Civiel recht overig
Klaagster heeft zich in hoger beroep beperkt tot een in algemene termen geformuleerd betoog, waaruit niet kan…
Gerechtshof Amsterdam, 4 maart 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:1232 · Gerechtshof Amsterdam · 4 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2014-1232
Zaakgegevens
Op 4 maart 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 maart 2014
- Datum publicatie
- 8 april 2014
- Zaaknummer
- 200.127.182-01 GDW
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:1232
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagster heeft zich in hoger beroep beperkt tot een in algemene termen geformuleerd betoog, waaruit niet kan worden afgeleid waarom de gemotiveerde beslissing van de kamer onjuist zou zijn.
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer: 200.127.182/01 GDW
zaaknummer kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam: 671.2012
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 4 maart 2014
inzake:
[klaagster],
wonend te [woonplaats],
APPELLANTE,
t e g e n
[gerechtsdeurwaarder],
gerechtsdeurwaarder te [vestigingsplaats],
GEÏNTIMEERDE.
1 Het verdere geding in hoger beroep
Bij tussenbeslissing van 26 november 2013, waarnaar het hof verwijst voor het verloop van het geding tot die dag, heeft het hof klaagster ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 9 april 2013. Het hof heeft vervolgens bepaald dat de behandeling van de zaak zal worden voorgezet op donderdag 23 januari 2014.
Op 17 december 2013 is van de zijde van de gerechtsdeurwaarder een schriftelijke reactie – met bijlagen – ter griffie ingekomen. De gerechtsdeurwaarder heeft daarbij het hof meegedeeld zijn verweer niet nader ter zitting te zullen toelichten
Het hoger beroep is inhoudelijk behandeld ter openbare zitting van 23 januari 2014. Klaagster, zonder berichtgeving, en de gerechtsdeurwaarder zijn niet verschenen.
2 De feiten
De gerechtsdeurwaarder heeft ten laste van klaagster bankbeslag gelegd. Het beslagexploot is op 28 maart 2012 aan haar overbetekend. Bij brief van 3 april 2012 heeft de gerechtsdeurwaarder aan klaagster meegedeeld dat, nu zij de vordering op 21 maart 2012 volledig heeft voldaan, de zaak is afgehandeld.
3 Het standpunt van partijen
De standpunten van partijen blijken uit de beslissing waarvan beroep.
4 Beoordeling
Klaagster heeft zich in hoger beroep beperkt tot een in algemene termen geformuleerd betoog, waaruit niet kan worden afgeleid waarom de gemotiveerde beslissing van de kamer onjuist zou zijn. Het hof krijgt de indruk dat klaagster het niet eens is met een tegen haar gewezen vonnis. Zij heeft echter niet uiteengezet hoe de gerechtsdeurwaarder daarvan een verwijt kan worden gemaakt. Het onderzoek in hoger beroep heeft ook overigens niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
5 De beslissing
Het hof:
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 4 maart 2014 door de rolraadsheer.