maho building scaffolds. Dit bedrag is op 28 september 2018 gestort op de bankrekening van Versatile.
g. Hotel Adonis/JordanVillage
Door [betrokkene 4] zijn drie quotations agreements overgelegd. Alle drie de offertes zijn ongedateerd.
De eerste offerte betreft een overeenkomst tussen Frande Real Estate en Versatile voor een bedrag van USD 275.000,-, te betalen in vier termijnen van respectievelijk USD 55.000,-, USD 70.400,-, USD 97.240,- en USD 52.360,-. In het dossier bevinden zich vier met deze termijnen overeenkomende facturen. De termijnen zijn blijkens een handgeschreven aantekening op genoemde offerte betaald.
Het bedrag van de 1ste termijn is op 4 december 2018 gestort op de bankrekening van Versatile. De bijbehorende cheque is betaalbaar gesteld aan Versatile.
Het bedrag van de 2de termijn is op 20 december 2018 onder vermelding van chequenummer 106 gestort op de bankrekening van Versatile. De bijbehorende cheque met nummer 106 is betaalbaar gesteld aan Versatile op 20 december 2018.
De 3de termijn is op 7 januari 2019 gestort op de bankrekening van Versatile. Omdat over deze maand in het geheel geen aangifte Omzetbelasting is gedaan door Versatile, zal het gerecht deze betaling buiten beschouwing laten.
Het bedrag van de 4de termijn is op 22 januari 2019 onder vermelding van chequenummer 115 op de bankrekening van Versatile gestort. Nu Versatile over deze maand geen aangifte Omzetbelasting heeft ingediend, zal het gerecht deze betaling buiten beschouwing laten.
De tweede offerte betreft een overeenkomst tussen Frande Real Estate en Versatile voor een bedrag van USD 225.600,-, te betalen in vier termijnen. De cheque voor de eerste termijn is gedateerd 16 januari 2019, de cheque voor de laatste termijn is gedateerd 14 februari 2019. Nu Versatile over deze twee maanden geen aangifte ToT belasting heeft ingediend en niet gebleken is dat deze betalingen in andere maanden hebben plaatsgevonden, zal het gerecht deze betalingen buiten beschouwing laten.
De derde offerte betreft een overeenkomst tussen Frande Real Estate en Versatile voor een bedrag van USD 1.168.450,-, te betalen in negen termijnen. Blijkens de daarop handgeschreven aantekeningen zijn vijf van deze termijnen betaald. Nu blijkens die aantekeningen van die termijnen alleen de termijn van 1 maart 2019 ad USD 152.250,-, de termijn van 15 maart 2019 ad USD 151.250,-, en de termijn van 29 maart 2019 ad USD 75.000,- + USD 50.000,- (op 29 april 2019) zijn betaald in de maanden maart en april 2019, de enige maanden waarover Versatile in dat jaar aangifte Omzetbelasting heeft gedaan, zal het gerecht alleen deze betalingen tot de omzet rekenen en de overige termijnen buiten beschouwing laten.
Daarnaast heeft [betrokkene 4] nog twee cheques overhandigd met nummers 136 en 145 ten bedrage van respectievelijk USD 125.000,- en UDS 102.250,-. Deze bedragen worden, onder vermelding van diezelfde chequenummers op respectievelijk 1 maart 2019 en 12 maart 2019 gestort op de bankrekening van Versatile.
Door [betrokkene 4] zijn verder nog twee betalingsbewijzen ten gunste van Global Direction Corp aan het opsporingsteam verstuurd. Dit zijn betalingen van respectievelijk 22 maart 2019 voor een bedrag van USD 80.000,- en van 4 april 2019 voor een bedrag van USD 96.250,-. Uit zijn verklaring bij de politie en bij de rechter-commissaris blijkt dat [betrokkene 4] deze bedragen op verzoek van [verdachte] heeft overgemaakt naar bankrekening *6148 op naam van Global Direction in de Verenigde Staten. Een van deze betalingen wordt bovendien bevestigd door de whatsapp-berichten tussen [verdachte] en [betrokkene 5] op 15 maart 2019. Deze houden in dat [betrokkene 5] schrijft dat hij [betrokkene 4] (het gerecht begrijpt: [betrokkene 4]) vandaag ziet en dat hij heeft ingestemd om 80 over te maken. Op 22 maart 2019 krijgt [verdachte] de opdracht van [betrokkene 5] om te kijken of het geld is overgemaakt, hetgeen het geval blijkt te zijn.
