Civiel recht overig
Vervolg op HR 11 juli 2008, LJN BD2985. Tussenarrest. Dwaling/toerekenbare tekortkoming. Het hof vult de…
Gerechtshof Amsterdam, 31 mei 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8071 · Gerechtshof Amsterdam · 31 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2011-bq8071
Zaakgegevens
Op 31 mei 2011 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.038.142/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.J.H Crans te Amsterdam, mr. A. van Hees te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8071
Samenvatting
Vervolg op HR 11 juli 2008, LJN BD2985. Tussenarrest. Dwaling/toerekenbare tekortkoming. Het hof vult de rechtsgronden van de vordering aan en stelt de oorspronkelijk gedaagde in de gelegenheid daarop bij akte te reageren.
Uitspraak
zaaknummer 200.038.142/01
31 mei 2011 (bij vervroeging)
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STOUT BEHEER B.V.,
gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,
APPELLANTE,
advocaat: mr. B.J.H. Crans te Amsterdam,
t e g e n
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE ALBLASSERDAM,
zetelend te Alblasserdam,
GEÏNTIMEERDE,
advocaat: mr. A. van Hees te Amsterdam.
1. Het geding na cassatie en verwijzing
De partijen worden hierna Stout en de Gemeente genoemd.
Bij arrest van 11 juli 2008, C07/066HR, LJN BD2985, heeft de Hoge Raad het door het gerechtshof te 's-Gravenhage in dit geding gewezen en op 2 november 2006 uitgesproken arrest vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dit hof. Voor het verloop van het geding tot 11 juli 2008 verwijst het hof naar het arrest van de Hoge Raad.
Stout heeft de Gemeente opgeroepen te verschijnen voor dit hof en een memorie na verwijzing genomen. De Gemeente heeft een antwoordmemorie na verwijzing genomen.
Op 19 mei 2011 hebben partijen de zaak doen bepleiten, Stout door mr. W.M. van den Pol, advocaat te Gorinchem, en de Gemeente door mr. H.A.H.W. Meijer, advocaat te Dordrecht. Zijdens Stout zijn daarbij pleitnotities overgelegd. Ten slotte is arrest gevraagd.
2. Beoordeling
2.1 In dit geding na cassatie en verwijzing kan worden uitgegaan van hetgeen is vermeld in de conclusie van Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade onder 2.1 tot en met 2.7, waarnaar de Hoge Raad heeft verwezen in rov. 3.1 van zijn arrest.
2.2 Stout heeft betaling gevorderd van € 164.694,99, met rente en kosten. De rechtbank heeft de vordering afgewezen.
2.3 Zoals de Hoge Raad onder rov. 3.4 van zijn arrest heeft overwogen, maakt Stout de Gemeente het verwijt dat deze haar op het verkeerde been heeft gezet door de onjuiste indruk te wekken dat voor het lichten van de optie de eis gold dat een bouwvergunning was verkregen en dat de Gemeente die onjuiste indruk ook na ontvangst van de brief van Stout van
11 mei 2000 heeft laten voortduren tot na het verstrijken van de termijn waarbinnen de optie moest worden uitgeoefend.
Stout heeft onder meer aangevoerd dat de Gemeente heeft gehandeld in strijd met hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen.
Zoals de Hoge Raad onder rov. 3.2 heeft overwogen, is de vordering van Stout berekend als het verschil tussen de prijs van de kavel in het eerste optiecontract en de prijs die Stout ingevolge het tweede optiecontract voor de kavel heeft moeten betalen, vermeerderd met de optierente.
2.4 Bij gelegenheid van het pleidooi heeft het hof de vraag aan de orde gesteld of de rechtsgronden van de vordering van Stout aldus moeten worden aangevuld dat de Gemeente volgens Stout een uit het eerste optiecontract en de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid voortvloeiende verplichting had om de bedoelde onjuiste indruk niet te wekken en niet te laten voortduren tot na het verstrijken van de uitoefentermijn van de eerste optie, en dat de Gemeente toerekenbaar is tekortgeschoten in die contractuele verplichting, zodat zij uit dien hoofde verplicht is tot schadevergoeding, te begroten op het gevorderde bedrag. Stout heeft die vraag bevestigend beantwoord. Teneinde de Gemeente voldoende gelegenheid te bieden om adequaat te kunnen reageren op deze aanvulling van de rechtsgronden, en gelet op de opmerking van de advocaat van de Gemeente dat het lastig is om direct bij het pleidooi hierop te reageren, zal het Hof de Gemeente in de gelegenheid stellen zich bij akte hierover uit te laten. Nu deze uitlating reeds het karakter van een reactie heeft, zal in beginsel geen gelegenheid worden gegeven voor verder partijdebat.
3. Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 28 juni 2011 voor een akte aan de zijde van de Gemeente als bedoeld in rechtsoverweging 2.4;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, J.C. Toorman en W.J. Noordhuizen en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 31 mei 2011.