Civiel recht overig
Op grond van artikel 99 lid 6 van de Wet op het notarisambt (geldend tot 1 januari 2013) kon klager tegen de…
Gerechtshof Amsterdam, 25 juni 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:1908 · Gerechtshof Amsterdam · 25 juni 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2013-1908
Zaakgegevens
Op 25 juni 2013 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 juni 2013
- Datum publicatie
- 5 juli 2013
- Zaaknummer
- 200 115 667-01 NOT
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2013:1908
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Op grond van artikel 99 lid 6 van de Wet op het notarisambt (geldend tot 1 januari 2013) kon klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter verzet doen bij de kamer. Gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer geen ander rechtsmiddel open dan verzet. Indien klager, zoals hij heeft aangevoerd, uit een brief van het secretariaat van de kamer heeft afgeleid dat zijn klacht in een zitting van de kamer behandeld zou worden, doet dat - nog los van de vraag of hij dat redelijkerwijs uit die brief mocht afleiden - aan het voorgaande niet af. Dit leidt ertoe dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep.
Uitspraak
beslissing
_______________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel en belastingrecht
zaaknummer : 200.115.667/01 NOT
zaaknummer eerste aanleg : 20121003
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 25 juni 2013
inzake:
[klager],
wonende te [woonplaats],
appellant,
t e g e n
[de notaris],
notaris te [woonplaats],
geïntimeerde.
1 Het geding in hoger beroep
Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 25 oktober 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Zwolle-Lelystad, verder de kamer, van 17 september 2012, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerde, verder de notaris, ongegrond is verklaard.
Van de zijde van de notaris is geen verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen..
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 31 januari 2013. Klager is - zonder opgaaf van redenen - niet verschenen. De notaris heeft vooraf te kennen gegeven niet te zullen verschijnen.
2 De stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 De ontvankelijkheid van het hoger beroep
3.1. Op grond van artikel 99 lid 6 van de Wet op het notarisambt (geldend tot 1 januari 2013) kon klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter verzet doen bij de kamer. Gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer geen ander rechtsmiddel open dan verzet. Indien klager, zoals hij heeft aangevoerd, uit een brief van het secretariaat van de kamer heeft afgeleid dat zijn klacht in een zitting van de kamer behandeld zou worden, doet dat - nog los van de vraag of hij dat redelijkerwijs uit die brief mocht afleiden - aan het voorgaande niet af. Dit leidt ertoe dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
4 De beslissing
Het hof:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, G.C.C. Lewin en A.H.N. Stollenwerck en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 25 juni 2013 door de rolraadsheer.