Wanneer de door Versatile gedane aangiften Omzetbelasting worden vergeleken met de hierboven vastgestelde omzet levert dat – schematisch weergegeven – het volgende resultaat op
|
Aangifte |
Omzet |
Datum |
Omschrijving |
Te weinig aangegeven |
|
|
2017 |
|||||
|
Januari |
0 |
||||
|
Februari |
X |
||||
|
Maart |
0 |
ANG 135.000,- |
15/3 |
Funtime |
ANG 135.000,- |
|
April |
0 |
ANG 135.000,- |
10/4 |
Funtime |
ANG 135.000,- |
|
Mei |
ANG 534.000,- |
ANG 93.600,- |
10/5 |
Funtime |
- |
|
Juni |
0 |
ANG 17.820,- |
14/6 |
Garage Frontstreet |
ANG 17.820,- |
|
Juli |
0 |
||||
|
Augustus |
0 |
||||
|
September |
0 |
||||
|
Oktober |
0 |
||||
|
November |
0 |
ANG 237.285,- |
6/11 |
Irma |
ANG 237.285,- |
|
December |
0 |
ANG 485.514,- ANG 138.832,50 ANG 179.073,75 |
11/12 15/12 29/12 |
[betrokkene 2] Irma Irma |
ANG 803.420,25,- |
|
2018 |
|||||
|
Januari |
ANG 130.506,- |
- |
|||
|
Februari |
ANG 106.778,- |
ANG 323.172,- |
7/2 |
[betrokkene 2] |
ANG 216.394,- |
|
Maart |
X |
ANG 323.010,- ANG 36.000,- |
21/3 23/3 |
[betrokkene 2] [betrokkene 3] |
- |
|
April |
0 |
ANG 414.711,- |
9/4 |
[betrokkene 3] |
ANG 414.711,- |
|
Mei |
ANG 52.517,- |
ANG 54.000,- ANG 17.107,20 |
23/5 21/5 |
[betrokkene 3] Maho |
ANG 18.590,20 |
|
Juni |
ANG 20.358,- |
- |
|||
|
Juli |
ANG 10.502,- |
ANG 21.240,- |
5/7 |
Maho |
ANG 10.738,- |
|
Augustus |
0 |
ANG 98.010,- |
7/8 |
[betrokkene 2] |
ANG 98.010,- |
|
September |
ANG 71.087,- |
ANG 98.010,- ANG 14.465,38 |
17/9 28/9 |
[betrokkene 2] Maho |
ANG 41.388,38 |
|
Oktober |
ANG 24.936,- |
- |
|||
|
November |
X |
||||
|
December |
ANG 167.677,- |
ANG 99.000,- ANG 126.720,- |
4/12 20/12 |
Jordan Jordan |
ANG 58.043,- |
|
2019 |
|||||
|
Januari |
X |
||||
|
Februari |
X |
||||
|
Maart |
ANG 136.862,- |
ANG 274.050,- ANG 225.000,- ANG 135.000,- ANG 184.050,- ANG 272.250,- ANG 144.000,- |
1/3 1/3 5/3 12/3 15/3 22/3 |
Jordan Jordan Jordan Jordan Jordan Jordan |
ANG 1.097.488,- |
|
April |
ANG 100.125,- |
ANG 173.250,- ANG 90.000,- |
4/4 29/4 |
Jordan Jordan |
ANG 163.125,- |
|
Mei |
X |
||||
|
Juni |
X |
||||
|
Juli |
X |
||||
|
ANG 3.447.012,83 |
Gelet op al het bovenstaande acht het gerecht wettig en overtuigend bewezen dat door Versatile telkens opzettelijk in 2017, 2018 en 2019 voor een totaalbedrag van ANG 3.447.012,83 te weinig Omzetbelasting is opgegeven. Tegen een tarief van 5% komt dit neer op een benadelingsbedrag van in totaal ANG 172.350,64.
Bespreking van een bewijsverweer
Naar het gerecht begrijpt heeft de raadsvrouw (onder het kopje Winstbelasting) in haar pleitnotities aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het niet doen van definitieve aangiften Winstbelasting 2017 en 2018 nu er inmiddels over het jaar 2017 wel een definitieve aangifte Winstbelasting is ingediend.
Het gerecht overweegt dat uit de gegevens van de Belastingdienst volgt dat Versatile op 21 juni 2021, dus ruim nadat de verleende uitstelperiode voor indiening door Versatile van de Winstbelasting 2017 en 2018 was verstreken, nog steeds geen definitieve aangiften Winstbelasting had ingediend. Daarmee is het ten laste gelegde bewezen. Dat wordt niet anders indien Versatile inmiddels wel een definitieve aangifte Winstbelasting 2017 zou hebben ingediend, zoals de raadsvrouw heeft aangevoerd. Het verweer wordt daarom verworpen.
Feitelijk leidinggeven
4. Een geschift, zijnde een uittreksel uit het Handelsregister van 9 november 2016, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:
St. Maarten Versatile Consulting & Management B.V. is op 4 november 2016 opgericht en op 7 november 2016 bij de Kamer van Koophandel geregistreerd als onderneming die zich bezig houdt met onder andere bouwwerkzaamheden. Als statutair directeur staat vermeld: [verdachte].
5. De ter terechtzitting van 25 oktober 2021 door de verdachte afgelegde verklaring, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:
Ik heb Versatile opgericht in 2016. Ik ben statutair directeur en aandeelhouder van Versatile. Ik had de dagelijkse leiding over Versatile. STC deed de administratie tot maart 2018. Ik had met STC afgesproken dat zij de belastingaangiften zouden doen. Vanaf 2018 en 2019 deed [betrokkene 8] de aangiften Omzetbelasting en Winstbelasting. De gegevens daarvoor kreeg hij van mij.
6. Een proces-verbaal van verhoor van getuige met nummer G-041-01 opgemaakt op 16 oktober 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren TBO 18038 en 16128 (pagina 650 t/m 660). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergeven als verklaring van [betrokkene 8]:
Versatile
Ik ben directeur/eigenaar van DW Accounting, Management & Consulting. Ik ken [verdachte] al jaren. Ik doe de belastingen voor Versatile. Ik kreeg de gegevens aangeleverd van [verdachte]. Wij vullen de BBO/ToT aangifte formulieren in aan de hand van de gegevens die de klant mij verstrekt. [verdachte] leverde de informatie waarover de BBO/ToT berekend wordt aan. Voor de jaren 2017 en 2018 is de administratie van Versatile niet compleet. Ik verzorgde ook de aangifte Winstbelasting voor Versatile. Dat is nog niet klaar.
7. Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken op 8 januari 2021. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [betrokkene 8]:
Ik ben accountant. Ik ken [verdachte] al 23 of 24 jaar. Zij werkt voor Versatile als managing director. Zij heeft mij gevraagd de maandelijkse ToT aangiften te verzorgen voor Versatile. Ik heb aan Versatile om de benodigde informatie gevraagd. Ik diende de ToT aangifte in op basis van de informatie die ik van cliënt ontving. U vraagt mij of ik maandelijks tegen [verdachte] heb gezegd dat ik nog niet de documenten had ontvangen en dat ik ToT aangifte moest doen. Ja. Ik heb maandelijks aangifte ToT gedaan ondanks het feit dat ik misschien niet altijd alle benodigde documenten had. U vraagt mij of het echt zo was dat ik iedere maand bij [verdachte] om stukken moest vragen om de aangifte te doen. Ja.
8. Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken op 27 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [betrokkene 8]:
Ik heb werkzaamheden voor Versatile verricht. Mijn contactpersoon was [verdachte]. Ik deed de ToT aangifte voor Versatile. Ik draaide de aangiftebiljetten uit het systeem. De ToT aangifte in de jaren 2017, 2018 en 2019 heb ik ingediend. De Winstbelasting aangifte heb ik niet ingediend. Om de documenten voor te bereiden heb je cijfers nodig. Daarover sprak ik met [verdachte]. U vraagt mij wat de reden is dat de Winstbelasting aangiften niet gedaan waren. Omdat de administratie niet volledig was.
9. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-057, opgemaakt op 12 april 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren onder nummer TBO 16112 en 18046 (pagina 638 t/m 640). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisanten voornoemd:
Op 9 april 2019 werd [betrokkene 5] staande gehouden op het terrein van Porto Cupecoy. Er werd geen telefoon aangetroffen. Het vermoeden was dat [betrokkene 5] zich had ontdaan van zijn telefoon. Bij ingesteld onderzoek trof ik in de berm van de Rue des Terres Basses een plastic zak aan, gevuld met diverse papieren. Toen ik belde naar het telefoonnummer van [betrokkene 5] begon er iets in de tas te trillen. In de tas trof ik een iPhone S6 aan.
10. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-076, opgemaakt op 13 augustus 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar onder nummer TBO 18032 (pagina 679 t/m 698). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:
Betreft: Bevindingen whatsapp-gesprekken telefoon [betrokkene 5].
Ik heb nader onderzoek verricht in de veiliggestelde databestanden op de inbeslaggenomen iPhone 6S. Deze telefoon is door [betrokkene 5] zelf geopend.
In de whatsapp-gesprekken komt de naam Delcia naar voren en haar werkzaamheden voor Versatile. Het onderstaande heb ik waargenomen in de gesprekken in de periode 28 februari 2019 tot en met 9 april 2019 tussen [betrokkene 5] en Delcia (naar het gerecht begrijpt: [verdachte]).
en als inhoud van de weergegeven whatsapp-gesprekken, naar onderwerp gegroepeerd, hierna onder vermelding van het gespreksnummer of -datum, zakelijk weergegeven:
Financiën
376-384[verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat zij bezig is met de financiën. [betrokkene 5] vraagt haar hem te laten weten wat “the balance” is. Hij zegt haar: schrijf het op, dan zal ik je laten zien waar je het moet zetten. [verdachte] antwoordt, ja, ik ben een spreadsheet aan het maken, en voegt daaraan toe dat zij iemand van de bank aan de telefoon heeft.
Prijsopgaven werken/calculatie arbeid/plaatsen order/facturen
3-13: [verdachte] vraagt [betrokkene 5] of ze al een prijs hebben van de mannen die, naar het gerecht begrijpt, met werkzaamheden moeten starten. [betrokkene 5] antwoordt nee en zegt dat hij Ondea heeft gevraagd om het uit te werken. Als [verdachte] voorstelt om Ondea te vragen wat er aan de hand is, zegt [betrokkene 5]: nee, ik ben er mee bezig.
145-146: [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat zij haar berekening van het totaal aan werk aan hem moet sturen.
621-623: [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte]: Let’s get the sheetrock order out of the way. [verdachte] antwoordt: I’ll do that now.
996-997: [betrokkene 5] vraagt [verdachte] of zij de berekeningen al heeft gemaakt van wie ze allemaal moeten betalen bij Frank.
4 april 2019: [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat hij haar zal zeggen welke factuur zij moet maken.
Betaling bouwwerkzaamheden
17-22: [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat [betrokkene 6] niet op Paradise (het gerecht begrijpt: aan het werk) is. [betrokkene 5] zegt dat [verdachte] maar tegen [betrokkene 6] moet zeggen dat hij geen geld krijgt als hij niet levert.
211-213: [verdachte] stuurt [betrokkene 5] een opsomming van kosten voor werkzaamheden en een totaal bedrag dat betaald moet worden.
227-236: [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat “hij” het nu niet gaat krijgen. Hij zegt dat ze hem 12 zullen geven, onze uitgaven beperken. [verdachte] zegt: OK. We kunnen niet beginnen met uitgeven en als de payroll komt vast zitten. We doen onze dingen slim, aldus [betrokkene 5].
429-442: [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat zij [betrokkene 6] 4 zullen geven.
426: [betrokkene 5] vraagt [verdachte] om “teo” 5k te sturen.
1057-1059: [betrokkene 5] zegt [verdachte] om “ondea” 500 te sturen
Betalingen payroll
51-55, 151-169, 449-454, 797-815 en 1065-1078: In deze gesprekken spreken [betrokkene 5] en [verdachte] over betalingen (payroll) die moeten worden gedaan. [betrokkene 5] zegt [verdachte] hem te sturen wat zij heeft en verbiedt haar om ergens anders geld aan uit te geven totdat hij het haar zegt. [betrokkene 5] zegt “slim” die volgens [verdachte] om geld vraagt, aan hem over te laten. Voorts bespreken zij dat [betrokkene 6] 42.000 moet krijgen. Ook zegt [betrokkene 5] [verdachte] voor hem op een rij te zetten wie wat moet krijgen, zoals zij laatst ook heeft gedaan. Tenslotte vraagt [betrokkene 5] aan [verdachte] of zij [persoon 1] de afgelopen twee weken heeft betaald en zegt tegen haar dat zij soft aan het worden is. [verdachte] zegt dat niemand is betaald, behalve degene(n) die [betrokkene 5] gisteren heeft betaald.
Check betalingen
67-75, 104-109, 115-119, 123-132, 259-260, 715-717, 991-994, 1187-1201, 1266-1270: In deze gesprekken spreken [betrokkene 5] en [verdachte] over cheques die wel of niet gecleared kunnen worden en vraagt [betrokkene 5] [verdachte] om betalingen te doen aan verschillende personen.
Uitschrijven check Versatile
196-198: In dit gesprek vraagt [betrokkene 5] [verdachte] een cheque uit te schrijven voor een factuur en zegt hij haar die op morgen te dateren.
