Civiel recht overig
Vervolg van tussenarrest 2 september 2014. Datum van ontvangst van Dexia van de vernietigingsverklaring.
Gerechtshof Amsterdam, 28 oktober 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4439 · Gerechtshof Amsterdam · 28 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2014-4439
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2014
- Datum publicatie
- 30 oktober 2014
- Zaaknummer
- 200.136.920-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. I.M.C.A Reinders Folmer te Amsterdam, mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:4439
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolg van tussenarrest 2 september 2014. Datum van ontvangst van Dexia van de vernietigingsverklaring.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.136.920/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam: 1368725 DX EXPL 12-342
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 oktober 2014
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
tevens voorwaardelijk incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen:
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
tevens voorwaardelijk incidenteel appellant,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Dexia en [geïntimeerde] genoemd.
In deze zaak heeft het hof op 2 september 2014 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot dan toe wordt naar dit arrest verwezen.
Bij genoemd arrest is Dexia in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord overgelegde kopie van de ontvangstbevestiging van de op 10 mei 2005 door de advocaat van [geïntimeerde] aangetekend verzonden vernietigingsbrief.
Dexia heeft haar akte genomen op de rol van 30 september 2014
2 Beoordeling
In voornoemd tussenarrest heeft het hof overwogen dat voor de ingangsdatum van de wettelijke rente beslissend is het moment waarop Dexia de vernietigingsverklaring van [geïntimeerde] heeft ontvangen. [geïntimeerde] heeft aangevoerd dat de brief, waarin de vernietigingsverklaring is opgenomen, op 10 mei 2005 door zijn advocaat aangetekend en met bericht van ontvangst is verzonden. Een kopie van de ontvangstbevestiging heeft [geïntimeerde] als productie overgelegd. In haar akte stelt Dexia dat zij uit haar eigen administratie geen enkele registratie van of antwoordbrief op de betreffende brief heeft kunnen achterhalen.
Het hof is van oordeel dat, gezien het door [geïntimeerde] overgelegde ontvangstbewijs en de reactie van Dexia daarop, voldoende vast is komen te staan dat de vernietigingsverklaring door Dexia op 11 mei 2005 is ontvangen. De kantonrechter heeft dan ook terecht deze datum als datum van vernietiging van de leaseovereenkomsten beschouwd, waarmee grief I faalt.
Ook grief III faalt. Nu ervan moet worden uitgegaan dat Dexia de vernietigingsverklaring op 11 mei 2005 heeft ontvangen is Dexia in verzuim geraakt vanaf 25 mei 2005 en is de gevorderde wettelijke rente vanaf dat moment toewijsbaar.
De slotsom is dat het hoger beroep geen succes heeft. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Dexia zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in principaal hoger beroep.
3 Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in principaal hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 683,00 aan verschotten en € 894,00 voor salaris, en op € 131,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 68,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, J.W.M. Tromp en R.H. de Bock en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2014.