Strafrecht overig
Onderzoek Tiger. De verdachte wordt vrijgesproken van het opzettelijk, samen met (een) ander(en), invoeren en…
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 19 juli 2024
ECLI:NL:OGEAC:2024:321 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · 19 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerecht-in-eerste-aanleg-van-curacao/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ogeac-2024-321
Zaakgegevens
Op 19 juli 2024 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
- Datum uitspraak
- 19 juli 2024
- Datum publicatie
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- 500.00159/23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:OGEAC:2024:321
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Onderzoek Tiger. De verdachte wordt vrijgesproken van het opzettelijk, samen met (een) ander(en), invoeren en in zijn bezit hebben van een hoeveelheid verdovende middelen (onderzoek Boca Ascencion), maar wel veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren en 6 maanden voor het medeplegen van invoer, vervoer en in bezit en/of aanwezig hebben van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne aan boord van een boot (verscholen in verborgen compartimenten) in Curaçao en voor het opzettelijk in zijn bezit hebben van 32 kg van een materiaal bevattende cocaïne, waar verdachte samen met zijn mededader wetenschap van en beschikkingsmacht over had. Daarnaast heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan vuurwapen- en munitiebezit. Belastende verklaring van mededader v.w.b. de invoer van de verdovende middelen in samenhang met de voor het bewijs gebezigde (tap)gesprekken en de geanalyseerde informatie van het GPS-systeem, bevestigen dat sprake was van drugstransport. Verdachtes verklaring dat vis dan wel vislijnen op de boot werden gestolen, wordt onder meer weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen en zijn verklaring wordt als ongeloofwaardig terzijde geschoven. Door het Gerecht worden de gedragingen die in verband worden gebracht met medeplegen, bij verdachtes rol in het kader van het beramen en voorbereiden van het feit, uiteengezet.
Uitspraak
Parketnummer: 500.00159/23
Uitspraak: 19 juli 2024 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzittingen van 15 september 2023, van 8 december 2023, van 3 april 2024, van 26 juni 2024, van 27 juni 2024 en van 28 juni 2024. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.B. Wilsoe, advocaat in Curaçao.
De officieren van justitie, mrs. V.Z.B. Girigoria-Hernandez en D. van Zetten (hierna: officier van justitie), hebben ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van voorarrest.
De vordering behelst voorts:
-
de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen voorwerpen, te weten een pistool van het merk [merk], model [model], van het kaliber 9 x 19 mm, voorzien van het serienummer: [serienummer] en 17 (zeventien) scherpe patronen, van het kaliber 9 x 19 mm;
-
de verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen, te weten een portofoon, een weegschaal, een satelliettelefoon en 3 (drie) mobiele telefoons van het merk Samsung, model S22 ultra, S21 en A03;
-
de teruggave van het in beslag genomen voorwerp aan de verdachte, te weten een Smartwatch.
De raadsman heeft primair bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten. Subsidiair heeft hij een strafmaatverweer gevoerd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 30 oktober 2022, althans in of omstreeks de maand oktober 2022, te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd (daaronder begrepen “invoer” in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960), en/of doorgevoerd en/of vervoerd, en/of in zijn bezit heeft gehad, in elk geval aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 670676 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikelen 3 j° 11-1 Opiumlandsverordening 1960)
2.
hij op of omstreeks 30 oktober 2022, althans in of omstreeks de maand oktober 2022 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd (daaronder begrepen “invoer” in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960), en/of doorgevoerd en/of vervoerd, en/of in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 43840 gram, in elk geval en hoeveelheid, hennep, althans hars die uit hennep wordt getrokken, althans een gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt (zoals hashish), zijnde hennep een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van de Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikel 4 j° 11-2 Opiumlandsverordening 1960)
3.
hij op of omstreeks 23 april 2023, althans in de maand april 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of in zijn/hun bezit heeft gehad, in elk geval aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 190 blokken/pakketten cocaïne, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikelen 3 j° 11-1 Opiumlandsverordening 1960)
4.
hij op of omstreeks 07 juni 2023, althans in de maand juni 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of in zijn/hun bezit heeft gehad, in elk geval aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 32.730 gram cocaïne, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
(artikelen 3 j° 11-1 Opiumlandsverordening 1960)
5.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 23 april 2023 tot en met 07 juni 2023 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) vuurwapen(s), waaronder een pistool van het merk [merk] model [model] en 17 scherpe patronen, althans een hoeveelheid munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad;
(artikelen 3 j° 11 van de Vuurwapenverordening 1930).
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak van feit 1 en van feit 2
Het Gerecht is met de officier van justitie en met de raadsman van oordeel dat op grond van het voorliggende dossier en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende aanknopingspunten voorhanden zijn om vast te stellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijk, samen met (een) ander(en), invoeren en in zijn bezit hebben van een hoeveelheid verdovende middelen op 30 oktober 2022. Het voorgaande betekent dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten niet bewezen kunnen worden.
De verdachte zal daarom worden vrijgesproken.
Vrijspraak van feit 5 (partieel)
Het Gerecht is van oordeel dat de pleegperiode van het onder 5 ten laste gelegde feit moet worden beperkt tot 7 juni 2023, de dag waarop het vuurwapen en munitie in de woning van de verdachte werden aangetroffen en inbeslaggenomen. De periode vanaf 23 april 2023 ziet toe op de verdenking in feit 3 ter zake van de invoer van ongeveer 190 blokken/pakketten cocaïne op die dag en dat zich toen tussen de lading ook vuurwapens en munitie hebben bevonden.
De verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat er op 23 april 2023 naast de verdovende middelen en de vis ook vuurwapens mee waren gekomen aan boord van de boot ‘[naam vaartuig]. Hij heeft verklaard dat de Spaanssprekende mannen hem een zwartkleurige tas met vuurwapens hebben gegeven. Hij moest die tas verbergen in de compartimenten, dus hij kon goed voelen dat er vuurwapens in zaten. Hij denkt dat hij ook patroonhouders in de tas voelde, maar dat wist hij niet zeker. De verdachte [medeverdachte 1] wist niet hoeveel vuurwapens er in de tas zaten, maar het waren er meer dan twee vuurwapens, want de tas was best zwaar, maar niet heel erg zwaar. Volgens de verdachte [medeverdachte 1] is deze tas met vuurwapens ook bij de diefstal op de boot weggenomen.
Waar het de invoer van de pakketten cocaïne op 23 april 2023 betreft, geldt dat de verklaring van de verdachte [medeverdachte 1] door ander bewijsmateriaal wordt ondersteund. Daar waar het de vuurwapens (en de munitie) betreft, geldt dat voor de door de verdachte [medeverdachte 1] afgelegde verklaringen met betrekking tot vuurwapens en munitie aan boord van de boot ‘[naam vaartuig] op 23 april 2023 geen verankering kan worden gevonden in de stukken van het geding en het verhandelde ter terechtzitting. De omstandigheid als zodanig dat op 7 juni 2023 vuurwapens en munitie bij de verdachte en bij de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] werden aangetroffen en inbeslaggenomen, maakt dit niet anders.
De verdachte dient derhalve in zoverre ter zake van de periode 23 april 2023 tot 7 juni 2023 partieel te worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande:
3.
dat hij op of omstreeks 23 april 2023, althans in de maand april 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960, en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of in zijn/hun bezit heeft gehad, en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 190 blokken/pakketten cocaïne, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
4.
dat hij op of omstreeks 07 juni 2023, althans in de maand juni 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of in zijn/hun bezit heeft gehad, in elk geval aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer 32.730 gram cocaïne, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, althans enige bereiding van cocaïne, zijnde cocaïne (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13);
5.
dat hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 23 april 2023 tot en met 07 juni 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) vuurwapen(s), te weten een pistool van het merk [merk] model [model] en 17 scherpe patronen, zijnde een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad;.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
Ten aanzien van feit 3 en feit 4
1. Op 22 april 2023 en 23 april 2023 werd vertrouwelijke communicatie, gevoerd vanuit het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] in gebruik bij [verdachte], bijgenaamd [bijnaam verdachte], opgenomen en afgeluisterd. De verbalisant [verbalisant 1] heeft de navolgende gevoerde gesprekken vastgelegd. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd:
“Op 22 april 2023 omstreeks 23:27 uur belt [verdachte], bijgenaamd [bijnaam verdachte], vanuit [telefoonnummer verdachte] naar een man bijgenaamd [bijnaam medeverdachte 2] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 2], ook bijgenaamd [bijnaam medeverdachte 2]) die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 2].
[medeverdachte 2]: Nu.
[verdachte]: In het Westen? Ah?
[medeverdachte 2]: Wat heb je gedaan?
[verdachte]: Wat zeg je?
[medeverdachte 2]: Ja, wat heb je gedaan?
[verdachte]: Goed, al lang ben ik je aan het bellen op internet, niets. Waar ben je? In het Westen?
[medeverdachte 2]: Nee. Ik ben thuis. Nu ga ik voorbereiden om uit te stappen.
[verdachte]: Nu waar…beneden moet ik naar je kijken?
[medeverdachte 2]: Ja, beneden zal je me ontmoeten.
[verdachte]: Ik ga naar ijs kijken dan en kom terug.
[medeverdachte 2]: Ja, kijk naar ijs.
[verdachte]: In hoeveel tijd, in hoeveel tijd zal ik je ontmoeten beneden. Heb je sigaretten nodig noh?
[medeverdachte 2]: Ja!!
[verdachte]: 3 (drie) pakken, 2 (twee). Hoeveel?
[medeverdachte 2]: Drie…drie…drie.
[verdachte]: 3 (drie) pakken sigaretten. Wel goed. In hoeveel tijd ben je beneden dan?
[medeverdachte 2]: Ahhhh…geef me…laat me kijken.
[verdachte]: Een half uurtje?
[medeverdachte 2]: Ja.
[verdachte]: 12 (twaalf) uur. Okay goed. Figo. Goed goed.
Op 23 april 2023 omstreeks 00:31 uur belt [verdachte], bijgenaamd [bijnaam verdachte] vanuit [telefoonnummer verdachte] naar een man bijgenaamd [medeverdachte 2] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 2], ook bijgenaamd [bijnaam medeverdachte 2]) die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 2].
[medeverdachte 2]: Ehh.
[verdachte]: Ik ga naar huis slapen. Kijk. Vandaag zijn jullie wel mijn kracht over.
[medeverdachte 2]: Broer, hoe kan je naar huis gaan slapen. Je weet, dat je ding bij mij moet komen halen hier beneden toch.
[verdachte]: Waar ben je dan?
[medeverdachte 2]: Hier beneden bij de boot ben ik zwager.
