Civiel recht overig
Klacht tegen een notaris. Volgens klager heeft de notaris in opdracht van de verkeerde banken de akte veiling…
Gerechtshof Amsterdam, 1 december 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:5016 · Gerechtshof Amsterdam · 1 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2015-5016
Zaakgegevens
Op 1 december 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 december 2015
- Datum publicatie
- 4 december 2015
- Zaaknummer
- 200.165.279/01 NOT
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:5016
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klacht tegen een notaris. Volgens klager heeft de notaris in opdracht van de verkeerde banken de akte veiling en gunning verleden, een onjuiste postcode in die akte opgenomen, alsmede in een brief een verkeerde veilingdatum vermeld. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bevestigt de bestreden beslissing.
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.165.279/01 NOT
nummer eerste aanleg : 574769/NT 14-63 B
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 1 december 2015
inzake
[naam] ,
wonend te [plaats] ,
appellant,
tegen
mr. [naam] ,
notaris te [plaats] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. H.J. van der Hauw, advocaat te Velsen-Zuid.
1 Het geding in hoger beroep
Appellant (hierna: klager) heeft op 24 februari 2015 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 19 februari 2015 (ECLI:NL:TNORAMS:2015:7). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) ongegrond verklaard.
De notaris heeft op 26 maart 2015 een verweerschrift bij het hof ingediend.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 17 september 2015. De notaris is verschenen, vergezeld van mr. H.J. van der Hauw. Beiden hebben het woord gevoerd, mr. Van der Hauw aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.
2 Stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 Feiten
Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.
Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.
Ten behoeve van de Rabohypotheekbank N.V. en de Coöperatieve Rabobank IJmuiden U.A. is in 2006 ten laste van klager een eerste recht van hypotheek gevestigd op een aan klager toebehorend woonhuis. Vanwege betalingsachterstanden hebben de Rabohypotheekbank N.V. en de Rabobank Velsen en Omstreken U.A. (verder ook gezamenlijk te noemen: de bank) de hypothecaire geldlening in februari 2013 (opnieuw) opgeëist.
Vervolgens heeft de bank bij brief van 25 oktober 2013 de notaris verzocht om tot veiling van het woonhuis over te gaan.
Bij brief van 13 november 2013 heeft de notaris klager geïnformeerd over de geplande executieveiling van het woonhuis en de gang van zaken bij een executieveiling.
Op 14 februari 2014 heeft de gerechtsdeurwaarder op verzoek van de bank aan klager bij exploot aangezegd dat de openbare verkoop van het woonhuis van klager zal plaatsvinden op vrijdag 21 maart 2014 te [plaats].
Op 4 maart 2014 heeft de notaris de akte verleden ten aanzien van de vaststelling voorwaarden hypotheekveiling van het woonhuis.
Op 26 maart 2014 heeft de notaris de akte verleden met betrekking tot de veiling en gunning van het woonhuis (hierna: de akte veiling en gunning).
Op 7 mei 2014 heeft de notaris de akte van kwijting ten aanzien van het onroerend goed gepasseerd.
4 Standpunt van klager
Klager verwijt de notaris het volgende.
i. De notaris heeft in opdracht van de verkeerde banken, te weten de Rabohypotheekbank N.V. en de Rabobank Velsen en Omstreken U.A. , de akte veiling en gunning verleden. Volgens klager mocht uitsluitend de Coöperatieve Rabobank IJmuiden U.A. hiertoe opdracht geven.
ii. De notaris heeft een onjuiste postcode in de akte veiling en gunning opgenomen.
iii. De notaris heeft in zijn brief van 13 november 2013 een verkeerde veilingdatum vermeld.
5 Standpunt van de notaris
De notaris heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de notaris wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.
6 Beoordeling
Ontvankelijkheid
De notaris heeft aangevoerd dat klager niet in zijn beroep kan worden ontvangen omdat het beroep niet is onderbouwd en geen grieven zijn geformuleerd. Het hof passeert dit betoog. De wet eist niet dat beroepsgronden worden aangedragen. In beroep moet het hof de zaak opnieuw in volle omvang behandelen, zoals klager kennelijk ook wenst.
Gang van zaken eerste aanleg
Klager maakt in zijn beroepschrift bezwaar tegen de gang van zaken in eerste aanleg. In het bijzonder verwijt hij de kamer – door bij vervroeging uitspraak te doen – de zaak onzorgvuldig en haastig te hebben behandeld.
Dit bezwaar van klager behoeft, wat overigens ook zij van de gegrondheid ervan, naar het oordeel van het hof geen nadere bespreking, aangezien het hof de klacht van klager opnieuw in volle omvang behandelt. Overigens kan uit het feit dat de kamer bij vervroeging uitspraak heeft gedaan, niet worden afgeleid dat de kamer onzorgvuldig of haastig tot een beslissing is gekomen.
Aangifte
Klager stelt in zijn beroepschrift dat hij ‘bij deze’ aangifte wil doen tegen alle betrokkenen wegens vastgoedfraude, diefstal en valsheid in geschrifte. Voor het doen van aangifte is het hof echter niet de juiste instantie, zodat het hof hieraan voorbij gaat.
Onderzoek hoger beroep
Het onderzoek in hoger beroep heeft naar het oordeel van het hof niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt. Het komt op het volgende neer. Niet aannemelijk is geworden dat de notaris bij de openbare verkoop van het woonhuis in opdracht van de verkeerde bank heeft gehandeld. De genoemde (type)fouten hebben klager niet benadeeld en zijn niet voldoende ernstig om tot een tuchtrechtelijk verwijt te leiden.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
7 Beslissing
Het hof bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, J.C.W. Rang en G. Kleykamp - Van der Ben en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2015 door de rolraadsheer.