Buitenlandse betalingen (USA)
412-417, 460, 480-489, 609-620, 715-716 965-971, 1187-1201, 1226-1242:
Nadat [verdachte] [betrokkene 5] heeft gevraagd of hij zich realiseert hoeveel ToT ze moeten betalen zegt [betrokkene 5] in deze gesprekken tegen [verdachte] dat hij met [betrokkene 4] heeft gesproken, die deze week 80 zal overmaken naar de V.S. en volgende week de andere 70. [verdachte] antwoordt dat het tijd is dat “we stock up there”. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte] dat zij niet moet vergeten de 3 over te maken naar zijn BOA (het gerecht begrijpt: Bank of America). Ook informeert [betrokkene 5] bij [verdachte] wat de balance in de V.S. is en zegt hij haar daar voorlopig niet aan te komen. Ze zullen het opbouwen, aldus [betrokkene 5]. Enkele dagen later bericht [verdachte] [betrokkene 5] dat Franklin gedaan is en draagt [betrokkene 5] [verdachte] op om verschillende bedragen over te maken naar verschillende personen.
Instructies/overige werkzaamheden
139, 218-220, 1103-1107, 542-547, 699, 1271, 313, 1146-1148, 1277-1278: In deze gesprekken zegt [betrokkene 5] tegen [verdachte] dat zij niet moet vergeten een arbeidsovereenkomst met [persoon 2] te maken. [verdachte] zegt tegen [betrokkene 5] dat zij van hem de cijfers nodig heeft die ze erin moet zetten, zij weet niet welke afspraken [betrokkene 5] met haar gemaakt heeft. [betrokkene 5] geeft daarop het tarief door aan [verdachte]. Ook geeft [betrokkene 5] aan [verdachte] aan dat hij werkt aan nieuwe jobs. [verdachte] zegt dat nieuwe jobs goed zijn, dat ze alles moeten nemen wat ze kunnen, omdat ze comfortabel willen zijn wanneer de “construction boom” eindigt. Andere gesprekken gaan over betalingen in relatie tot projecten.
Versatile en State Millennium
In gesprekken genummerd 626 en 627 vraagt [verdachte] aan [betrokkene 5] wat te doen met John. “Put him under Versatile or he going under State?” [betrokkene 5] antwoordt hierop: “Put him by you.”
11. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-089, opgemaakt op 13 augustus 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar onder nummer TBO 18038 (pagina 802 t/m 820). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:
Op 9 april 2019 is er beslag gelegd op de mobiele telefoon van [betrokkene 5] (*4003). In deze telefoon zijn whatsapp-gesprekken aangetroffen van de periode 28 februari tot 9 april 2019 tussen [nummer] in gebruik bij [betrokkene 5] en [nummer] vermoedelijk in gebruik bij [verdachte].
Mij valt aan de hand van de op de inbeslaggenomen mobiele telefoon van [betrokkene 5] gevonden whatsapp-gesprekken het volgende op:
[betrokkene 5] geeft opdracht aan [verdachte] geld over te maken van Versatile naar State Millennium omdat State Millennium cash nodig heeft. Het gaat om een bedrag van USD 219.000,-.
Er is een foto van een overboekingsformulier “past wire detail” van 4 april 2018 ten bedrage van USD 96.250,- van een bankrekening eindigend op 842 naar een Amerikaanse bankrekening ten name van Global Direction Corp.(Het gerecht begrijpt uit D-762 dat dit moet zijn: 4 april 2019). Dit is een betaling van Frank Teboul aan Versatile die hij op verzoek van [verdachte] heeft overgemaakt naar deze Amerikaanse bankrekening).
Bevindingen met betrekking tot bankrekeningen
Uit de gesprekken volgt dat [betrokkene 5] opdracht geeft aan [verdachte] tot het verrichten van betalingen en geldopnames. De besproken bedragen zijn deels terug te vinden op de bankrekening van Versatile. Hieronder een aantal gesprekken waarin over geld/betalingen/ontvangsten wordt gesproken en waar op de betreffende datum of vlak erna daadwerkelijk een ontvangst of betaling zichtbaar wordt op de bankrekening.
Bankrekening *2467 ten name van Versatile
[betrokkene 5] en [verdachte] bespreken op 1 maart 2019 een betaling van USD 3.000,- door middel van een cheque voor de week erop. Op 5 maart 2019 wordt een cheque opgenomen van USD $ 3.000,-.
[betrokkene 5] en [verdachte] bespreken op 14 maart 2019 dat ze USD 4.000,- zullen betalen aan [betrokkene 6]. Op 15 maart 2019 wordt een cheque opgenomen van USD 4.000,-.
[betrokkene 5] en [verdachte] bespreken op 15 maart 2019 dat [betrokkene 6] 42.000,- moet krijgen. Op 15 maart 2019 neemt [verdachte] een bedrag van USD 43.000,- op van de bankrekening.
Bankrekeningen in Amerika
[verdachte] en [betrokkene 5] praten in gesprekken over Thrump, Trump en BOA (vermoedelijk Bank of Amerika). Het vermoeden is dat dit gaat over bankrekeningen in Amerika. [betrokkene 5], [verdachte] en Feraru hebben debitcards en bankrekeningen bij Amerikaanse banken. Tijdens de huiszoeking op 18 juni 2019 wordt in de handtas van [verdachte] een gesloten envelop aangetroffen op naam van [betrokkene 5] van de Bank of Amerika aangetroffen. Het vermoeden is (naar het gerecht begrijpt: vanwege de vorm en gewicht) dat het een bankpas is. Op 10 april 2019 worden tijdens de huiszoeking in de woning van Joseph verschillende openingsformulieren van bankrekeningen in Amerika aangetroffen. Op 4 april 2018 is een bankrekening en spaarrekening geopend t.n.v. Global Direction Gorp; op dezelfde dag is een bankrekening geopend op naam van [verdachte] en op 29 mei 2018 is een bankrekening geopend ten name van [betrokkene 5].
