Civiel recht overig
Klacht tegen een notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft klagers kennelijk…
Gerechtshof Amsterdam, 21 oktober 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4398 · Gerechtshof Amsterdam · 21 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2014-4398
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2014
- Datum publicatie
- 27 oktober 2014
- Zaaknummer
- 200.148.409-01 NOT
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:4398
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klacht tegen een notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft klagers kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. Tegen die beslissing hebben klagers tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek van de klacht heeft de kamer het verzet ongegrond verklaard. Het hof verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.148.409/01 NOT
nummer eerste aanleg : AL/2013/152
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 28 augustus 2014 en uitgesproken op 21 oktober 2014
inzake
1. [klaagster],
wonend te [plaatsnaam],
2. [klager],
wonend te [plaatsnaam],
appellanten,
tegen
[notaris],
notaris te [plaatsnaam],
geïntimeerde.
1 Het geding in hoger beroep
Appellanten (hierna: respectievelijk klaagster sub 1 en klager sub 2 en tezamen klagers) hebben op 6 mei 2014 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 9 april 2014 (ECLI:NL:TNORARL:2014:15). Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klagers tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 11 november 2013 ongegrond verklaard.
De notaris heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid een verweerschrift in te dienen.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 28 augustus 2014. Klaagster sub 1 is verschenen en heeft het woord gevoerd. Klager sub 2 en de notaris zijn - zonder bericht van verhindering - niet verschenen.
2 De stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 Ontvankelijkheid
Klagers hebben bij e-mail met bijlagen van 9 oktober 2013 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 11 november 2013 klagers kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. Tegen die beslissing hebben klagers tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek van de klacht heeft de kamer bij beslissing van 9 april 2014 het verzet ongegrond verklaard.
Artikel 99 lid 13 Wna bepaalt dat geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer tot ongegrondverklaring van het verzet. Feiten of omstandigheden die meebrengen dat het hof aan deze uitsluiting van hoger beroep voorbij zou moeten gaan, zijn gesteld noch gebleken. Het enkele feit dat klagers de bestreden beslissing inhoudelijk pertinent onjuist achten, zoals klaagster sub 1 ter zitting naar voren heeft gebracht, is daartoe niet voldoende. Dat brengt mee dat klagers in hun hoger beroep niet kunnen worden ontvangen.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet kan leiden tot een andere beslissing.
4 De beslissing
Het hof verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.L.G.A. Stille, mr. J.C.W. Rang en mr. P. Blokland op 28 augustus 2014 en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2014 door de rolraadsheer.