Civiel recht overig
Hoger beroep tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders waarbij het verzet van klagers tegen…
Gerechtshof Amsterdam, 31 maart 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:1225 · Gerechtshof Amsterdam · 31 maart 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2015-1225
Zaakgegevens
Op 31 maart 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 maart 2015
- Datum publicatie
- 3 april 2015
- Zaaknummer
- 200.159.245-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:1225
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoger beroep tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders waarbij het verzet van klagers tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer (waarbij de voorzitter de klacht van klagers tegen de gerechtsdeurwaarder, als kennelijk ongegrond heeft afgewezen) ongegrond is verklaard. Het hof verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.159.245/01 GDW
nummer eerste aanleg : 223.2013
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 31 maart 2015
inzake
1. [klager],
2. [klager],
beiden wonend te [plaatsnaam],
appellanten,
tegen
[gerechtsdeurwaarder],
gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam],
geïntimeerde.
1 Het geding in hoger beroep
Appellanten, verder te noemen klagers, zijn bij een op 10 november 2014 ter griffie ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 16 september 2014 (ECLI:NL:TGDKG:2014:175).
Bij die beslissing heeft de kamer het verzet van klagers tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 11 maart 2014, waarbij de voorzitter de klacht van klagers tegen geïntimeerde, verder te noemen de gerechtsdeurwaarder, als kennelijk ongegrond heeft afgewezen, ongegrond verklaard.
De gerechtsdeurwaarder heeft een verweerschrift ingediend, ter griffie van het hof ontvangen op 24 november 2014. De gerechtsdeurwaarder heeft zich op het standpunt gesteld dat klagers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep dienen te worden verklaard.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 5 maart 2015. Klagers en de gerechtsdeurwaarder hebben te kennen gegeven niet te zullen verschijnen.
2 De stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 De ontvankelijkheid van klagers in hun hoger beroep
Klagers hebben bij brief van 26 september 2013 bij de kamer een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft verweer gevoerd, bij de kamer ingekomen op 2 januari 2014. De voorzitter heeft bij beschikking van 11 maart 2014 de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Tegen die beschikking hebben klagers bij verzetschrift van 26 maart 2014 verzet ingesteld bij de kamer. Het verzetschrift is behandeld op de terechtzitting van 22 juli 2014. Vervolgens heeft de kamer bij beslissing van 16 september 2014 het verzet ongegrond verklaard.
Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de beslissing, waarvan beroep.
Nu niet is gebleken van schending van fundamentele beginselen van procesorde dan wel van andere gronden die een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigen, is er geen reden om van het in artikel 39 lid 4 Gdw opgenomen rechtsmiddelenverbod af te wijken. Hetgeen klagers in hun beroepschrift hebben betoogd, geeft geen aanleiding anders te oordelen. Daarom kunnen klagers niet in het hoger beroep tegen de beslissing van de kamer worden ontvangen. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
4 De beslissing
Het hof:
- verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2015 door de rolraadsheer.