Civiel recht overig
Tegen een beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, staat geen rechtsmiddel open.
Gerechtshof Amsterdam, 24 februari 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:578 · Gerechtshof Amsterdam · 24 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2015-578
Zaakgegevens
Op 24 februari 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 februari 2015
- Datum publicatie
- 25 februari 2015
- Zaaknummer
- 200.144.015.01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:578
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tegen een beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, staat geen rechtsmiddel open.
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.144.015/01 NOT
nummer eerste aanleg : SHE/2013/64
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 24 februari 2015
inzake
[naam],
wonend te [plaats],
appellant,
tegen
[naam],
notaris te [plaats],
geïntimeerde.
1 Het geding in hoger beroep
Appellant (hierna: klager) heeft op 24 maart 2014 een beroepschrift - met één bijlage - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 17 maart 2014. Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 4 december 2013 ongegrond verklaard.
Geïntimeerde (hierna: de notaris) heeft op 7 april 2014 een verweerschrift bij het hof ingediend.
De zaak is, tezamen met de zaken met zaaknummers 200.144.017/01 NOT en 200.144.018/01 NOT, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 11 december 2014. De notaris is verschenen en heeft het woord gevoerd. Het door klager gedane verzoek tot aanhouding van de zaak is afgewezen. Klager heeft vervolgens het hof op voorhand een pleitnota doen toekomen en is niet ter zitting verschenen.
2 De stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 Ontvankelijkheid
Klager heeft bij brief van 17 juli 2013 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 4 december 2013 deze klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek van de klacht heeft de kamer bij beslissing van 17 maart 2014 het verzet ongegrond verklaard.
Artikel 99 lid 13 van de Wet op het notarisambt bepaalt dat geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer tot ongegrondverklaring van het verzet. Dat brengt mee dat klager in zijn hoger beroep niet kan worden ontvangen. Gesteld noch gebleken is dat bij de behandeling van het verzet essentiële vormen niet in acht zijn genomen, op grond waarvan in andere zin zou moeten worden beslist.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
4 De beslissing
Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J. Blokland en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2015 door de rolraadsheer.