[verdachte]: Wat doe je daar beneden? Zwager…is hier…ow jee. Broer, bij het huis van je moeder ben ik al lang. Weet je?
[medeverdachte 2]: Bij het huis van mijn moeder?
[verdachte]: Aii zwager…vanaf wanneer ik je zeg beneden. Acht nee broer. Wat een verdomme. Goed ik kom eraan, ik kom eraan.
Op 23 april 2023 omstreeks 19:19 uur belt [verdachte], bijgenaamd [bijnaam verdachte] vanuit [telefoonnummer verdachte] naar een man bijgenaamd [medeverdachte 2] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 2], ook bijgenaamd [bijnaam medeverdachte 2]) die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 2].
[medeverdachte 2]: Nu.
[verdachte]: Ey zwager, luister hier zwager. De mensen hebben gesprongen. Hebben het hangslot van de boot gebroken. En de kant en de kanten van de linkerkant, hebben zij een stuk van het hout kapot gemaakt. En zoals dingen (het Gerecht begrijpt: de dingen) weggenomen zwager.
[medeverdachte 2]: Hoe kan het zijn?
[verdachte]: Ah?
[medeverdachte 2]: Wie kan het zijn?
[verdachte]: broer, luister…luister naar me hier zwager. Komen jullie nu hier boven broer.
[medeverdachte 2]: …(niet verstaanbaar)…
Op 23 april 2023 omstreeks 19:23 uur belt [verdachte], bijgenaamd [verdachte] vanuit [telefoonnummer verdachte] naar [medeverdachte 1], bijgenaamd [bijnaam medeverdachte 1], die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 2].
[medeverdachte 1]: Eh.
[verdachte]: Eh zwager luister hier. De boot is kapot gemaakt broer.
[medeverdachte 1]: Stop met ouwehoeren.
[verdachte]: Ja, kom op kom op. Ik heb [medeverdachte 2] al gebeld. Jullie zoeken hem en kom hierboven. Want ze hebben gebroken (het Gerecht begrijpt: ingebroken), dus de…de linkerkant, de rechterzijde. Ze hebben de tank open gemaakt. En ze hebben uitgehaald. In de eerste daar beneden. Hoeveel kan daarin zitten?
[medeverdachte 1]: Welke? Welke kant?
[verdachte]: In de zijde van…
[medeverdachte 1]: Stuur?
[verdachte]: Aan de zijde van het stuur niet. Aan de andere zijde.
[medeverdachte 1]: Eh eh, die zijde is vol vol noh.
[verdachte]: Wel ze hebben opengemaakt twee stuk hout. Een stuk hout alleen.
[medeverdachte 1]: Ik kom eraan. Ik kom eraan.
[verdachte]: Het stuk vooraan. Broer kom nu direct…nu direct…
[medeverdachte 1]: Daar beneden ben je? Daar beneden ben je?
[verdachte]: Jaaaaa…
[medeverdachte 1]: Goed goed.
[verdachte]: Samen met deze man.
[medeverdachte 1]: Goed goed.
Op 23 april 2023 omstreeks 19:50 uur belt [verdachte], bijgenaamd [verdachte] vanuit [telefoonnummer verdachte] naar [medeverdachte 1], bijgenaamd [medeverdachte 1], die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1].
[medeverdachte 1]: Bij Caracasbaaiweg ben ik hier ‘Papa’.
[verdachte]: Waarheen?
[medeverdachte 1]: In de omgeving van Vanddis komend naar beneden. De auto’s rijden flikker aan het doen voor mij.
[verdachte]: Broer, haast je. Want ik kan geen tijd meer verspillen hier.
[medeverdachte 1]: Ja, ja.
[verdachte]: Denk je dat je heel snel kan doen. Alle auto’s overslaan (het Gerecht begrijpt: inhalen) en kom hier.
[medeverdachte 1]: Ja ja goed goed.
Op 23 april 2023 omstreeks 20:44 uur belt [verdachte], bijgenaamd [bijnaam verdachte] vanuit [telefoonnummer verdachte] naar [medeverdachte 1], bijgenaamd [medeverdachte 1], die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 1.
[verdachte]: Ehh!! Hallo.
[medeverdachte 1]: Ja.
[verdachte]: Heb je de gaten bedekt?
[medeverdachte 1]: De ene is open gebleven toch?
[verdachte]: Nee noh mijn broer.
[medeverdachte 1]: Het hout is kapot toch? Het hout is kapot.
[verdachte]: Jave, maar er moet een ding erop gezet worden. Een ding noh. Zo zien ze alles mijn broer.
[medeverdachte 1]: Goed, laat me terug keren. Je hebt gelijk.
Op 23 april 2023 omstreeks 23:25 uur belt [verdachte], bijgenaamd [bijnaam verdachte] vanuit [telefoonnummer verdachte] naar [medeverdachte 1], bijgenaamd [bijnaam medeverdachte 1], die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer [telefoon medeverdachte 1].
[medeverdachte 1]: Nu.
[verdachte]: Euh! Kijk naar me half. Kijk naar me vanaf vroeg broer. Dat we gaan, kijken naar de camera.
[medeverdachte 1]: Hier buiten ben ik broer.
[verdachte]: Nee yu ‘machu’ dit heeft gepiept zo net. Weet je wel?
[medeverdachte 1]: Ah?
[verdachte]: Dit heeft zo net gepiept.
[medeverdachte 1]: Ah ahh. Nee, ik kijk naar je dan ’s morgens.
[verdachte]: Vroeg hoe laat?
[medeverdachte 1]: Nee, maar ik ga wel vroeg. Ik pak…(onduidelijk)…
[verdachte]: Wat?
[medeverdachte 1]: Moet de vissen ook pakken.
[verdachte]: Ja, maar nee, maar ’s morgens ’s morgens.
[medeverdachte 1]: Goed.
[verdachte]: Maar nu kijk. Hoe laat kom je naar me kijken?
[medeverdachte 1]: Ik vanaf vroeg ben ik in straat noh.
[verdachte]: Maar half, maar…kijk. Ik moet…man ehm verdomme.
[medeverdachte 1]: Ik vanzelf 6 uur ben ik in de Plaza ‘Jave’.
[verdachte]: Heb je die ding goed bedekt?
[medeverdachte 1]: Ja, maar ik blijf gewoon rondjes draaien in die omgeving. Ik slaap vandaag niet.
[verdachte]: Kijk…nu…nu…rondje draaien gaat niet helpen met een moer. Bedekt moet dat zijn, zodat ze niet kunnen zien in de ochtend noh.
[medeverdachte 1]: Het is wel bedekt. Ik heb het bedekt met een kleding (het Gerecht begrijpt: stukje stof). De zwarte broer.
[verdachte]: De andere zijde is gesloten gebleven toch?
[medeverdachte 1]: Ja!!
[verdachte]: Wel. Wie heeft de sleutel?
[medeverdachte 1]: Ik.
[verdachte]: Wel goed, want moet die ding regelen en weg gaan met het ook vandaar, morgen direct. Nooit meer zal ik daar gaan.
[medeverdachte 1]: Ja.
[verdachte]: Eh goed. Ga naar huis slapen broer.
[medeverdachte 1]: Ja, schreeuwt in ’s morgens (het Gerecht begrijpt: we praten in de ochtend).
[verdachte]: Ja.”
2. Het onderzoeksteam heeft de beschikbare gevorderde camerabeelden die zijn opgenomen ontvangen. De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben de camerabeelden bekeken en geanalyseerd. Tevens hebben zij onderzoek gedaan naar diverse voertuigen die vermoedelijk betrokken zijn geweest bij het leeghalen van het vaartuig [naam vaartuig], voorzien van registratieletters en -nummers [registratieletters – en nummers], welke door [verdachte] wordt gebruikt en zowel in de vissershaven van Piscadera als die van Caracasbaai wordt aangemeerd. Zij hebben het volgende gerelateerd:
“Er is onderzoek ingesteld in een chron[medeverdachte 1]gische tijdlijn van 23 april 2023 vanaf omstreeks 14:06 uur tot en met 19:30 uur. Blijkens de analyse van de camerabeelden wordt onder meer waargenomen dat diverse voertuigen, te weten een pick-up van het merk [merk], model [merk], met valse kentekenplaten (hierna: [automerk/model 1]), een voertuig van het merk [merk], model [model], met kentekennummer [kentekennummer 1], een voertuig van het merk [merk], model [model], met kentekennummer [kentekennummer 2] en een voertuig van het merk [merk], model [model], met kentekennummer [kentekennummer 3], vermoedelijk betrokken waren bij de diefstal gepleegd op het vaartuig ‘[naam vaartuig] op de Vissershaven Caracasbaai. Tevens wordt waargenomen dat diverse voertuigen, te weten een voertuig van het merk [merk], model [model], met kentekennummer [kentekennummer 4], een voertuig van het merk [merk], model [model], met kentekennummer [kentekennummer 5] (hierna: [automerk/model 2]), een voertuig van het merk [merk], model [model], met valse kentekenplaten (hierna: [automerk/model 3]), en een voertuig van het merk [merk], model [model], met kentekennummer [kentekennummer 6] (hierna: [automerk/model 4]), vermoedelijk bij de groep van [verdachte] behoren.
Op de camerabeelden van de Vissershaven Caracasbaai van de in- en uitgang van de Vissershaven en een gedeelte van het terrein kan op 23 april 2023 onder meer het volgende worden waargenomen:
Omstreeks 17:44 uur rijdt de [automerk/model 1] langs de vissershaven in de richting van de Caracasbaai en betreedt 40 seconden later alsnog het terrein van de vissershaven. De [automerk/model 1] rijdt verder het terrein op richting het pompstation van de vissershaven.
De [automerk/model 1] heeft tussen 18:02 uur en 18:20 uur geparkeerd gestaan.
Omstreeks 18:22 uur rijdt de [automerk/model 1] achteruit en wordt direct naast de boot [naam vaartuig] geparkeerd.
De [automerk/model 1] heeft tussen 18:12 uur en 18:29 uur voor de boot geparkeerd gestaan en vervolgens stapt een man aan de bijrijder zijde uit. Hij loopt richting de boot [naam vaartuig].
Omstreeks 18:29 uur gaat de man aan boord en gaat direct door de knieën aan de rechterzijde van de boot ter hoogte van het stuurhuisje.
Omstreeks 18:30 uur stapt een man aan de bestuurderszijde uit, hij gaat ook aan boord van de boot [naam vaartuig] en voegt zich bij de andere man aan de rechterzijde van het stuurhuisje. Op de bewegende beelden wordt waargenomen dat zij druk bezig zijn aan die zijde. Zij komen diverse malen in beeld en verdwijnen dan weer aan die zijde.
