Civiel recht overig
Tegen een beschikking van de voorzitter van de kamer tot afwijzing van een klacht staat geen ander…
Gerechtshof Amsterdam, 6 oktober 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:4135 · Gerechtshof Amsterdam · 6 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2015-4135
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2015
- Datum publicatie
- 8 oktober 2015
- Zaaknummer
- 200.170.645/01GDW
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:4135
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tegen een beschikking van de voorzitter van de kamer tot afwijzing van een klacht staat geen ander rechtsmiddel open dan verzet bij de kamer. Klager is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.170.645/01 GDW
nummer eerste aanleg : 122.2011
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 6 oktober 2015
inzake
[appellant] ,
wonend te [plaats] ,
appellant,
tegen
[geïntimeerde] ,
gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. I.M.J. van der Neut-Brattinga,
en
[geïntimeerde] ,
gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: O.M. Jans.
1 Het geding in hoger beroep
Appellant (hierna: klager) heeft op 1 juni 2015 een beroepschrift – met een bijlage – bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beschikking van de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) als bedoeld in artikel 39 lid 1 Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) van 5 juli 2011.
De voorzitter van de kamer heeft in de bestreden beschikking de klacht van klager tegen geïntimeerden (hierna: de gerechtsdeurwaarders) als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen.
De gerechtsdeurwaarders hebben op respectievelijk 6 juli 2015 en 19 juni 2015 elk een verweerschrift bij het hof ingediend.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 4 september 2015. Klager en de gerechtsdeurwaarders zijn, met voorafgaande berichtgeving, niet verschenen.
2 Stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 De ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep
Klager heeft bij brief van 3 februari 2011 bij de kamer een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarders. De voorzitter van de kamer heeft bij beschikking van 5 juli 2011 de klacht van klager afgewezen als kennelijk niet-ontvankelijk. Tegen die beschikking is klager nu in hoger beroep gekomen.
Ingevolge artikel 39 lid 2 Gdw kan tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer tot afwijzing van een klacht binnen veertien dagen na de dag van verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet worden gedaan bij de kamer. Tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer staat geen ander rechtsmiddel open.
Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
4 Beslissing
Het hof:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 5 juli 2011.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2015 door de rolraadsheer.