Civiel recht overig
Incident ex artikel 222 Rv tot voeging van zaken. Vordering toegewezen.
Gerechtshof Amsterdam, 30 april 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:1526 · Gerechtshof Amsterdam · 30 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep-kort-geding/ecli-nl-ghams-2019-1526
Zaakgegevens
Op 30 april 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 april 2019
- Datum publicatie
- 1 mei 2019
- Zaaknummer
- 200.255.118/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroep kort gedingHoger beroep kort gedingHet gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.W.G van der Velden te Amsterdam, mr. F.J.H.M. Berndsen te Breda
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:1526
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Incident ex artikel 222 Rv tot voeging van zaken. Vordering toegewezen.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.255.118/01 KG
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/658896 / KG ZA 18-1351
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 30 april 2019 (bij vervroeging)
inzake
ING Bank N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam,
tegen
1 YIN YANG EXPLOITATIE B.V.,
gevestigd te Roermond,
2. VOCU B.V.,
gevestigd te Roermond,
3. ROERDALHOEVE B.V.,
gevestigd te Melick,
4. STICHTING CS BEDRIJVEN,
gevestigd te Roermond,
5. CS HORECA B.V.,
gevestigd te Roermond,
6. CS SAUNA B.V.,
gevestigd te Roermond,
7. MSB B.V.,
gevestigd te Roermond,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
verweersters in het incident,
advocaat: mr. F.J.H.M. Berndsen te Breda.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna ING en Yin Yang c.s. genoemd.
ING is bij dagvaarding van 13 februari 2019 in hoger beroep gekomen van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen vonnis van 17 januari 2019 tussen Yin Yang c.s. als eiseressen en ING als gedaagde. In de appeldagvaarding heeft ING van grieven gediend en tevens incidenteel op de voet van artikel 222 Rv jo. artikel 353 lid 1 Rv gevorderd dat de onderhavige zaak wordt gevoegd met de bij dit hof onder zaaknummer 200.250.499/01 tussen ING als appellante en Yin Yang c.s. als geïntimeerden aanhangige zaak.
Yin Yang c.s. heeft daarop in het incident geantwoord en geconcludeerd tot referte, met verzoek tot aanhouding van de beslissing over de proceskosten in het incident tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.
2 Beoordeling
in het incident tot voeging
ING heeft voeging gevorderd op de grond dat de beide zaken verknocht zijn. De onderhavige procedure is het hoger beroep (tegen het vonnis) in het executie-geschil inzake het vonnis van 2 november 2018 en het herstelvonnis van 23 november 2018, terwijl zaaknummer 200.250.499/01 het hoger beroep tegen deze vonnissen betreft. Yin Yang c.s. heeft zich ten aanzien van de onderhavige incidentele vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Uit hetgeen ING heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv wordt voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd.
De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol van 14 mei 2019 worden verwezen voor memorie van antwoord door Yin Yang c.s., aangezien de zaak 200.250.499/01 op 28 mei 2019 voor pleidooi staat.
3 Beslissing
Het hof:
in het incident tot voeging:
voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.250.499/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 14 mei 2019 voor het nemen van een memorie van antwoord door Yin Yang c.s.;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.R. Sturhoofd, J.W. Hoekzema en J.C.W. Rang en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 30 april 2019.