Omstreeks 18:51 uur zijn de mannen nog steeds druk bezig aan de rechterzijde van het stuurhuisje, waar zij vanaf 18:30 uur onafgebroken bezig zijn geweest.
Omstreeks 18:55 uur komen de mannen tevoorschijn en lopen zij de boot af, terwijl één van de mannen een grote tas of zak in zijn handen van de boot afsleept. Hij heeft hetgeen hij vast heeft uit de boot getild en brengt het naar de auto. Gelet op de manier waarop hij het uit de boot sleept en naar de auto brengt, heeft het pakket vermoedelijk meer dan een gering gewicht. De andere man komt ook met een tas in zijn handen, vermoedelijk van lichter gewicht. De mannen lopen naar de auto en de tassen/zakken worden in de auto gelegd en zij lopen weer terug richting de boot, waar zij gelijk weer op dezelfde locatie, rechts naast het bestuurdershuisje, aan de slag gaan.
Na ongeveer 7 minuten (het Gerecht begrijpt: omstreeks 19:02 uur) komt één van de mannen de boot af. Hij heeft weer iets in zijn handen hetgeen hij met twee handen lijkt vast te houden. Nadat hij bij de auto is geweest en de goederen daarin heeft gelegd, loopt hij terug naar de boot en gaat hij de boot weer op.
Na een minuut (het Gerecht begrijpt: omstreeks 19:03 uur) komen beide mannen van de boot af terwijl één van de mannen een pakket/tas in zijn armen heeft hetgeen hij in het voertuig legt. Beide mannen stappen vervolgens in de [automerk/model 1].
Omstreeks 19:05 uur rijdt de [automerk/model 1] richting de uitgang van de vissershaven.
Op de camerabeelden van het Resort [resort] gericht op de Caracasbaai in de richting van de vissershaven kan op 23 april 2023 onder meer het volgende worden waargenomen:
Tussen omstreeks 19:02 uur en 19:08 uur, overeenkomend met het tijdstip waarop onder meer de [automerk/model 1] de vissershaven heeft verlaten en de tijd dat het kost om van de Vissershaven naar [resort] te rijden, rijdt de [automerk/model 1] langs [resort].
Ongeveer 10 seconden eerder (het Gerecht begrijpt: tussen omstreeks 18:55 uur en 18:58 uur) rijdt de [automerk/model 2] in de richting van de vissershaven. Uit observaties is gebleken dat dit voertuig door onder andere [verdachte] wordt gebruikt.
Op de camerabeelden van de Vissershaven Caracasbaai van de in- en uitgang van de Vissershaven en een gedeelte van het terrein kan op 23 april 2023 onder meer het volgende worden waargenomen:
Omstreeks 19:10 uur rijdt de [automerk/model 2] het terrein op, rijdt door naar de locatie waar de boot [naam vaartuig] is gelegen het terrein van het pompstation op en parkeert aan de linkerzijde van de vissershaven. Vervolgens komt een man vanuit de locatie waar de [automerk/model 2] staat geparkeerd aanlopen rechtstreeks naar de boot [naam vaartuig]. Hij heeft zijn hand aan zijn oor. De man loopt direct naar de locatie waar eerder de andere mannen goederen hebben weggenomen, blijft daar ongeveer 15 seconden kijken en loopt dan de boot weer af in de richting van de [automerk/model 2].
Omstreeks 19:17 uur rijdt een voertuig van het merk [merk], model [model], het terrein van de vissershaven oprijden, waarin drie personen zichtbaar zijn. De auto rijdt richting de locatie waar de boot [naam vaartuig] is gelegen en parkeert aan de linkerzijde van het terrein naast de [automerk/model 2]. Vervolgens lopen twee mannen vanaf de plek waar de auto’s geparkeerd staan naar de boot [naam vaartuig] en direct naar de locatie waar de goederen zijn weggenomen, rechts naast het bestuurdershuisje.
Omstreeks 19:23 uur staan de mannen aan het begin van de boot en wijzen naar de locatie waar de andere mannen goederen hebben weggehaald, lopen terug naar de auto en komen ongeveer 1,5 minuten later terug en lopen de boot weer op. Zij staan weer bij de locatie waar de goederen zijn weggehaald en er is een lichtpunt zichtbaar.
Omstreeks 19:55 uur rijdt de [automerk/model 4] het terrein op in de richting van de boot [naam vaartuig].
Omstreeks 20:00 uur rijdt de [automerk/model 3] het terrein op naar de omgeving waar de boot [naam vaartuig] is gelegen.
Omstreeks 20:40 uur rijden de [automerk/model 5], de [automerk/model 2] en de [automerk/model 3] in de richting van de uitgang van de vissershaven.
Omstreeks 20:45 uur rijdt de [automerk/model 4] het terrein weer binnen en verlaat na ongeveer vijf minuten weer het terrein.”
3. Op 25 april 2023 omstreeks 13:30 uur bevond het lokale vissersvaartuig met registratieletters en -nummers [registratieletters en -nummers] zich ter hoogte van Bapor Kibra nadat dit het Spaanse Water was uitgevaren. Door de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], dienstdoende bij de Kustwacht Caribisch gebied, werd op het vissersvaartuig een grondige controle uitgevoerd. Zij hebben bij die gelegenheid het volgende gerelateerd:
“Aan boord van het vaartuig bevond zich alleen de kapitein, genaamd [medeverdachte 2]. De kapitein werd gevorderd om de Sint Annabaai binnen te varen, richting de Kustwacht steiger, voor het uitvoeren van een grondige controle. Hij heeft onder meer spontaan verklaard dat hij het vaartuig op 23 april 2023 bij de vissershaven te Caracasbaai had afgemeerd en achtergelaten, en dat hij later had geconstateerd dat men in het vaartuig had ingebroken, waardoor er schade/vernieling aan het deurslot van de kajuit en binnen de kajuit aan de afwerkplanken werd veroorzaakt.
Door het boarding team werd bij het boarden onder meer geconstateerd dat aan het potdeksel zowel aan de bak- en stuurboordzijde verse verf kan worden geroken, dat er oppervlakten op het potdeksel waren bijgewerkt, dat in de kajuit aan beide zijden de afwerkplanken waren vernield en dat na het afschrappen van de verf en silicone zowel aan de bak- als stuurboordzijde er een gelegde plank hout -niet vast getimmerd- zat. Bij het afhalen van deze planken aan beide zijden van het vaartuig, hetgeen klaarblijkelijk een deksel van een compartiment betrof tussen de scheepswand en de dieseltanks aan beide zijden. Alle andere planken van het potdeksel waren vastgetimmerd/bevestigd zodanig dat deze niet los, af te halen waren. Van de buitenkant is er geen andere toegang mogelijk tot deze compartimenten. Beide compartimenten tussen de scheepswand en de dieseltank van het vaartuig waren leeg. Het is ambtshalve bekend dat zulke compartimenten in vaartuigen worden gebouwd om als verborgen compartimenten voor het smokkelen van contrabande te worden gebruikt.”
4 [medeverdachte 1] heeft op 25 mei 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Men is mij aan het berichten dat ik kilopakketten heb weggenomen. Op de dag van het oogstfeest van Banda Bou (Gerecht: 23 april 2023) werd ik na 19:00 uur door [verdachte] opgebeld vanuit het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer verdachte]. Hij vertelde mij om snel naar Caracasbaai te komen, omdat men in de boot had ingebroken. De boot bevond zich in de vissershaven te Caracasbaai en beneden in de boot zag ik dat de wanden binnen in de boot inderdaad waren vernield. De boot heet [naam vaartuig]. Ik hoorde [verdachte] en de Chamo’s zeggen dat men 90 (negentig) kilopakketten had gestolen en dat er 100 (honderd) zoveel kilopakketten in de boot waren achtergebleven, verborgen in verscholen compartimenten in de wanden van de boot. De drugs behoren aan een C[medeverdachte 1]mbiaanse Chamo en [verdachte] is daarvoor verantwoordelijk. Ik heb zonet omstreeks 13:26 uur een Whatsappbericht van [medeverdachte 2] ontvangen. Hij vertelde mij dat ik binnen de komende tien uren de dingen terug moet komen brengen. Als zij niks van mij krijgen na die tijd willen zij dan bloed zien.”
5. De verbalisant [verbalisant 5] heeft op 26 mei 2023 een Whatsapp-audiobericht van [medeverdachte 1] ontvangen en beluisterd. Hij heeft het volgende gerelateerd:
“Op 25 mei 2023 omstreeks 13:26 uur heeft [medeverdachte 1]t een Whatsapp-audiobericht van [medeverdachte 2] vanuit het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 2] ontvangen met de volgende woorden:
[…] Zorg dat je die kutdingen tevoorschijn haalt. […] Zelfs werden auto’s in brand gestoken, zodat je dat kon zien. […] Dan word je opgehaald samen met al de mensen die met je zijn. Dat is leuker voor mij. […] Zorg voordat tien uren voorbij zijn…je hebt tien uren. Zorg voordat tien uren voorbij zijn, je 20 blokken hebt, 20 van die dingen en breng ze. Anders wil ik niks meer. We willen bloed. Waar je getroffen wordt. […] Zorg dat die dingen komen anders zal je horen. Anders moet ik zelf voor dinges verschijnen en als ik voor dinges verschijn, dan scheelt het niet met wie je op Seru staat. […].
Noot verbalisant: uit onderzoek is gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer medeverdachte 2] in gebruik is bij [medeverdachte 2], bijgenaamd [bijnaam]. De stem in dit voicenote komt overeen met de stem van [medeverdachte 2].”
6.
De verdachte [medeverdachte 2] heeft op 8 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Ik heb die de uitlatingen, in het Whatsapp-audiobericht van 25 mei 2023 omstreeks 13:26 uur, inderdaad gedaan. Ik was op dat moment echt boos. Ik ben het met jullie eens dat het een bedreiging was.”
7 [medeverdachte 1] heeft op 26 mei 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Het klopt dat de groep van [verdachte] mij ervan beschuldigt dat ik degene ben geweest die de drugs had gestolen. De inhoud van de kilopakketten betrof cocaïne. Op de dag (het Gerecht begrijpt: op 23 april 2023) dat de cocaïne op de vissershaven werd gestolen kon ik uit de gesprekken die [medeverdachte 2] en [verdachte] met de Zuid-Amerikanen hadden opmaken dat het cocaïne betrof. Zij hadden het over blokken, grote hoeveelheden en dat wat er was gestolen een groot geldbedrag waard was. [medeverdachte 2] is de kapitein van de boot.”
