Civiel recht overig
Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:5051.
Gerechtshof Amsterdam, 10 februari 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:365 · Gerechtshof Amsterdam · 10 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2015-365
Zaakgegevens
Op 10 februari 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 februari 2015
- Datum publicatie
- 12 februari 2015
- Zaaknummer
- 200.156.859-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.G.M Haase te Den Haag, mr. J.J. de Boer te Hoorn
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:365
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:5051.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 10 februari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2015:365
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 december 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2486Hoge Raad · 18 maart 2016
ECLI:NL:HR:2016:453(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummer : 200.156.859/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 437587 \ CV EXPL 13-1184
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 februari 2015
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. A.G.M. Haase te Den Haag,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WEBPOORT B.V., h.o.d.n. Cees en Co,
gevestigd te Oosterblokker,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.J. de Boer te Hoorn.
1 Het geding in hoger beroep
Bij dagvaarding van 28 juli 2014 is appellant in hoger beroep gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Hoorn, dat onder bovengenoemd zaak-/rolnummer tussen partijen is gewezen op 28 april 2014.
De zaak is aangebracht op de rol van 7 oktober 2014.
Tegen geïntimeerde is op diezelfde roldatum verstek verleend.
Bij H5-formulier van 13 november 2014 heeft appellant het hof verzocht een uitstel van zes weken te verlenen voor het nemen van grieven.
Dit uitstelverzoek is op 14 november 2014 door de rolgriffier afgewezen, omdat het verzoek niet voldoet aan artikel 2.28 van het Pilot Reglement (PR).
Bij H16-formulier van 17 november 2014 heeft appellant met instemming van de wederpartij om uitstel verzocht.
Daarop is uitstel verleend voor het nemen van een memorie van grieven door appellant tot 13 januari 2015.
Op de rol van 13 januari 2015 heeft appellant geen memorie van grieven genomen.
De op 9 januari 2015 per telefax ter griffie van het hof binnengekomen memorie van grieven is, gelet op het bepaalde in artikel 2.1 PR, niet in behandeling genomen.
Het verstek is door geïntimeerde gezuiverd op 13 januari 2015.
Arrest is bepaald op heden.
2 Beoordeling
Niet is gebleken dat ten aanzien van de in de appeldagvaarding aangevallen beslissing sprake is van een oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13.
Bij gebreke van grieven kan appellant niet worden ontvangen in het hoger beroep.
De kosten van het hoger beroep komen voor rekening van appellant.
3 Beslissing
Het hof:
verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van geïntimeerde begroot op € 704,- aan verschotten en € 447,- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2015.