Civiel recht overig

Verwijzing naar hof 's-Hertogenbosch.

Gerechtshof Amsterdam, 13 oktober 2015

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
13 oktober 2015
Datum publicatie
15 oktober 2015
Zaaknummer
200.177.031/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. A.C.M Verhoeven te Rotterdam, mr. A.R.J Croiset van Uchelen te Amsterdam, mr. G.J.H Houtzagers te Den Haag
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2015:4269
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verwijzing naar hof 's-Hertogenbosch.

Procesgang

  1. Rechtbank 's-Gravenhage · 9 maart 2011

    ECLI:NL:RBSGR:2011:BP7073
  2. Rechtbank Amsterdam · 24 september 2014

    ECLI:NL:RBAMS:2014:6217
  3. Rechtbank Amsterdam · 17 juni 2015

    ECLI:NL:RBAMS:2015:3917
  4. Gerechtshof Amsterdam · 13 oktober 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2015:4269

  5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 maart 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:890
  6. Conclusie A-G · 13 juli 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:790
  7. Conclusie A-G · 13 juli 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:791
  8. Hoge Raad · 23 november 2018

    ECLI:NL:HR:2018:2047

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

  9. Hoge Raad · 23 november 2018

    ECLI:NL:HR:2018:2160

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gedeeltelijk contrair

  10. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 januari 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:161

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.177.031/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/461948 / HA ZA 10-1929

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 oktober 2015

inzake

[APPELLANT] ,

wonend te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. A.C.M. Verhoeven te Rotterdam,

tegen

1 [GEÏNTIMEERDE],

wonend te [woonplaats],

advocaat: mr. A.R.J. Croiset van Uchelen te Amsterdam,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

advocaat: mr. G.J.H. Houtzagers te Den Haag,

geïntimeerden.

1 Het geding in hoger beroep

Appellant is bij dagvaarding van 28 augustus 2015 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 9 maart 2011 en van de vonnissen van de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2015 en 24 september 2015 die onder bovengenoemd zaak-/rolnummer zijn gewezen tussen hem als eiser en (onder meer) geïntimeerden als gedaagden.

De zaak is aangebracht bij dit hof op 22 september 2015.

2 Beoordeling

In het dossier komt de naam voor van een plaatsvervanger in dit hof. Om die reden acht het hof verwijzing van de zaak op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie gewenst. Degelijke zaken worden volgens het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Amsterdam, gepubliceerd in Staatscourant 2014 nr. 9046, door dit hof verwezen naar gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof is er echter ambtshalve mee bekend dat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch zaken in behandeling heeft die met de onderhavige zaak samenhangen, zodat de zaak ter verdere behandeling en beslissing zal worden verwezen naar gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

3 Beslissing

Het hof:

verwijst de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2015.