8. Op 2 juni 2023 hebben de verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] een fotoconfrontatie met [medeverdachte 1] gehouden. Zij hebben bij die gelegenheid het volgende gerelateerd:
“V: Vraag verbalisant
A: Antwoord getuige
O: Opmerking verbalisant
Aan de getuige [medeverdachte 1] werd een meerkeuze fotosheet getoond.
V: Wat kan je hierover verklaren?
A: Ik herken de persoon afgebeeld op fotonummer 9. Hij is de zwager van [medeverdachte 2]. Zijn bijnaam is [medeverdachte 3].
Op de fotosheet die aan [medeverdachte 1] werd getoond, staat de man genaamd [medeverdachte 3], afgebeeld op foto nummer 9.”
9. [ medeverdachte 1] heeft op 14 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Op de dag voor het oogstfeest van Banda Bou (het Gerecht begrijpt: op 22 april 2023) gingen [medeverdachte 2], [medeverdachte 3]
en ik omstreeks 23:30 uur op de boot [naam vaartuig], die aangemeerd lag te Piscadera, richting Venezuela varen. [medeverdachte 2] fungeerde als kapitein. [medeverdachte 3] en ik waren de handjes (het Gerecht begrijpt: matrozen) aan boord. Tijdens de tocht wisselden wij steeds af en waren wij allemaal aan het roer. Op de terugvaart heeft [medeverdachte 2] voornamelijk gevaren. Ik was op de hoogte dat wij drugs gingen halen, omdat [verdachte] dit aan mij had verteld. Toen wij op de bestemming waren aangekomen kwam een andere boot ongeveer gelijk met ons aanvaren. Wij voeren naar elkaar toe. De andere boot was afkomstig uit Venezuela, had vier mannen aan boord en ze spraken allemaal alleen Spaans. Ik wist dat de andere boot afkomstig was uit Venezuela, omdat [verdachte] tegen ons had gezegd dat wij naar Venezuela moesten varen. De man met wie [medeverdachte 2] heeft gesproken en een andere man aan boord gaven ons vier grote balen met drugs en zowel [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] als ik namen de balen over. Vervolgens voer de andere boot terug richting Venezuela. [medeverdachte 2] en ik hebben de drugs in de verborgen ruimtes van de boot verstopt. Wij hebben de houten plank weggehaald en de pakketten één voor één verstopt. De boot heeft zowel aan de linker- als aan de rechterzijde een verborgen ruimte. Aan de rechterkant zaten er meer dan aan de linkerkant. Wij waren aan de rechterzijde begonnen en toen deze zijde vol zat gingen wij door aan de linkerkant. Een deel van de partij pakketten was omringd met zwart gekleurde tape en een deel was omringd met bruin gekleurde tape. Op de zwarte was een sticker of een embleem in het midden zichtbaar. Wij waren omstreeks 16:00 uur ’s middags terug. [medeverdachte 2] heeft ons naar de Vissershaven van Caracasbaai gevaren en [verdachte] kwam ons, aldus [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en ik in zijn rood gekleurde [automerk/model 2] ophalen, waarna wij naar onze auto’s te Piscadera reden.
De zijde waarvan ik, in een gesprek gevoerd tussen [verdachte] en mij op 23 april 2023 omstreeks 19:23 uur, heb gezegd dat het ‘vol vol’ zat, betrof de zijde die ik eerst had gevuld. Die was vol geraakt, daarom heb ik gezegd vol vol. Ik reed in mijn grijs gekleurde [automerk/model 4] en toen ik bij de vissershaven aankwam waren de drie Chamo’s en [verdachte] al daar. [verdachte] was in zijn rood gekleurde [automerk/model 2]. Dit was het voertuig van de Chamo’s:
Zij spraken alleen Spaans. Ik ben aan boord gegaan en zag dat een deel van de partij was weggenomen. [verdachte] zei tegen de Chamo’s dat er ongeveer 90 pakketten waren weggenomen. Het hout werd niet helemaal vernield. Zij hebben gepakt wat zij konden pakken, een deel konden zij niet zien en dat is dus achtergebleven. Ik was in de boot aan het kijken toen [medeverdachte 2] samen met [medeverdachte 3] in de rood met grijs gekleurde [automerk/model 3] kwamen aanrijden. [verdachte] heeft gezegd dat ik de andere zijde van de boot moest openmaken zodat wij de pakketten eruit konden halen. Ik heb de zijde opengemaakt door de plank te verwijderen. Vervolgens hebben twee van de drie Chamo’s alle pakketten eruit gehaald en in boodschappentassen van Centrum of Mangusa gedaan. Het waren vijf of zes supermarkttassen met een rode rand. De twee Chamo’s hebben tijdens het uithalen de pakketten geteld en zeiden dat het 90 pakketten waren. Dit betrof de volle kant en het restant van de kant dat bij de diefstal eruit was gehaald. De boodschappentassen met de drugs werden naar de rood gekleurde [automerk/model 2] gebracht. Iedereen ging naar zijn auto. Ik bleef achter om de gaten van de boot met stof dicht te maken. Hierna ging ik ook weg. Ik denk dat de drugs naar [adres 1] zijn gebracht, omdat de afspraak was dat wij gelijk naar [adres 1] zouden gaan en ik hen daar na afloop zou ontmoeten.
Dit is het grijs gekleurde middelste gedeelte van de plank op de boot [naam vaartuig] die wij weghalen om de drugs te verstoppen. Aan de bovenzijde en aan de onderzijde zit een schroef, die verwijderen wij en dan krijgen wij toegang tot de verborgen ruimte:
Wij hebben seal, een soort speciale lijm, aan boord, waarmee de plank nadat wij deze hebben losgehaald en de drugs hebben verstopt weer met lijm dichtmaken. Dan is de ruimte verborgen.
Deze plank is aan de andere kant en geeft toegang tot de verborgen ruimte:
Hier is de plank verwijderd en is de kluis zichtbaar. Hier zaten onder meer de drugs verstopt:
Ik herken deze pakketten als de pakketten cocaïne die ik in het verborgen compartiment op de boot [naam vaartuig] had verstopt:
Ik herken de boodschappentassen als de tassen met drugs afkomstig van de boot [naam vaartuig]. De rode randen van de boodschappentassen zijn goed zichtbaar. Dit zijn de tassen die ik bedoelde:
[afbeelding niet beschikbaar] ”
10. De verbalisant [verbalisant 7] heeft het volgende gerelateerd:
Op 7 juni 2023 vond een huiszoeking plaats op het adres [adres 2], alwaar de verdachte [medeverdachte 2] woonachtig is. Het navolgend voorwerp, te weten een Garmin eTrex GPS-systeem werd onder meer aangetroffen en inbeslaggenomen, waarvan de gegevens werden opgeslagen en overgezet op een harde schijf.
Na analyse van de opgeslagen informatie is vastgesteld dat het GPS-systeem sinds 2020 in gebruik is. De weergegeven tijden zijn in UTC time zijn, aldus vier uren later dan de lokale tijd in Curaçao.
Op 23 april 2023 heeft het GPS-systeem op verschillende locaties verbinding gemaakt met een satelliet, namelijk:
(-) omstreeks 05:18:48 uur (het Gerecht begrijpt: 01:18:48 uur) maakt het voor het eerst verbinding in de omgeving van de vissershaven te Piscadera en verplaatst zich vervolgens in zuidelijke richting;
(-) tussen omstreeks 10:10 uur (het Gerecht begrijpt: 05:10 uur) en 10:38 uur (het Gerecht begrijpt: 05:38 uur) maakt het diverse malen verbinding op twee locaties -met de meest zuidelijke coördinaten-, namelijk op ongeveer 45 kilometer ten zuiden van Curaçao en op ongeveer 30 kilometer ten noorden van de kust van Venezuela en verplaatst zich vervolgens in noordelijke richting.”
11. Tussen 14 mei 2023 en 24 mei 2023 werd vertrouwelijke communicatie, gevoerd vanuit onder meer het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] in gebruik bij [verdachte], bijgenaamd [verdachte], opgenomen en afgeluisterd. De verbalisant [verbalisant 8] heeft de navolgende gevoerde gesprekken vastgelegd. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd:
“Op 15 mei 2023 omstreeks 11:40 uur wordt [verdachte], bijgenaamd [verdachte], op het mobiele nummer [telefoonnummer verdachte] door een NN-man die gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] opgebeld.
Nnm: Uhm. [betrokkene] heeft mij gestuurd om een geld te halen bij je.
[verdachte]: Welk geld ophalen? Welk geld?
Nnm: Geld dat je aan hem moet geven.
[…]
[verdachte]: Dat ik vanuit Boca vertrek. Komt daar in het Oosten aan. Hebben ze mij gestolen. Wie heeft mij bestolen. De moer die ermee kwam zitten daarbeneden. Hij heeft die stommeling gemaakt, maar broer. Dus ik ben in meer...
Nnm: Wie?
[verdachte]: [medeverdachte 1]!!!
Nnm: Ai nee, zwager.
[verdachte]: [medeverdachte 1], mijn broer. De video heeft alle moer uitgehaald, mijn broer. Begrijp je me? Iedereen weet, dat ik zit in mijn problemen. Dus de eerste keer was het gooien van dingen weg. Daar heb ik al probleem met de mensen. Nu wordt gestolen, een ander fucking probleem. En ik zeg verdomme, dus stop met ouwehoeren. Wanneer zet men hun ‘fucking’ hand aan hun hart. Kijk…of doen alsof ik ga werken en ik betaal niemand. Een stommeling broer tien…tien..
Nnm: Blijkbaar…blijkbaar, [naam].
[verdachte]: Broer vijftien…vijftienduizend gulden, broer.
Nnm: Blijkbaar, [naam]. Nee, zeventien moet je aan hem geven, want je bent hem twee schuldig. Van de oude, noh.
[verdachte]: Ja ja correct.
[…]
Nnm: Ik weet het. Maar nu…nu…nu…nu…hoe kan [medeverdachte 1] met niets gaan, broer? En waar is [medeverdachte 1]? En je ging [medeverdachte 1] pakken dan?
[verdachte]: Zij zijn [medeverdachte 1] aan het zoeken. De colombianen hier beneden. Is dezelfde colombiaan met wie ik naar ‘Forti’ ging bij [betrokkene] zitten daarbeneden eten.
Nnm: Daar heeft iedereen [medeverdachte 1] gezien, voorbij rijden op een ‘Quad’ en alle moer gaat en kom terug.
[verdachte]: Broer, deze mannen zijn bezig om die man te pakken, om hem te gaan uitpersen om ding uit te halen.
Nnm: Wel, beter dat ze hem pakken, voordat wanneer ze hem pakken om uit te persen en hij niets heeft.
[verdachte]: Begrijp je? Dat ding is de mannen ermee bezig. Begrijp je? En wat gebeurt er? Is mensen…ik ga je weer zeggen…mensen verneuken de man…het hoofd van [betrokkene].