In de periode van 15 tot en met 22 maart 2019 spreken [betrokkene 5] en [verdachte] over betalingen door [betrokkene 4] (het gerecht begrijpt: [betrokkene 4]) naar Thrump Country (het gerecht begrijpt: de V.S.) en over BOA.
Het gerecht stelt vast dat op 1 november 2019 door [betrokkene 4] twee bewijzen van overboeking zijn overgelegd, waaruit blijkt dat [betrokkene 4] op 22 maart 2019 USD 80.000,- en op 4 april 2019 USD 96.250,- heeft overgemaakt naar een bankrekening van Global Direction bij de Bank of America.
12. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-111, op 4 september 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar onder nummer TBO 18038 (pagina 1004 t/m 1009). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:
In de inbeslaggenomen iPhone 6S van Sylvio [betrokkene 5] zijn de volgende foto’s aangetroffen. Een overboekingsformulier van USD 80.000,- en een overboekingsformulier van USD 96.250,- van 4 april 2019, beide naar de bankrekening van Global Direction Corp bij de Bank of America.
13. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-092, opgemaakt op 4 november 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar onder nummer TBO 16022 (pagina 827 t/m 829). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:
Op 9 en 10 april 2019 vond er een huiszoeking plaats bij [betrokkene 5]. Tijdens de doorzoeking werden facturen en offertes aangetroffen van de bedrijven State en Versatile. Er is een offerte aangetroffen van Versatile en Frande Real Estate. Het betreft werk op de locatie Cupecoy Jordan village. Het totale offertebedrag is USD 1.168.450,-.
14. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-123, opgemaakt op 13 januari 2020 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar onder nummer TBO 16128 (pagina 1080 t/m 1085). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:
Door de heer [persoon 3], juridisch medewerker van Lowlands Managing Partner BV is betreffende drie appartementen te Porto Cupecoy een mapje overhandigd met daarin het huurcontract, de maandelijkse facturen, betalingsoverzicht per jaar en correspondentie.
Building 8, appartement 6-B wordt sinds 26 mei 2014 gehuurd door [betrokkene 5]. Building 8, appartement 7-A wordt sinds 27 september 2018 gehuurd door State Millennium.
Building 3, appartement 4-A wordt sinds 4 december 2018 gehuurd door Banu en Brown. Uit diverse e-mailberichten komt naar voren dat Banu de contactpersoon is voor deze appartementen.
15. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-120, opgemaakt op 13 januari 2020 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar onder nummer TBO 16022 (pagina 1036 t/m 1044). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:
Vanaf de RBC rekening met nummer *2505 van Versatile zijn twee bedragen afgeschreven ten gunste van Lowlands. Het betreft de volgende betalingen:
20 november 2017 ANG -5.417,40
27 december 2017 ANG -4.914,-.
Op 3 september 2019 heeft [persoon 3] bevestigd dat de betalingen van Versatile betrekking hebben op de appartementen (het gerecht begrijpt: in Porto Cupecoy). Aangezien in 2017 alleen het appartement werd gehuurd waar [betrokkene 5] woonachtig is, moeten de betalingen van Versatile betrekking hebben op dit appartement.
16. Een proces-verbaal verhoor getuige, opgemaakt op 11 december 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar TBO 16128 (G-046, pagina 702 e.v.) Dit proces-verbaal houdt in als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 7]:
Ik zag dat [verdachte] regelmatig bij de mannen kwam kijken. Ik heb ook gezien dat [betrokkene 5] daar langs kwam om de werkers te instrueren. Ik heb hem daar regelmatig gezien. [betrokkene 5] belde mij ook regelmatig om mij te vragen hoe ik dingen in relatie tot mijn woning gedaan wilde hebben.
17. Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken op 25 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [betrokkene 7], zakelijk weergegeven:
Ik kwam in contact met Versatile via [verdachte]. Ik wist dat zij een aannemersbedrijf had. [verdachte] was managing director van Versatile. Versatile heeft werkzaamheden aan mijn huis verricht. Ik tekende het contract met [verdachte]. [betrokkene 5] gaf leiding aan de werknemers. Hij vertelde hun wat ze moesten doen. Dat was bij mij thuis. Ik zag dat minimaal een keer per week. Hij kwam kijken of de bouwwerkzaamheden aan mijn huis goed werden uitgevoerd. Versatile werd betaald door mijzelf. Ik heb het contract en de facturen aan de TBO rechercheurs gegeven. De facturen van Versatile werden door het bedrijf gestuurd. [verdachte] heeft mij gevraagd deze te betalen en [betrokkene 5] heeft mij dat ook een paar keer gevraagd.
18. Een proces-verbaal verhoor getuige, opgemaakt op 9 december 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren TBO 18030 en 16128 (G-044, pagina 696 t/m 701). Dit proces-verbaal houdt in als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 4]:
Ik werk nu aan een hotel in Jordan Village met 52 kamers.
[betrokkene 5] en ik zijn in 2006 samen begonnen in Beacon Hill. [betrokkene 5] was toen de bouwer. [betrokkene 5] tekende nooit contracten. Als er problemen waren op de bouwplaatsen dan kwam [verdachte] meestal om die op te lossen. Als er echte problemen waren dan kwam [betrokkene 5].
Op de vraag wat [betrokkene 4] kan verklaren over de door zijn bedrijven verrichte overboekingen naar de Amerikaanse bankrekening van Global Direction Corp antwoordt hij dat [verdachte] hem heeft gevraagd dat te doen. Zij vroeg mij toen of ik die betalingen kon verrichten aan de bankrekening van het bedrijf in Amerika en dat heeft hij toen gedaan, aldus [betrokkene 4].
19. Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken op 25 augustus 2021. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [betrokkene 4], zakelijk weergegeven:
Wij hebben opdracht gegeven aan Versatile om een hotel te bouwen. Het heet Adonis in Cupecoy. [betrokkene 5] introduceerde mij bij het bedrijf. Nadat het contract was getekend was hij steeds bij de bouwwerkzaamheden aanwezig en liet hij mij verschillende dingen zien. Ik zei dat ik nog een bedrijf nodig had voor werkzaamheden en toen zei [betrokkene 5] dat ik met de dame kon spreken. De dame was [verdachte]. Ik heb Versatile via de bank betaald in Sint Maarten en in Amerika.
