Civiel recht overig
Klaagster verwijt de notaris het volgende. De notaris had de zaak moeten overdragen aan een ander kantoor…
Gerechtshof Amsterdam, 24 februari 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:636 · Gerechtshof Amsterdam · 24 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2015-636
Zaakgegevens
Op 24 februari 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 februari 2015
- Datum publicatie
- 27 februari 2015
- Zaaknummer
- 200.155.291-01 NOT
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:636
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klaagster verwijt de notaris het volgende. De notaris had de zaak moeten overdragen aan een ander kantoor nadat klaagster en haar echtgenoot het vertrouwen in het kantoor hadden opgezegd. De notaris heeft, ondanks het feit dat klaagster heeft toegezegd mee te willen werken aan de uitvoering van het testament, moeder doorverwezen naar een advocaat, hetgeen tot een vervelende, kostbare en onnodige rechtsgang heeft geleid. De notaris heeft het vonnis van de rechtbank geschonden. Verder heeft klaagster door het handelen van de notaris schade geleden.
De kamer heeft klaagster in haar klacht op twee onderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard.
Overschrijding appeltermijn. Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.155.291/01 NOT
nummer eerste aanleg : AL/2013/103
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 24 februari 2015
inzake
[appellante],
wonend te [plaats], gemeente [gemeente],
appellante,
tegen
[geïntimeerde],
notaris te [plaats], gemeente [gemeente],
geïntimeerde.
1 Het geding in hoger beroep
Appellante (hierna: klaagster) heeft op 4 september 2014 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 1 juli 2014 (ECLI:NL:TNORARL:2014:41). De kamer heeft in de bestreden beslissing klaagster in haar klacht tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) op twee onderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard.
Klaagster heeft een aanvullend beroepschrift bij het hof ingediend.
De notaris heeft een brief en een verweerschrift bij het hof ingediend.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 22 januari 2015. De notaris is verschenen en heeft het woord gevoerd. Klaagster is - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - zonder bericht van verhindering niet verschenen.
2 De stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep
Aan klaagster is een afschrift van de beslissing van de kamer van 1 juli 2014 als bijlage bij een aangetekende brief van het secretariaat van de kamer van 1 juli 2014 toegestuurd.
Ingevolge artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt diende het hoger beroep binnen dertig dagen na de dag van verzending van de onder 3.1. bedoelde brief te zijn ingesteld. De beroepstermijn eindigde dus op vrijdag 1 augustus 2014. Nu het beroepschrift van klaagster, waarin zij te kennen geeft zich niet met de uitspraak van de kamer te kunnen verenigen, op
4 september 2014 bij het hof is ingekomen, is dit niet tijdig geschied.
Op het uitgangspunt dat in het belang van een goede rechtspleging duidelijkheid moet bestaan over het tijdstip waarop een termijn voor het aanwenden van een rechtsmiddel aanvangt en eindigt, en dat aan rechtsmiddeltermijnen strikt de hand moet worden gehouden, kan slechts onder bijzondere omstandigheden een uitzondering worden gemaakt. Het is aan klaagster om bijzondere omstandigheden aan te voeren op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. De enkele, niet onderbouwde stelling van klaagster dat zij de beslissing van de kamer pas op 5 augustus 2014 heeft ontvangen, welke stelling overigens door de notaris gemotiveerd en onderbouwd is betwist, is onvoldoende om vorenbedoelde omstandigheden aan te nemen. Er bestaat dan ook geen aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
4 De beslissing
Het hof:
- verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 1 juli 2014.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J. Blokland en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2015 door de rolraadsheer.