Civiel recht overig

Herstelarrest inzake ECLI:NL:GHAMS.2015:1844.

Gerechtshof Amsterdam, 30 juni 2015

Zaakgegevens

Op 30 juni 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
30 juni 2015
Datum publicatie
2 juli 2015
Zaaknummer
200.152.814-01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. P.F Keuchenius te Alkmaar, mr. D.C. Coppens te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2015:2717
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelarrest inzake ECLI:NL:GHAMS.2015:1844.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 12 mei 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:1844
  2. Gerechtshof Amsterdam · 30 juni 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2015:2717

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.152.814/01

zaak/rolnummer rechtbank : 2395040 / CV 13-6669

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 30 juni 2015

inzake

VOORTMAN KANTOORMEUBELEN B.V.,

gevestigd te Purmerend,

appellante,

tevens incidenteel geïntimeerde,

advocaat: mr. P.F. Keuchenius te Alkmaar,

tegen:

[GEÏNTIMEERDE] ,

wonend te [woonplaats],

geïntimeerde,

tevens incidenteel appellant,

advocaat: mr. D.C. Coppens te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Voortman en [geïntimeerde] genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 12 mei 2015 een arrest uitgesproken.

Bij brief van 18 mei 2015 heeft de advocaat van Voortman het hof meegedeeld dat de grieven van [geïntimeerde] in het incidenteel appel zijn verworpen, dat in rechtsoverweging 3.10 wordt overwogen dat [geïntimeerde] de kosten van het incidenteel appel moet dragen, maar dat in het dictum - kennelijk abusievelijk - is vermeld dat Voortman in de kosten van het incidenteel appel wordt veroordeeld. Daarbij is het hof verzocht het arrest op de voet van het bepaalde in art. 31 Rv. te verbeteren.

Bij brief van 21 mei 2015 heeft de griffier van het hof de advocaat van [geïntimeerde] kopie van genoemde brief gezonden met het verzoek vóór 4 juni 2015 schriftelijk te reageren op het verzoek tot herstel. Een reactie is uitgebleven.

Het hof is van oordeel dat het arrest inderdaad de door de advocaat van Voortman gestelde kennelijke verschrijving bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Daarom zal worden beslist als volgt.

2 Beslissing

Het hof:

verbetert het op 12 mei 2015 tussen partijen uitgesproken aldus, dat in het dictum [geïntimeerde] in plaats van Voortman wordt veroordeeld in de kosten van het incidenteel appel;

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. van der Kwaak, S.F. Schütz en D. Kingma en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2015.