20. Een proces-verbaal verhoor getuige, opgemaakt op 8 oktober 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren TBO 18038 en 16022 (G-036, pagina 610 t/m 628). Dit proces-verbaal houdt in als de op genoemde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 9]:
De autobedrijven Caribbean Auto en Motorworld zijn samengevoegd. Ik ben de CEO. Ik ken [betrokkene 5] [betrokkene 5]. Hij is klant. [verdachte] heeft een onderneming. Ik ken de naam Versatile. Zij heeft auto’s gekocht. Zij kwam samen met [betrokkene 5] voor de aankoop van trucks. Ze wilden allebei een truck kopen. Op 1 februari 2019 is een leasecontract aangegaan door [betrokkene 5] voor een VW Amarok voor een bedrag van USD 47.903,80. De enige betaling is een aanbetaling van USD 5.000,-. De cheque is betaald vanaf de bankrekening van State Millennium. State Millennium heeft een leasecontract afgesloten voor een Hyundai Truck voor een bedrag van USD 47.995,-. De cheque is betaald vanaf de bankrekening van State Millennium. Dit is dezelfde cheque als voor de aanbetaling van het contract op naam van [betrokkene 5]. Versatile heeft op 1 februari 2019 een leasecontract gesloten voor een Mazda BT50 voor USD 42.950,-. De aanbetaling heeft plaatsgevonden door middel een cheque van USD 25.000, uitgeschreven door Banu van State Millennium. De diverse bescheiden zijn ondertekend door [verdachte]. Ik weet niet hoe dit kan.
21. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-110, opgemaakt op 26 september 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar onder nummer TBO 18038 (pagina 973 t/m 995). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:
[betrokkene 5] [betrokkene 5], Volkswagen Amarok. Totale contractprijs USD 47.903,80. Het contract is aangegaan van 1 februari 2019 tot en met 25 februari 2022. Dit is exact dezelfde periode als de contracten van State Millennium en Versatile. De enige betaling is een aanbetaling van USD 5.000,- middels een cheque ter waarde van USD 25.000,- op naam van State Millennium van 8 februari 2019. Deze cheque is betaald vanaf de bankrekening van State Millennium terwijl de auto op naam van [betrokkene 5] staat en de cheque betrekking heeft op de leasecontracten van zowel [betrokkene 5], State Millennium als Versatile.
22. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer AMB-095, opgemaakt op 4 november 2019 in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar onder nummer TBO 16128 (pagina 849 t/m 899). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:
Alexandra Miami
[nummer] in gebruik bij [betrokkene 5]
[nummer] in gebruik bij [betrokkene 10]
Op 27 maart 2019 vraagt [betrokkene 10] of [betrokkene 5] haar wat geld kan sturen en [betrokkene 5] zegt dat hij zal kijken of hij haar morgen iets kan sturen.
Op 29 maart 2019 vraagt [betrokkene 10] hoeveel en [betrokkene 5] zegt 500.
Op 30 maart 2019 vraagt [betrokkene 10] aan [betrokkene 5] of hij haar niet tenminste 500 kan sturen en [betrokkene 5] zegt dat hij het maandag zal sturen.
Op 2 april 2019 geeft [betrokkene 10] aan dat er 250 is gestuurd. [betrokkene 5] zegt dat hij dat niet heeft gestuurd. Vervolgens ontstaat er een soort ruzie tussen beiden waarin [betrokkene 5] zegt dat hun relatie alleen maar over geld gaat en dat hij daar moe van is. Uiteindelijk zegt [betrokkene 10] dat [betrokkene 5] heeft beloofd dat hij haar 300 tot 500 per week zou geven en dat hij Julia 500 heeft gegeven. [betrokkene 5] zegt dat hij Julia 2500 en 700 contant heeft gegeven.
[betrokkene 5] zegt dat hij tegen [verdachte] heeft gezegd om haar de huur te sturen.
[betrokkene 5] zegt later die nacht dat hij van haar houdt en dat [persoon 4] haar geld zal sturen waarop [betrokkene 10] zegt dat hij eerder zei dat [verdachte] geld zou sturen.
[betrokkene 5] vraagt: hoeveel
[betrokkene 10] zegt 2.500.
[betrokkene 5] zegt: ok ik betaal de huur.
Op 2 april 2019 vraagt [betrokkene 5] aan [verdachte] of zij 2.500 kan sturen naar [betrokkene 10], omdat hij de huur vergeten is. [verdachte] zegt dat zij al tegen haar gezegd heeft dat zij de print zal sturen zodra de overboeking is gemaakt. [verdachte] zegt dat ze Franklin ook gedaan heeft. Georgi 5.000, Flori 5.000 en Uvab 13.000. [betrokkene 5] zegt goed. [betrokkene 5] zegt tegen [verdachte: stuur Georgi in plaats van 2,5 meer, 5 meer en [betrokkene 10] 3,5 en Flori 2,5.
Op 3 april zegt [betrokkene 10] tegen [betrokkene 5] dat [persoon 4] haar 400 heeft gestuurd.
Op 9 april 2019 vraagt [betrokkene 5] aan [verdachte] om 2500 naar [betrokkene 10] te sturen. Zij zegt ok.
Overwegingen met betrekking tot het feitelijk leiding geven
[verdachte] wordt verweten dat zij tezamen en in vereniging met [betrokkene 5] feitelijk leiding heeft gegeven aan het niet, niet tijdig en/of onjuist doen van aangiften Omzetbelasting en Winstbelasting door Versatile. Voor de beoordeling of hiervan sprake was, dienst eerst te worden vastgesteld of Versatile een strafbaar feit heeft begaan. Vervolgens moet worden beoordeeld of [verdachte] en/of [betrokkene 5] daaraan feitelijk leiding hebben gegeven.