[…]
Nnm: je moet ook wel begrijpen, dat de mensen ook op je zijn aan het wachten en begrijp hetzelfde, dat wij je begrijpen. Je moet ook begrijpen, dat elke keer wij een afspraak hebben met je. Maar elke keer de mensen, die hij hebt aan het werken voor je, je bedonderen. Nu, wij kunnen dat begrijpen, maar we kunnen dat niet het hele leven blijven begrijpen. Want kijk een bedonderen, twee bedonderen, drie bedonderen, vier bedonderen, de vijfde bedonderen kom je niet verschijnen. Nu, ze vermoorden je. Wat moet dan? Begrijp je wat ik ermee bedoel? Begrijp je wat ik ermee bedoel?
[verdachte]: Ik begrijp je, ik begrijp je.
Nnm: Want kijk…een…twee…drie. Jij moet ook je halt zetten om die bedonderen te houden ook Toro. Je kan niet laten dat die bedonderen zo blijft doorgaan. We zijn je hier aan het begrijpen, maar we komen ook aan een dag, dat we een einddatum zetten. Dus dat jij ook je eind plaatje (het Gerecht begrijpt: blaadje) krijgt. Wij ook ons blaadje krijgen. Iedereen wil blaadje krijgen. Dat we gelukkig blijven. Want…zodat als je mij hier uitlegt…is niet jou.
Op 19 mei 2023 omstreeks 09:28 uur wordt [verdachte], bijgenaamd [verdachte], op het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] door een onbekende vrouw, bijgenaamd [onbekende vrouw], die gebruikmaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer onbekende vrouw] opgebeld.
[…]
[verdachte]: En later [medeverdachte 1] ook, heeft Booby Trap gemaakt en liet hen dingen stelen. Ach nee, broer.
[onbekende vrouw]: Je liegt baby.
[verdachte]: Ik ben je aan het zeggen. Ik ben je aan het zeggen.
[onbekende vrouw]: Nee.
[verdachte]: Ja, zwager. [medeverdachte 1] daar, broer.
[…].”
12. De verdachte [verdachte] heeft op 7 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Ik maak gebruik van een boot met registratieletters en -nummers [registratienummer], genaamd [naam vaartuig].”
13. De verdachte [verdachte] heeft op 7 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“De boot [naam vaartuig] lag afgemeerd aan de Caracasbaai en onbekenden hebben in de boot ingebroken. [medeverdachte 2] was de kapitein toen de boot was uitgevaren. Hij was met twee andere mannen uitgevaren.
[medeverdachte 2] is mijn vriend. Ik heb hem in de gevangenis leren kennen. Ik ken hem als [medeverdachte 2] en ik heb wel gehoord dat anderen hem ook [medeverdachte 2] noemen.
[medeverdachte 1] en ik zijn goed bevriend met elkaar. Zijn voornaam is [medeverdachte 1]. Ik ken hem al van jongs af. In de periode dat ik in de gevangenis zat kwam [medeverdachte 1] ook bij mij.”
14. De verdachte [verdachte] heeft op 8 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] is een nummer van mij, maar ik maak daar geen gebruik meer van. Ik herken de stemmen, van het gesprek gevoerd op 23 april 2023 omstreeks 19:19 uur, als mijn stem en die van [medeverdachte 2]. Ik herken de stemmen, van het gesprek gevoerd op 23 april 2023 omstreeks 19:23 uur, als mijn stem en die van [medeverdachte 1]. Ik herken de stemmen, van het gesprek gevoerd op 23 april omstreeks 20:44 uur, als mijn stem en die van [medeverdachte 1].
Ik heb de diefstal als eerste ontdekt. Ik heb daarna [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gebeld en hen verzocht om naar de vissershaven te komen. Er werden planken van de vloer en houtenplanken van de machineruimte kapot gemaakt. Ook het hangslot werd kapot gemaakt. Het klopt dat [medeverdachte 1] later naar de vissershaven is teruggereden om een gat met stof dicht te maken. [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en ik hebben de grote boodschappentassen in mijn rood gekleurde [automerk/model 2] geladen.”
15. De verdachte [verdachte] heeft op 8 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Ik herken de stemmen, van het gesprek gevoerd op 15 mei 2023 omstreeks 11:40 uur, als mijn stem en die van een vriend van mij, genaamd [vriend verdachte].
Ik herken de stemmen, van het gesprek gevoerd op 19 mei 2023 omstreeks 09:28 uur, als mijn stem en die van [onbekende vrouw]. [onbekende vrouw] is één van mijn dushi’s (het Gerecht begrijpt: liefjes of vriendinnetjes). Zij zit in de gevangenis in Nederland voor drugs.”
16. De verdachte [verdachte] heeft op 12 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Ik ken [medeverdachte 4] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte 4]) via een andere Venezolaanse vriend, genaamd [persoon 1]. We zijn heel goed bevriend met elkaar en ik ken hem van lang geleden. Ik heb hem aan het adres te [adres 1] laten wonen.”
17. De verdachte [verdachte] heeft op 20 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Het klopt dat ‘[medeverdachte 1]’, [medeverdachte 2] en ‘[medeverdachte 3]’ die avond (het Gerecht begrijpt: 22 april 2023) samen zijn vertrokken vanuit Piscadera. Ik was die avond ook aanwezig bij Piscadera. Het klopt dat ik, op de dag van de diefstal op de boot [naam vaartuig] (het Gerecht begrijpt: op 23 april 2023), [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in mijn rood gekleurde [automerk/model 2] bij de vissershaven van Caracasbaai heb opgehaald toen zij terug waren gekomen en dat ik hen bij hun auto’s bij Piscadera heb afgezet. Het klopt dat ik de boodschappentassen in mijn auto heb meegenomen.”
18. De verdachte [medeverdachte 2] heeft op 8 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Ik herken de stemmen, van het gesprek gevoerd op 22 april 2023 omstreeks 23:27 uur, als mijn stem en die van [verdachte].
Het gesprek gevoerd op 23 april 2023 omstreeks 19:19 uur betreft de dag waarop [verdachte] mij had opgebeld om te zeggen dat er in de boot was ingebroken. Het hangslot op de deur van de boot was gebroken en al het hout beneden in de boot was vernield. Het klopt dat ik naar de vissershaven ben gegaan om naar de boot te kijken. Ik zag dat de wanden beneden en van de bodem kapot waren.”
19. De verdachte [medeverdachte 2] heeft op 8 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Ik was op die dag (het Gerecht begrijpt: op 22 april 2023) met [medeverdachte 1] en mijn zwager (het Gerecht begrijpt: de verdachte [medeverdachte 3]) uitgevaren.”
20. De verdachte [medeverdachte 2] heeft op 21 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Iedereen heeft gevaren. Nadat wij bij de vissershaven te Caracasbaai waren aangekomen werden wij door [verdachte] opgehaald. Toen ik na de diefstal naar de vissershaven was terug gegaan waren [verdachte] en [medeverdachte 1] al daar. Toen [verdachte] mij had opgebeld met betrekking tot de diefstal had ik mijn zwager, [medeverdachte 3], thuis opgehaald. Wij zijn toen naar de vissershaven gereden. Mijn zwager, wie ik [medeverdachte 3] noem, en [medeverdachte 3] zijn dezelfde persoon.”
21 De verbalisant [verbalisant 9] heeft het volgende gerelateerd:
“Op 7 juni 2023 vond een huiszoeking plaats op het adres, [adres 1], alwaar de verdachte [medeverdachte 4] woonachtig is. De navolgende voorwerpen werden onder meer aangetroffen en inbeslaggenomen:
(-) in de woonkamer, een boodschappentas inhoudende 3 (drie) met zwarte plastic en transparante plastic bewerkte pakken, elk inhoudende een hoeveelheid samengeperste witachtige poeder en brokjes, 2 (twee) Zip Lock-zakken, 2 (twee) plasticzakken, en één (1) plasticzak inhoudende 4 (vier) plasticzakken inhoudende in totaal 200 (tweehonderd) op maat geknipte zilverkleurige papier, elk bevattende een geringe hoeveelheid witachtige poeder;
(-) in de badkamer, 3 (drie) boodschappentassen met als inhoud zwarte blokken met logo’s erop (26 blokken in het plafond);
(-) in de keuken, 4 (vier) kleine zakjes met witte poeder.
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] ”
22 De verbalisant [verbalisant 10] heeft het volgende gerelateerd:
“Op 7 juni 2023 vond een huiszoeking plaats op het adres, [adres 1], alwaar de verdachte [medeverdachte 4] woonachtig is. De navolgende voorwerpen werden onder meer aangetroffen en inbeslaggenomen:
(-) een kwitantie van Aqualectra ten name van [verdachte], onder vermelding van het adres [adres 2], en het adres van gebruik te [adres 3];
(-) in de slaapkamer, in de onderste lade van de klerenkast, een pas van Bureau Telecommunicatie en Post op naam van [verdachte];
(-) in de keuken, een aantal dozen medicijnen met de naam van [verdachte] erop vermeld.“
23. De verbalisant [verbalisant 6] heeft het volgende gerelateerd:
“Op 7 juni 2023 vond een huiszoeking plaats op het adres, [adres 1], alwaar de verdachte [medeverdachte 4] woonachtig is. Ter plaatse werd onder meer een wit gekleurde mobiele telefoon van het merk Apple, model iPhone, toebehorende aan de verdachte [medeverdachte 4], aangetroffen en voor verder onderzoek inbeslaggenomen.
Na analyse van de opgeslagen informatie in de mobiele telefoon, is gebleken dat de verdachte [medeverdachte 4] gebruiker is van deze mobiele telefoon. In het geheugen van de mobiele telefoon werden verschillende uitgewerkte gesprekken aangetroffen tussen het aansluitnummer [telefoonnummer medeverdachte 4] in gebruik bij de verdachte [medeverdachte 4], met de gebruikersnaam ‘Invisible’, en het aansluitnummer [telefoonnummer transporte] in gebruik bij een persoon met de gebruikersnaam ‘Transporte’.
Op 7 juni 2023 omstreeks 12:01:54 uur en 12:02:09 uur werd door de gebruikersnaam ‘Invisible’ de navolgende foto’s verzonden:
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] “
24. De verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12] hebben het volgende gerelateerd:
“Op 7 juni 2023 vond een huiszoeking plaats op het adres, [adres 4], alwaar de verdachte [verdachte] woonachtig is. Ter plaatse werd onder meer een mobiele telefoon van het merk Samsung, model A03 Core, toebehorende aan de verdachte [verdachte], aangetroffen en voor verder onderzoek inbeslaggenomen.
