Civiel recht overig
Verzoek tussentijds cassatieberoep.
Gerechtshof Amsterdam, 29 april 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:1518 · Gerechtshof Amsterdam · 29 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2014-1518
Zaakgegevens
Op 29 april 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 april 2014
- Datum publicatie
- 30 april 2014
- Zaaknummer
- 200.112.536-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mrs. A.I.M van Mierlo te Rotterdam, mr. A. Knigge te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:1518
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tussentijds cassatieberoep.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.112.536/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam: 499089/HA ZA 11-2455
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 april 2014
inzake
de vennootschap naar Frans recht
POTASSE & PRODUITS CHIMIQUES S.A.S.,
gevestigd te Thann Cedex, Frankrijk,
appellante,
advocaat: mrs. A.I.M. van Mierlo te Rotterdam,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ICP-IL EUROPE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A. Knigge te Amsterdam.
1 Het verdere verloop van het geding
In deze zaak heeft het hof op 8 april 2014 een tussenarrest gewezen, waarbij het hof de zaak naar de rol heeft verwezen teneinde PPC - het hof houdt in dit arrest dezelfde benamingen aan - in de gelegenheid te stellen bij akte gemotiveerd en voorzien van bewijsstukken aan te geven welke bestellingen in de periode van 28 mei 2008 tot 6 september 2010 niet (volledig) zijn geleverd door ICL, terwijl zij de contractuele besteltermijn van 90 dagen dan wel 180 dagen, indien aan de voor deze termijn geldende voorwaarden is voldaan, wel in acht had genomen.
Bij ter griffie op 16 april 2014 binnengekomen fax heeft mr. M.E. Koppenol-Laforce, advocaat te Rotterdam, namens ICL het hof verzocht te bepalen dat tegen het arrest van dit hof van 8 april 2014 tussentijds cassatieberoep kan worden ingesteld.
Bij ter griffie op 17 april 2014 binnengekomen fax van haar voornoemde advocaat heeft PPC verzocht het verzoek af te wijzen.
2 Beoordeling
Het hof is van oordeel, gezien het verzoek en de daartegen ingebrachte stellingen en na afweging van de betrokken belangen over en weer, in het bijzonder het belang bij voortgang in deze instantie enerzijds en het belang bij mogelijke besparing van (proces)kosten anderzijds, dat het bieden van de mogelijkheid van tussentijds cassatie, in deze zaak processueel beleidsmatig passend is.
3 Beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het in deze zaak gewezen arrest van 8 april 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken - Röell, D.J. Oranje en J.W.M. Tromp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 april 2014.