Civiel recht overig
Vervolg van tussenarrest 3 feb 2015. Bewijs deels geleverd. Nadere bewijsopdracht aangaande omvang van één…
Gerechtshof Amsterdam, 10 juni 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:2428 · Gerechtshof Amsterdam · 10 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2014-2428
Zaakgegevens
Op 10 juni 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 juni 2014
- Datum publicatie
- 26 juni 2014
- Zaaknummer
- 200.144.078-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.P Wolf te Breda, mr. M.R. Dill te Dordrecht
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:2428
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolg van tussenarrest 3 feb 2015.
Bewijs deels geleverd. Nadere bewijsopdracht aangaande omvang van één schadepost.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummer : 200.144.078/01
zaak- en rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/185515/HA ZA 11-1001
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 juni 2014
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HAVENMEESTER VIS BEHEER B.V.,
gevestigd te Overveen, gemeente Bloemendaal,
2. [appellant],
wonend te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
appellanten in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. M.P. Wolf te Breda,
tegen
1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [geïntimeerde],
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat: mr. M.R. Dill te Dordrecht.
1 Het geding in hoger beroep
Appellanten worden hierna gezamenlijk Havenmeester Vis Beheer c.s. genoemd en geïntimeerden [geïntimeerden]
Havenmeester Vis Beheer c.s. zijn bij dagvaarding van 17 februari 2014 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 18 december 2013, gewezen tussen [geïntimeerden] als eisers in conventie, tevens verweerders in reconventie en Havenmeester Vis Beheer c.s. als gedaagden in conventie tevens eisers in reconventie.
Havenmeester Vis Beheer c.s. hebben daarna een memorie grieven met producties ingediend. Zij hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog - uitvoerbaar bij voorraad - de vorderingen van [geïntimeerden] zal afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten van beide instanties. Zij hebben bewijs van hun stellingen aangeboden.
Havenmeester Vis Beheer c.s. hebben daarbij tevens op de voet van artikel 222 Rv jo. artikel 353 lid 1 Rv voeging gevorderd van de onderhavige zaak met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.143.745/01, met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten van het door hen - volgens Havenmeester Vis Beheer c.s. - nodeloos aanhangig gemaakte appel met voornoemd zaaknummer.
[geïntimeerden] hebben daarop geantwoord en zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.
2 Beoordeling
in het incident tot voeging
Havenmeester Vis Beheer c.s. hebben voeging gevorderd op de grond dat de beide zaken verknocht zijn. [geïntimeerden] zijn eveneens van oordeel dat de zaken verknocht zijn.
Uit hetgeen Havenmeester Vis Beheer c.s. hebben aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv wordt voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd.
De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor memorie van antwoord door [geïntimeerden]
3 Beslissing
Het hof:
in het incident tot voeging:
voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.143.745/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 22 juli 2014 voor het nemen van een memorie van antwoord door [geïntimeerden] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, W.J. van den Bergh en J.C. Toorman en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2014.