Na analyse van de opgeslagen informatie in de mobiele telefoon, is gebleken dat de verdachte [verdachte] gebruiker is van deze mobiele telefoon. Na analyse van de veiliggestelde opgeslagen informatie in de mobiele telefoon werden 3 (drie) afbeeldingen van een pakket met logo erop aangetroffen. Na onderzoek is gebleken dat de kilopakketten afgebeeld op deze foto’s overeenkomen met de aangetroffen en inbeslaggenomen kilopakketten te [adres 1], alwaar de verdachte [medeverdachte 4] woonachtig is:
[afbeelding niet beschikbaar] ”
25. De verbalisant [verbalisant 10] heeft het volgende gerelateerd:
“Op 7 juni 2023 heb ik onderzoek ingesteld naar de inbeslaggenomen 29 (negenentwintig) met zwarte plastic en transparante plastic bewerkte pakken, elk inhoudende een hoeveelheid samengeperste witachtige poeder en brokjes, 1 (één) Zip Lock zak, inhoudende 6 (zes) plasticzakjes inhoudende, elk een hoeveelheid samengeperste witachtige poeder en brokjes, 1 (één) Zip Lock zak inhoudende een hoeveelheid witachtige poeder, 6 (zes) plasticzakjes inhoudende een geringe hoeveelheid witachtige poeder en brokjes en 200 (tweehonderd) op maat geknipte zilverkleurige papier, elk inhoudende een geringe hoeveelheid witachtige poeder.
Bij weging van de 29 (negenentwintig) met zwarte plastic en transparante plastic bewerkte pakket, elk inhoudende een hoeveelheid samengeperste witachtige poeder en brokjes, bleken deze een gezamenlijk brutogewicht van 31760 gram te hebben.
Vervolgens is vanuit 6 (zes) van de met zwarte plastic en transparante plastic bewerkte pakken, afzonderlijk, elk inhoudende een hoeveelheid samengeperste witachtige poeder en brokjes, met behulp van een daartoe bestemde Narcotest, getest. Bij het testen trad een positieve kleurreactie op, zodat aangenomen kan worden dat de geteste hoeveelheden witachtige poeder en brokjes vermoedelijk cocaïne betrof.
Bij weging van de Zip Lock zak, inhoudende 6 (zes) plasticzakjes inhoudende, elk een hoeveelheid samengeperste witachtige poeder en brokjes, een Zip Lock inhoudende een hoeveelheid witachtige poeder en 6 (zes) kleine plasticzakken inhoudende een geringe hoeveelheid witachtige poeder en brokjes, bleken deze een gezamenlijk brutogewicht van 842 gram te hebben.
Vervolgens is vanuit 5 (vijf) van de plasticzakken en Zip Lock zakken, afzonderlijk, een geringe hoeveelheid witachtige poeder en brokjes, met behulp van een daartoe bestemde Narcotest, getest. Bij het testen trad een positieve kleurreactie op, zodat aangenomen kan worden dat de geteste hoeveelheden witachtige poeder en brokjes vermoedelijk cocaïne betrof.
Bij weging van de 200 (tweehonderd) op maat geknipte zilverkleurige papier, elk inhoudende een geringe hoeveelheid witachtige poeder, bleken deze een gezamenlijk brutogewicht van 138 gram te hebben.
Vervolgens is vanuit 5 (vijf) van de op maat geknipte zilverkleurige papier, afzonderlijk, elk inhoudende een geringe hoeveelheid witachtige poeder, met behulp van een daartoe bestemde Narcotest, getest. Bij het testen trad een positieve kleurreactie op, zodat aangenomen kan worden dat de geteste hoeveelheden witachtige poeder en brokjes vermoedelijk cocaïne betrof.
Uit 29 (negenentwintig) van de reeds omschreven pakken, afzonderlijk, uit 3 (drie) van de reeds omschreven op maat geknipte zilverkleurige papier, afzonderlijk, uit 6 (zes) plasticzakjes, uit de Zip Lock zak en uit 6 (zes) kleine plasticzakjes, afzonderlijk, werd een monster genomen en in 12 (twaalf) afzonderlijke plastic potjes met dopje gedaan, voorzien van het opschrift 35/2023 code II-B-1 tot en met II-B-12. De potjes met inhoud werden in een verzegelde envelop op 8 juni 2023 ter beschikking gesteld aan de afdeling Toxicologie van het Analytisch Diagnostisch Centrum N.V. (hierna: ADC).”
26. De afdelingshoofd Toxicologie en Geneesmiddelenonderzoek van het ADC, [onderzoeker] MSc, heeft op 8 juni 2023 de aangeboden 12 (twaalf) monsters, voorzien van opschrift 35/2023 II-B-1 t/m II-B-12, ontvangen en onderzocht. Zij heeft het volgende gerapporteerd:
“Het materiaal bestond uit 12 (twaalf) plastic potjes met dopje, waarvan 9 (negen) plastic potjes, elk inhoudende een geringe hoeveelheid witachtige poeder en brokjes en 3 (drie) plastic potjes, elk inhoudende een op maat geknipte zilverpapier, inhoudende een geringe hoeveelheid witachtige poeder.
Uit de verkregen resultaten moet de conclusie worden getrokken dat het materiaal cocaïne bevat in de zin van de Opiumlandsverordening 1960.”
27. De verdachte [verdachte] heeft op 7 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Ik woonde tot twee maanden geleden in het huurappartement gelegen aan de [adres 1].”
28. De verdachte [verdachte] heeft op 12 juni 2023 de volgende verklaring afgelegd:
“Toen ik uit het appartement vertrok bleef ik het appartement huren. Ik ging dagelijks naar het appartement om mijn vissen te voeren.”
Ten aanzien van feit 5
1. De verbalisant [verbalisant 13] heeft het volgende gerelateerd:
“Op 7 juni 2023 vond een huiszoeking plaats op het adres [adres 5], alwaar de verdachte [verdachte] woonachtig is. De navolgende voorwerpen werden onder meer aangetroffen en inbeslaggenomen:
(-) onder een vuilniszak in de prullenbak in de badkamer, een zilver gekleurd pistool met een zwart handvat van het merk [vuurwapenmerk/model 1], voorzien van serienummer: [serienummer], met een patroonhouder bevattende 17 (zeventien) patronen van het kaliber 9 x 19 mm.“
2. De verbalisant [verbalisant 14] heeft het volgende gerapporteerd:
“Op 7 juni 2023 zijn, onder de als verdachte aangemerkte [verdachte], de navolgende inbeslaggenomen voorwerpen voor onderzoek aangeboden:
- een pistool van het merk [vuurwapenmerk/model 1], van het kaliber 9 x 19 mm, en voorzien van serienummer: [SERIENUMMER], met bijbehorende patroonhouder;
- 17 (zeventien) scherpe patronen van het kaliber 9 x 19 mm, waarvan 15 (vijftien) scherpe patronen voorzien van bodemstempel S & B, 1 (één) scherpe patroon voorzien van bodemstempel R-P en 1 (één) scherpe patroon voorzien van bodemstempel GFL.
Het pistool is bestemd en geschikt om kogels door een loop af te schieten. Het aangeboden vuurwapen werkt optimaal en de scherpe patronen, die zijn gebruikt, werden tijdens het proefschieten normaal tot ontbranding gebracht. Het pistool en de scherpe patronen van het kaliber 9 x 19 mm zijn deugdelijk.
Het pistool is een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd. De scherpe patronen van het kaliber 9 x 19 mm zijn munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd.”
3. De verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:
“Het klopt dat er op 7 juni 2023 een pistool met patroonhouder met 17 (zeventien) patronen onder een vuilniszak in de prullenbak in de badkamer van mijn slaapkamer werd aangetroffen. Ik had het vuurwapen voor thuis en niet om over straat mee te lopen.”
Bewijsoverwegingen
Ten aanzien van feit 3 en feit 4
Inleidende feiten en omstandigheden
Het Gerecht gaat, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden.
Op 16 mei 2022 is bij de politie via de Criminele Inlichtingen Dienst van de Kustwacht van het Koninkrijk der Nederlanden van het Caribisch gebied (hierna: CID-Kustwacht) de informatie binnengekomen dat [verdachte], met wie wordt bedoeld de verdachte [verdachte], de opdrachtgever is van de smokkel van een partij cocaïne die onlangs op Hato Airport in beslag is genomen. Vervolgens is via de CID-Kustwacht op 27 september 2022 de informatie binnengekomen dat [verdachte] gebruikmaakt van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer verdachte]. Daaropvolgend is via de CID-Kustwacht op 3 oktober 2022 de informatie binnengekomen dat [verdachte] gebruikmaakt van twee panden waarin hij onder meer de verdovende middelen bewaart en dat [verdachte] in bezit is van een vuurwapen. De informatie ontvangen door de CID-Kustwacht is daarbij als betrouwbaar aangemerkt. Vanaf 27 september 2022 werd vertrouwelijke communicatie, gevoerd vanuit het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer verdachte], opgenomen en afgeluisterd en de gevoerde gesprekken vastgelegd. Uit de inhoud van meerdere opgenomen vertrouwelijke communicatie is onder meer gebleken dat door verschillende personen, waaronder de verdachte ([verdachte]) zelf, in versluierende taal met elkaar werd gesproken. Het is een feit van algemene bekendheid dat betrokkenen bij de handel in verdovende middelen zich in telefoongesprekken veelal bedienen van versluierende taal. Door het voorgaande rees het vermoeden dat de verdachte [verdachte], samen met anderen, betrokken was bij het invoeren van dan wel de handel in verdovende middelen via zee en daarin een prominente rol heeft.
Uit de bewijsmiddelen blijkt van de navolgende feiten en/of omstandigheden.