Met betrekking tot de strafbaarheid van Versatile
Wil sprake zijn van strafbaarheid van Versatile, dan moet zij kunnen worden aangemerkt als geadresseerde van de overtreden norm. Nu op Versatile de verplichting rustte om tijdig en juist aangifte Omzetbelasting en Winstbelasting te voldoen, is hieraan voldaan.
Voorts moet de gedraging kunnen worden toegerekend aan Versatile. Nu het niet/onjuist doen van belastingaangiften heeft plaatsgevonden binnen de invloedssfeer van de rechtspersoon, in die zin dat haar leiding hierop invloed kon uitoefenen, behoort tot de normale bedrijfsuitoefening en Versatile daardoor werd gebaat, terwijl haar twee leidinggevenden, zoals hierna zal worden overwogen, opzet hadden op het niet/onjuist doen van belastingaangiften, welk opzet aan Versatile moet worden toegerekend, kunnen de bewezen verklaarde handelingen aan Versatile worden toegerekend als door haar gepleegde strafbare feiten.
De feitelijke leidinggever moet de verboden gedraging daadwerkelijk – actief of passief – bevorderd hebben, bijvoorbeeld door niet in te grijpen waar dat wel had gemoeten, en zijn (voorwaardelijk) opzet moet daarop zijn gericht.
[verdachte], oprichter, statutair directeur en aandeelhouder van Versatile, heeft verklaard dat zij de dagelijkse leiding had over Versatile en dat zij haar opvolgende boekhouders had gevraagd om de belastingaangiften te doen. Uit de verklaringen van boekhouder [betrokkene 8] blijkt dat hij de gegevens voor die aangiften kreeg van [verdachte], maar dat hij elke maand opnieuw tegen [verdachte] moest zeggen dat hij nog niet de documenten had ontvangen die nodig waren voor het doen van aangifte. Hij heeft desalniettemin toch aangiften Omzetbelasting gedaan, aldus [betrokkene 8].
Nu [verdachte] er telkenmale op was gewezen dat zij in gebreke was met de aanlevering van de voor de aangifte benodigde gegevens, en kennelijk ook heeft nagelaten om achteraf te controleren of de aangiften daadwerkelijk tijdig en juist werden gedaan, terwijl voorts niet is gebleken dat zij een deugdelijke administratie van Versatile bijhield of liet bijhouden aan de hand waarvan zij controle zou kunnen uitvoeren, heeft zij minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangiften ToT en Winstbelasting door [betrokkene 8] onjuist zouden worden gedaan.
Gelet op al het bovenstaande kan [verdachte] worden aangemerkt als degene die feitelijk leiding heeft gegeven aan het niet/onjuist doen van belastingaangiften door Versatile.
Door de verdediging is aangevoerd dat [verdachte] het door haar ingeschakelde administratiekantoor van [betrokkene 8] als deskundig mocht beschouwen, zodat zij niet behoefde te twijfelen aan de juistheid van de door hem ingediende aangiften, hetgeen opzet uitsluit.
Dit verweer faalt, reeds omdat het gerecht heeft vastgesteld dat het de verdachte zelf was die verantwoordelijk was voor het verstrekken van de nodige informatie aan het administratiekantoor van [betrokkene 8] en zij dat niet heeft gedaan. Zij kan zich niet verschuilen achter haar adviseur, nu zij wist of redelijkerwijs moest weten dat de door haar verstrekte informatie onjuist of onvolledig was.
Ten aanzien van het feitelijk leidinggeven door [betrokkene 5] wordt het volgende overwogen.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat [betrokkene 5], anders dan [verdachte] stelt, niet alleen als adviseur of uitvoerder van projecten bij Versatile betrokken was, maar – weliswaar zonder dat hij een formele leidinggevende functie bekleedde - achter de schermen feitelijk de dienst uitmaakte. Uit de whatsapp-gesprekken blijkt dat [betrokkene 5] in de positie was om [verdachte] opdrachten te geven, die zij dan ook uitvoerde. Ook blijkt uit die gesprekken dat [betrokkene 5] bepaalt welke bedragen op welke wijze moeten worden geadministreerd of overgemaakt, welke facturen er moeten worden opgemaakt en wie wel en niet betaald moeten krijgen en hoeveel. Ook geeft hij [verdachte] op enig moment de opdracht om niets meer uit te geven totdat hij het haar zegt. Opvallend is dat [betrokkene 5] en [verdachte] meermalen spreken over “wij” als het over de zakelijke activiteiten van Versatile gaat. [betrokkene 5] is kennelijk ook in de positie om te bepalen of ene John onder State (het gerecht begrijpt: State Millennium) of onder [verdachte] (Versatile) moet worden gezet en om ervoor te zorgen dat [betrokkene 4] (een deel van) zijn betalingen doet aan een door [betrokkene 5] aangewezen bedrijf in de Verenigde Staten, waarbij hij van [verdachte] vraagt om in de gaten te houden of dit goed gaat. De bewijzen van deze betalingen worden aangetroffen in de telefoon van [betrokkene 5]. Uit de bewijsmiddelen ten aanzien van het door [betrokkene 5] gehuurde appartement blijkt dat Versatile in ieder geval tweemaal de huur voor dat appartement heeft betaald en dat State Millennium de aanbetaling doet voor het leasecontract voor [betrokkene 5]s auto, tegelijk met betalingen voor auto’s van haarzelf en Versatile.
Ook was [betrokkene 5] intensief betrokken bij de feitelijke bedrijfsvoering van Versatile. Zo heeft hij blijkens de verklaringen van [betrokkene 4] en [betrokkene 2] verschillende bouwprojecten aangebracht bij Versatile. Zoals Derby heeft verklaard begeleidde en overzag [betrokkene 5] de bouwwerkzaamheden en stuurde hij de arbeiders aan. Als er werkelijke problemen waren dan kwam (toevoeging gerecht: niet [verdachte], maar) [betrokkene 5] erbij. De bij [betrokkene 5] gevonden grote hoeveelheid calculaties en tekeningen van bouwwerkzaamheden illustreert zijn betrokkenheid daarbij. Van Versatile is, naast de vele handgeschreven berekeningen en tekeningen die onder [betrokkene 5] zijn aangetroffen, slechts een zeer rudimentaire administratie aangetroffen.
