Civiel recht overig
Vervolg van tussenarrest 14 oktober 2014. Geen zekerheid gesteld voor de gedingkosten in hoger beroep…
Gerechtshof Amsterdam, 20 januari 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:363 · Gerechtshof Amsterdam · 20 januari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2015-363
Zaakgegevens
Op 20 januari 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 januari 2015
- Datum publicatie
- 12 februari 2015
- Zaaknummer
- 200.145.850-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F Kiliç te Amsterdam, mr. A.W.E.S. van Duyneveldt-Franken te Leiden
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:363
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolg van tussenarrest 14 oktober 2014. Geen zekerheid gesteld voor de gedingkosten in hoger beroep. Appellant alsnog niet ontvankelijk in dat beroep.
Uitspraak
arrest
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummer : 200.145.850/01
rolnummer rechtbank Amsterdam : CV 12-22808
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 20 januari 2015
inzake
[APPELLANT],
volgens de appeldagvaarding wonende te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. F. Kiliç te Amsterdam,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[GEÏNTIMEERDE],
gevestigd te [plaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.W.E.S. van Duyneveldt-Franken te Leiden.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna wederom [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
Het hof heeft op 14 oktober 2014 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die datum wordt naar dat arrest verwezen. Bij dat arrest heeft het hof [appellant] bevolen uiterlijk op 11 november 2014 zekerheid te stellen voor een bedrag van € 7.228,- ter zake van de proceskosten waarin hij in hoger beroep veroor- deeld zou kunnen worden, zulks in de vorm van een door een Nederlandse bank af te geven bankgarantie.
Op 19 november 2014 heeft de advocaat van [geïntimeerde] een e-mailbericht aan het hof gestuurd, waarin zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [appellant] in de hoofdzaak, tenzij alsnog blijkt dat tijdig zekerheid is gesteld.
Bij rolbeslissing van 21 november 2014 is de zaak naar de rol van 9 december 2014 verwezen voor beraad (artikel 2.24 Pilot rolreglement): pleidooi of arrest.
Vervolgens is door [geïntimeerde] arrest gevraagd.
2. Beoordeling
In het hiervoor genoemde tussenarrest heeft het hof bepaald dat [appellant] in de hoofdzaak niet-ontvankelijk zal worden verklaard, indien hij niet tijdig, te weten uiterlijk op 11 november 2014, de bevolen zekerheid zal hebben gesteld.
De advocaat van [geïntimeerde] heeft het hof bij het hiervoor genoemde e-mail -bericht van 19 november 2014 - dat ook aan de advocaat van [appellant] is gestuurd - meegedeeld dat zij en haar cliënte geen bericht hebben gekregen dat tijdig zekerheid is gesteld en dat zij de advocaat van [appellant] zal verzoeken zowel het hof als haar uiterlijk de volgende dag (20 november 2014) om 12.00 uur te berichten in het geval dat wel (tijdig) zekerheid is gesteld.
Nu (de advocaat van) [appellant] noch naar aanleiding van voornoemd e-mailbericht noch op enig ander moment het hof (onder overlegging van een kopie van de vereiste bankgarantie) heeft bericht dat hij uiterlijk op 11 november 2014 zekerheid heeft gesteld voor een bedrag van € 7.228,-, zal het hof [appellant] niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.
De kosten van het hoger beroep, waaronder de kosten van het incident, komen voor rekening van [appellant].
3 Beslissing
Het hof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 704,- aan verschotten en € 1.631,- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, M.A. Goslings en S.F. Schütz en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2015.