(-) de boot ‘[naam vaartuig] is in de nachtelijke uren van 22 april 2023 op 23 april 2023 vanuit de vissershaven te Piscadera uitgevaren en werd na terugkomst op 23 april 2023 bij de vissershaven te Caracasbaai afgemeerd;
(-) aan boord bevonden zich de verdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3];
(-) blijkens de op 14 juni 2023 door de verdachte [medeverdachte 1], tot het bewijs gebezigde, afgelegde verklaring is op 23 april 2023 een partij verdovende middelen vanuit een boot afkomstig uit Venezuela door een aantal Spaanssprekende mannen op de boot ‘[naam vaartuig] overgeladen;
(-) door de verdachte [medeverdachte 1], en de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is een hoeveelheid van 180 à 190 kilopakketten aan verdovende middelen in de verborgen compartimenten op de boot gezet;
(-) aan de hand van geanalyseerde opgeslagen gegevens in het GPS-systeem dat tijdens de aanhouding en huiszoeking op het adres van de verdachte [medeverdachte 2] is aangetroffen en inbeslaggenomen, is uit de gereconstrueerde vaarroute gebleken dat het GPS-systeem op 23 april 2023 veelvuldig verbinding heeft gemaakt met een satelliet, te weten op ongeveer 45 kilometer ten zuiden van Curaçao en op ongeveer 30 kilometer ten noorden van de Venezolaanse kust;
(-) op 23 april 2023 vindt er een diefstal op de boot ‘[naam vaartuig] plaats;
(-) van deze diefstal wordt door de verdachte geen aangifte gedaan;
(-) na analyse van de camerabeelden opgenomen op 23 april 2023 bij de Vissershaven te Caracasbaai wordt waargenomen dat -in het bijzonder- een [automerk/model 1] betrokken was bij het wegnemen van goederen uit de boot en dat twee inzittenden van de [automerk/model 1] vanaf omstreeks 18:29 uur op de boot bezig waren en enkele tassen uit de boot in de [automerk/model 1] hebben gezet, om vervolgens omstreeks 19:05 uur het terrein van de vissershaven te verlaten;
(-) de verdachte heeft op 23 april 2023 omstreeks 19:19 uur in een telefoongesprek, gevoerd met de verdachte [medeverdachte 2], onder meer het navolgende besproken:
* de mensen hebben het hangslot van de boot gebroken [...] zij hebben een stuk van het hout kapot gemaakt en de dingen weggenomen;
* komen jullie hier boven;
(-) de verdachte heeft op 23 april 2023 omstreeks 19:23 uur in een telefoongesprek, gevoerd met de verdachte [medeverdachte 1], onder meer het navolgende besproken:
* de boot is kapot gemaakt;
* ik heb [medeverdachte 2] (de verdachte [medeverdachte 2]) al gebeld, jullie zoeken hem en kom hierboven, want ze hebben ingebroken, de linkerkant, de rechterzijde, zij hebben de tank opengemaakt en ze [...] hebben uitgehaald, niet aan de zijde van het stuur, maar de andere zijde, waarop de verdachte [medeverdachte 1] reageert dat die zijde vol vol zat;
* kom nu direct…nu direct;
(-) op 25 april 2023 is de boot door de Kustwacht aan een grondige controle onderworpen, waarbij is geconstateerd dat:
* aan het potdeksel, zowel aan de bak- en stuurboordzijde, verse verf wordt geroken
* er oppervlakten op het potdeksel waren bijgewerkt;
* in de kajuit aan beide zijden de afwerkplanken waren vernield;
* na het afschrappen van de verf en silicone zowel aan de bak- als stuurboordzijde een niet vast getimmerde houten plank was gelegd en dat bij afhalen van deze planken aan beide zijden van het vaartuig, een deksel van een compartiment betrof tussen de scheepswand en de dieseltanks aan beide zijden;
* alle planken van het potdeksel waren zodanig vastgetimmerd dat deze niet los, af te halen waren;
* het is ambtshalve bekend dat zulke compartimenten in vaartuigen worden gebouwd om als verborgen compartimenten voor het smokkelen van contrabande te worden gebruikt.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van de ten laste gelegde invoer van verdovende middelen zal worden vrijgesproken. Hij heeft, kort samengevat, aangevoerd dat de tapgesprekken en de door de verdachte [medeverdachte 1] afgelegde verklaringen onvoldoende zijn om de betrokkenheid van de verdachte bij de invoer van verdovende middelen vast te stellen. De verklaringen van de verdachte [medeverdachte 1] mogen niet voor het bewijs worden gebruikt, nu deze geen steun vinden in de afgetapte telefoongesprekken, aldus de raadsman.
Betrouwbaarheid van de tot het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte [medeverdachte 1]
Naar het oordeel van het Gerecht wordt de verklaring van de verdachte [medeverdachte 1] van 14 juni 2023, daar waar hij de verdachte belast als zijnde de opdrachtgever van en de persoon die verantwoordelijk is voor het transport van de verdovende middelen op 23 april 2023 vanuit Venezuela naar Curaçao, maar ook zichzelf en de verdachte [medeverdachte 3] en de verdachte [medeverdachte 2] belast, ook door andere bewijsmiddelen ondersteund. Zijn gedetailleerde verklaringen met betrekking tot de boot ‘[naam vaartuig] en de kilopakketten verdovende middelen met de daarbij behorende boodschappentassen, nadat hij geconfronteerd wordt met de onderzoeksbevindingen tijdens de politieverhoren, worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Het Gerecht wijst daarbij ook op de tot het bewijs gebezigde tapgesprekken die de gang van zaken voor wat betreft de gepleegde diefstal op de boot ondersteunen.
Bij aanvang en afsluiting van het verhoor geeft de verdachte [medeverdachte 1] aan bang te zijn voor zijn eigen veiligheid en dat hij meerdere bedreigingen, ook vanuit de gevangenis en van de verdachte [medeverdachte 2], heeft ontvangen. De verdachte [medeverdachte 1] blijft vervolgens bij deze voor de verdachten belastende verklaringen in de daarop volgende politieverhoren.
Het Gerecht acht de belastende verklaringen van de verdachte [medeverdachte 1], daar waar het gaat om het noemen van de verdachte als opdrachtgever van het transport, maar ook wat betreft de rol van de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], mede gelet op de wijze van totstandkoming ervan, en de inhoud van de overige door hem afgelegde verklaringen, betrouwbaar en geloofwaardig en bezigt deze dan ook tot het bewijs. Het verweer wordt verworpen.
Tapgesprekken
Door de verdediging is niet betwist dat met de persoon bijgenaamd [verdachte] de verdachte wordt bedoeld noch dat het mobiele telefoonnummer: [telefoonnummer verdachte], in gebruik was bij de verdachte.
Het Gerecht overweegt hieromtrent dat, gelet op onder meer de belastende verklaring van de verdachte [medeverdachte 1], met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachten in de voor het bewijs gebezigde tapgesprekken versluierend spraken over (voorgenomen) transport van verdovende middelen. Naar het oordeel van het Gerecht kunnen ook deze gesprekken zelf in een voor de bewezenverklaring betekenisvolle samenhang worden geplaatst, zoals weergegeven in de bewijsmiddelen. Het Gerecht is van oordeel dat de verweren omtrent de redengevendheid van het bewijs voor het overige worden weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen en de nadere overweging hieromtrent.
De door de verdachte [medeverdachte 1] geschetste gang van zaken, de wijze waarop de verdachten over de diefstal op de boot hebben gesproken in de (tap)gesprekken en de geanalyseerde informatie in het GPS-systeem, die tot het bewijs worden gebezigd, bevestigen dat sprake is geweest van een transport van verdovende middelen.
Het Gerecht neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte [medeverdachte 1] door de verdachte [medeverdachte 2] met de dood werd bedreigd indien hij niet 20 blokken binnen 10 uren tevoorschijn zou halen. Anders dan de verdachte [medeverdachte 2] het Gerecht wil doen geloven, namelijk dat hij daarmee heeft bedoeld dat de verdachte [medeverdachte 1] de vis een dag na de diefstal aan een zekere ‘Blòki’ (Gerecht: ‘Blok’) heeft verkocht, kan naar het oordeel van het Gerecht uit het desbetreffende gesprek niet anders worden afgeleid dan dat de verdachte [medeverdachte 1] met 20 blokken (kilo-blokken) verdovende middelen over de brug diende te komen. Voormelde gang van zaken, de resultaten van de tapgesprekken die werden gevoerd, de stemherkenningen en de transcripties van de gevoerde gesprekken, zijn naar het oordeel van het Gerecht bruikbaar voor het bewijs. De concreet voor het bewijs gebezigde transcripties van gevoerde gesprekken acht het Gerecht ook voldoende betrouwbaar. Hetzelfde geldt voor de beschrijving van hetgeen op de camerabeelden wordt waargenomen. Het verweer wordt verworpen.
Medeplegen
Het Gerecht is van oordeel dat de rollen van de verdachten van belang zijn bij de effectuering van het transport. Het Gerecht benadrukt dat reeds gelet op het aantal onderlinge contacten de samenwerking tussen de verdachten zonder meer intensief is te noemen en dat de handelingen die de verdachten hebben verricht essentieel en onmisbaar zijn geweest voor het goede verloop van de invoer van drugs. Alles bij elkaar genomen zijn dit gedragingen die in verband plegen te worden gebracht met medeplegen.
Het Gerecht neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte als huurder van de boot ‘[naam vaartuig] feitelijk degene was die de reis organiseerde en ervoor zorgde dat de bemanningsleden goed voorzien het transport konden uitvoeren. Een lading verdovende middelen van dergelijke omgang moet op het juiste moment en de juiste plaats aan en van boord om het risico op betrapping door de autoriteiten te voorkomen. Dit vereist voorbereiding, afstemming en overleg tussen alle betrokkenen. De wijze waarop de verdachten over de diefstal van de verdovende middelen uit de boot hebben gesproken in de tapgesprekken die tot het bewijs worden gebezigd, bevestigt dat er sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering. Uit deze gesprekken kan worden afgeleid dat de verdachten kennis hebben van de gehele gang van zaken met betrekking tot het transport en in deze gesprekken wordt onder meer gesproken over eerder weggooien en nu het stelen van ‘de dingen’ door zijn eigen mensen, waardoor de verdachte nu flink in de problemen zit, leidt het Gerecht af dat hij (een van) de organisator(en) van het transport is geweest. Het achterwege blijven van een fysieke uitvoeringshandeling op de plaats delict door de verdachte [verdachte] kan worden gecompenseerd door andere factoren, zoals de rol van de verdachte in het kader van het beramen en voorbereiden van het feit.
Ook de verdachte [medeverdachte 1] heeft bij de invoer van de drugs een actieve rol gespeeld door samen met de verdachte [medeverdachte 2] en de verdachte [medeverdachte 3] uit te varen om de lading op zee over te nemen en door na de constatering van de diefstal op de boot de taak op zich te nemen om reparaties op de boot uit te voeren. Het Gerecht is dan ook van oordeel dat de handelingen van de verdachte [medeverdachte 1] met betrekking tot de invoer van de verdovende middelen zodanig substantieel en wezenlijk zijn geweest en in zodanige samenhang en afstemming met de handelingen van de verdachte en de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn verricht, dat zijn bijdrage bij het invoeren van de cocaïne van zodanig gewicht is dat sprake is van medeplegen.
Met betrekking tot de rol van de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] overweegt het Gerecht dat zij net als de verdachte [medeverdachte 1] ook aanwezig waren op de boot en als kapitein/helper aan boord daarvan fungeerden.