Het gerecht leidt uit dit alles af dat [betrokkene 5] degene was die als hoogste leidinggevende volledige zeggenschap had over wat er binnen Versatile gebeurde en dat hij ook kon beschikken over in ieder geval een deel van het vermogen van Versatile.
Ook [betrokkene 5] was gezien zijn leidinggevende en allesbepalende rol bevoegd en gehouden om ervoor te zorgen dat tijdig en juist belastingaangifte werd gedaan. Door dit, evenals [verdachte], na te laten, in een situatie dat van een deugdelijke administratie van Versatile geen sprake was, heeft ook hij minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit niet zou gebeuren, en zich daarmee schuldig gemaakt aan het feitelijk leidinggeven aan het niet (tijdig) doen van aangiften Winstbelastingen en het onjuist doen van aangiften Omzetbelasting.
Het feit dat [betrokkene 5] zich, in strijd met de waarheid, naar buiten toe voordeed als slechts een adviseur van Versatile, sterkt het gerecht in de overtuiging dat hij de samenwerking met [verdachte] – met haar als formele leidinggevende en hemzelf als de man met de macht achter de schermen – mede heeft gezocht om te verhullen dat hij met Versatile bedrijfsinkomsten genereerde, waarover belastingen zouden moeten worden betaald.
Gelet op al het bovenstaande acht het gerecht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich, tezamen en in vereniging met [betrokkene 5], heeft schuldig gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan het door Versatile opzettelijk doen van onjuiste aangiften Omzetbelasting en het niet binnen de gestelde termijn doen van aangiften Winstbelasting.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezen verklaarde is voor wat betreft de Omzetbelasting voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 49, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, juncto artikel 6 van de Algemene Landsverordening landsbelastingen en artikel 12 van de Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten.
Het bewezen verklaarde is voor wat betreft de Winstbelasting voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 49, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, juncto artikel 8 van de Algemene landsverordening landsbelastingen en artikel 17 van de Landsverordening op de Winstbelasting.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
medeplegen van:
ingevolge de Algemene Landsverordening Landsbelastingen verplicht zijnde tot het binnen een gestelde termijn doen van aangifte, dat opzettelijk niet binnen de gestelde termijn, onjuist of onvolledig doen, terwijl van de handeling het gevolg zou kunnen zijn dat nadeel voor Sint Maarten kan ontstaan, meermalen gepleegd, terwijl zij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,
meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, zodat de verdachte strafbaar is.
Oplegging van straf
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, en heeft zich op het standpunt gesteld dat de hoge strafeis uitleg vereist.
Bij de bepaling van de op te leggen straffen heeft het gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, alsook op de straffen die in vergelijkbare gevallen door het Hof en de gerechten plegen te worden opgelegd.
Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft samen met een ander feitelijk leiding gegeven aan het indienen van onjuiste aangiften Omzetbelasting door een door hen gerund bedrijf, alsook het door dat bedrijf niet binnen de gestelde termijn indienen van aangiften Winstbelasting. Hierdoor is Sint Maarten minimaal een bedrag van ruim ANG 170.000,- aan belastinginkomsten misgelopen.
Door belastingfraude worden de overheid financiële middelen onthouden, die zij nodig heeft voor de vervulling van haar taak. Dit schaadt de gemeenschapsbelangen die door de overheid moeten worden gediend.
Het gerecht heeft bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf acht geslagen op de in Nederland geldende LOVS-oriëntatiepunten voor fraudezaken. Voor een fraudebedrag van ANG 172.000,- geldt als oriëntatiepunt een gevangenisstraf voor de duur van vijf tot negen maanden onvoorwaardelijk of een taakstraf, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf.
De verdachte is, zo blijkt uit haar strafkaart, niet eerder onherroepelijk veroordeeld.
Het gerecht betrekt bij de oplegging van de straf als strafverminderende omstandigheden dat zij haar positie in het bedrijf Versatile heeft moeten verlaten en dat zij als gevolg van deze strafzaak ook haar leidinggevende positie op de luchthaven is kwijtgeraakt.
Het gerecht ziet in het voorgaande, alles afwegende, geen aanleiding de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Wel acht het gerecht het passend en geboden aan de verdachte de maximale werkstraf én een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, dat laatste om haar ervan te weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.
Het gerecht houdt nog rekening met het feit dat in deze zaak de redelijke termijn waarbinnen de berechting dient plaats te vinden, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden, aangezien tussen het moment waarop de verdachte is aangehouden op 18 juni 2019 en het moment waarop het gerecht vonnis zal wijzen op 10 februari 2022 een periode is verstreken van bijna twee jaren en 8 maanden. De op zijn redelijkheid te beoordelen termijn heeft in de eerste aanleg dus meer dan twee jaren geduurd. Daarmee is de redelijke termijn overschreden. Het gerecht zou zonder voornoemde constatering van termijnoverschrijding, alle hiervoor genoemde omstandigheden in aanmerking nemend, een taakstraf van 240 uren hebben opgelegd. Nu zal worden volstaan met een taakstraf van na te melden duur.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 154, 1:55, 1:58, 1:62, 1:64, 1:123, 1:127, 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
Het gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven is overwogen;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor omschreven en verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 5 (vijf) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
veroordeelt de verdachte voorts tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de 216 (tweehonderdzestien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 108 (honderdacht) dagen hechtenis;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 1:62 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, volgens de maatstraf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. drs. S.M. van Lieshout, bijgestaan door mr. F. Kruiswijk en mr. J. Mulder, zittingsgriffiers, en op 10 februari 2022 in tegenwoordigheid van mr. F. Kruiswijk uitgesproken ter openbare terechtzitting van het gerecht in Sint Maarten.