Het Gerecht acht, op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, bewezen dat de verdachten zich, als medepleger, schuldig hebben gemaakt aan het invoeren, vervoeren en in bezit hebben van een hoeveelheid cocaïne, waarbij het Gerecht uit gaat van een partij van ongeveer 180 tot 190 kilo pakketten cocaïne. De verdachten hebben daarbij ieder een belangrijke rol gespeeld. Het Gerecht is van oordeel dat hiervoor genoemde feiten en omstandigheden in combinatie met de overige gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, voldoende zijn om te kunnen spreken van een voor medeplegen vereiste intellectuele en materiële bijdrage aan het delict van voldoende gewicht.
Ten aanzien van feit 4
Het Gerecht heeft als feit 3 bewezenverklaard dat de verdachte op 23 april 2023 samen met anderen betrokken is geweest bij de invoer van een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne middels de boot ‘[naam vaartuig].
Uit de bewijsmiddelen volgt dat bij de inbraak op de boot ‘[naam vaartuig] een totaal van 90 pakketten (kilo blokken) verdovende middelen werden weggenomen en dat een deel van de partij verdovende middelen was achtergebleven op de boot. De verdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de resterende pakketten in opdracht van de verdachte uit de boot zijn gehaald en in boodschappentassen van Centrum of Mangusa zijn gedaan. Het waren vijf of zes supermarkttassen met een rode rand. Het zou gaan om 90 pakketten. De boodschappentassen met drugs werden naar de rode [automerk/model 2] van de verdachte [verdachte] gebracht. De verdachte [medeverdachte 1] denkt dat de drugs naar [adres 1] zijn gebracht, nu de afspraak was dat men meteen naar [adres 1] zou gaan. Tijdens de huiszoeking op het adres [adres 1] op 7 juni 2023 werden onder andere 29 (waarvan 26 in 3 boodschappentassen van Centrum) blokken witachtig samengeperste poeder en brokjes, 6 plastic zakjes en 200 op maat geknipte papiertjes elk inhoudende een hoeveelheid witachtig poeder en brokjes aangetroffen en inbeslaggenomen. Het bleek te gaan om in totaal ruim 32 kilo cocaïne. De verdachte [medeverdachte 1] herkent de pakketten als de pakketten cocaïne die hij in het verborgen compartiment op de boot ‘[naam vaartuig] had verstopt. Tevens herkent de verdachte [medeverdachte 1] de boodschappentassen als de tassen met drugs afkomstig van de boot ‘[naam vaartuig]. Hij verklaart dat de rode randen goed zichtbaar zijn. Weliswaar heeft de verdachte verklaard dat hij tot april 2023 ta [adres 1] woonachtig was, maar tijdens de huiszoeking op 7 jun i 2023 zijn daar medicijnen van hem aangetroffen, en in een aan hem toebehorende jas wordt een groot geldbedrag aangetroffen. Zelf heeft de verdachte verklaard dat hij dagelijks te [adres 1] kwam om zijn vissen te voeren. Hieruit vloeit voort dat de verdachte op reguliere basis gebruik maakte van het desbetreffende appartement. Uit drie afbeeldingen uit de uitgelezen telefoon Samsung model A03 Core van de verdachte blijkt dat het pakket en logo overeen komen met de kilopakketten verdovende middelen met logo’s welke bij de huiszoeking op [adres 1] zijn aangetroffen en inbeslaggenomen.
Op grond van het bovenstaande leidt het Gerecht af en acht het buiten redelijke twijfel bewezen dat de op 7 juni 2023 te [adres 1] aangetroffen en inbeslaggenomen 32 kilo cocaïne een deel van de cocaïne betreft die op 23 april 2023 is ingevoerd middels de boot ‘[naam vaartuig] en tevens dat de verdachte samen met de verdachte [medeverdachte 4] wetenschap had van, en beschikkingsmacht had over deze cocaïne, zodat feit 4 wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 3 bewezenverklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, aanhef, en onder A, B en C, van de Opiumlandsverordening 1960 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld in artikel 11, eerste lid, aanhef, onder a, van de Opiumlandsverordening 1960.
Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Opiumlandsverordening 1960.
Het onder 4 bewezenverklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, aanhef, en onder C, van de Opiumlandsverordening 1960 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld in artikel 11, eerste lid, aanhef, onder a, van de Opiumlandsverordening 1960.
Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Opiumlandsverordening 1960.
Het onder 5 bewezenverklaarde is zowel ten aanzien van het voorhanden hebben van het vuurwapen, als ten aanzien van het voorhanden hebben van de munitie voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenverordening 1930.
Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Oplegging van straf en maatregel
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het opzettelijk invoeren, vervoeren en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne). De cocaïne zat in pakketten en werd in een verborgen compartiment op een vaartuig Curaçao binnengevaren nadat deze op zee werden overgenomen. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het gaat om ongeveer 180 à 190 kilo pakketten. De verdachte heeft zich ook, samen met een ander, schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een aanzienlijke hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne). De desbetreffende hoeveelheden zijn zo groot, dat deze alleen bestemd kunnen zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne in deze omvang vormt een ernstige bedreiging voor de samenleving door de criminaliteit en overlast die daarmee gepaard gaan. Ook levert cocaïne grote gevaren op voor de gezondheid van gebruikers, die verstrekkende gevolgen kan hebben voor zowel de gebruikers daarvan als voor de maatschappij. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen en heeft alleen oog gehad voor zijn eigen financieel gewin. Het Gerecht rekent de verdachte zijn handelen zwaar aan.
De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan verboden vuurwapen- en munitiebezit. Hij heeft daarmee een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van andere personen en zichzelf in het leven geroepen, omdat het voorhanden hebben van een vuurwapen vaak leidt tot het gebruik daarvan, hetgeen ook weer (vuurwapen)geweld uitlokt. Ook hiertegen dient streng te worden opgetreden.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
De ernst van de feit rechtvaardigt in beginsel het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur, zoals door officier van justitie is gevorderd. In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor in- en uitvoer/aanwezig hebben van tussen 10 kilogram en 25 kilogram cocaïne, als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden genoemd, doch de hoeveelheid bewezenverklaarde cocaïne is daar een veelvoud van. Deze straf geldt ten aanzien van een first offender.
In de onderhavige zaak geldt dat de hoeveelheid bewezenverklaarde cocaïne een veelvoud is van de hierboven aangehaalde hoeveelheid uit de oriëntatiepunten.
Verder wordt voor het bezit van een vuurwapen in thuis (in de la), als indicatie een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren genoemd. Deze straf geldt eveneens ten aanzien van een first offender.
Voorts heeft het Gerecht acht geslagen op de rol van de verdachte in het transport. Het betrof een grote hoeveelheid cocaïne en ondanks dat er geen aanwijzingen zijn dat de verdachte zelf aanwezig was op het vaartuig waarop de cocaïne zich bevond, merkt het Gerecht de verdachte aan als organisator van het transport. Deze rol volgt rechtstreeks uit meerdere tot het bewijs gebezigde gesprekken die de verdachte heeft gevoerd, wat verder wordt ondersteund door de door een mededader afgelegde verklaringen.
Het Gerecht heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf acht geslagen op de strafkaart van de verdachte. Daaruit volgt dat hij reeds eerder, te weten in 2016, onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, ter zake van overtreding van de Opiumlandsverordening en vuurwapenbezit, en dat hij zich sindsdien niet meer aan een soortgelijk strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.
Het Gerecht heeft voorts acht geslagen op de proceshouding van de verdachte, die niet heeft laten blijken dat hij het kwalijke van zijn handelen inziet. De verdachte heeft immers zowel in het voorbereidend onderzoek als ter terechtzitting zijn betrokkenheid bij de onder 3 en 4 bewezenverklaarde stellig ontkend.
Met betrekking tot de gezondheidssituatie van de verdachte geldt dat, hoe vervelend ook voor de verdachte dat hij een hartprobleem heeft; uit de stukken van het geding en het verhandelde ter terechtzitting heeft het Gerecht kunnen opmaken dat hij de nodige medische zorg ontvangt. Niet gebleken is dat de verdachte detentieongeschikt is. Daar komt bij dat de verdachte reeds ten tijde van het plegen van de strafbare feiten als bewezenverklaard te kampen had met hartproblemen, maar kennelijk geen rekening heeft gehouden met het feit dat hij onder die omstandigheden gedetineerd zou worden indien zijn strafbare feiten zouden worden ontdekt. Kort gezegd: het Gerecht ziet in de omstandigheden van het geval geen aanleiding om in strafmatigende zin in verdergaande mate rekening te houden met de gezondheidssituatie van de verdachte.
Het Gerecht is na dit een en ander te hebben afgewogen, alle omstandigheden in aanmerking genomen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren en 6 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
In beslag genomen voorwerpen
Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
Vuurwapen en munitie
Op 7 juni 2023 zijn een vuurwapen (een pistool) en munitie (17 scherpe patronen) bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven aangetroffen en in beslag genomen.
Uit het forensisch onderzoek volgt dat het pistool bestemd en geschikt is om kogels door een loop af te schieten. Het pistool werkt optimaal en de scherpe patronen, die zijn gebruikt, werden tijdens het proefschieten normaal tot ontbranding gebracht. Het pistool betreft een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd en de scherpe patronen zijn munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, zoals gewijzigd. Het pistool en de scherpe patronen zijn deugdelijk.
Het Gerecht is van oordeel dat deze in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. Deze voorwerpen behoren toe aan de verdachte en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal deze voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.
Portofoon, weegschaal, satelliettelefoon en 3 (drie) mobiele telefoons van het merk Samsung, model S22 Ultra, model S21, en model A03 Core
Het Gerecht is van oordeel dat voormelde voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. Het Gerecht stelt in dat verband vast dat door middel van deze voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan of voorbereid. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring van deze voorwerpen gelasten.
Smartwatch
Het Gerecht is van oordeel dat zich thans geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een Smartwatch van het merk G-Shock. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67, 1:68, 1:74, 1:75 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 en feit 2 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 7 (zeven) jaren en 6 (zes) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een portofoon, een weegschaal, een satelliettelefoon en 3 (drie) mobiele telefoons van het merk Samsung, model S22 Ultra, model S21, en model A03 Core;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een pistool van het merk [vuurwapenmerk/model 1],, van het kaliber 9 x 19 mm, voorzien van serienummer: [SERIENUMMER], met bijbehorende patroonhouder, en 17 (zeventien) scherpe patronen van het kaliber 9 x 19 mm, voorzien van de bodemstempels S & B (15 stuks), R-P (1 stuk) en GFL (1 stuk);
gelast de teruggave van een Smartwatch aan de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door R.A. Caupain, (zittingsgriffier), en op 19 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.