Civiel recht overig
Klacht tegen een oud-notaris. Klager verwijt de oud-notaris (die op 1 januari 2015 zijn kantoor heeft…
Gerechtshof Amsterdam, 19 april 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:1503 · Gerechtshof Amsterdam · 19 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2016-1503
Zaakgegevens
Op 19 april 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 april 2016
- Datum publicatie
- 20 april 2016
- Zaaknummer
- 200.174.125/01 NOT
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:1503
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klacht tegen een oud-notaris. Klager verwijt de oud-notaris (die op 1 januari 2015 zijn kantoor heeft gesloten) dat hij niet heeft gereageerd op de door klager aan hem gezonden brieven. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard, zonder een maatregel op te leggen. Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn in hoger beroep uitgebreide klacht en bevestigt de bestreden beslissing.
Procesgang
Uitspraak · 2015
ECLI:NL:TNORARL:2015:26Gerechtshof Amsterdam · 19 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2016:1503
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.174.125/01 NOT
nummer eerste aanleg : AL/2015/15
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 19 april 2016
inzake
[naam] ,
wonend te [plaats] ,
appellant,
tegen
[naam] ,
oud-notaris te [plaats] , gemeente [naam] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: [naam] te [plaats] .
1 Het geding in hoger beroep
Appellant (hierna: klager) heeft op 29 juli 2015 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 3 juli 2015 (ECLI:NL:TNORARL:2015:26). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de oud-notaris) gegrond verklaard, zonder een maatregel op te leggen.
De oud-notaris heeft op 21 januari 2016 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 4 februari 2016. Klager en de gemachtigde van de oud-notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.
2 Stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 Feiten
Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.
Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.
De oud-notaris is per 29 juli 2014 gedefungeerd. Van 30 juli 2014 tot 1 januari 2015 is de oud-notaris als kandidaat-notaris opgetreden als waarnemer van zijn eigen kantoor.
Op 25 september 2014 heeft klager een aangetekende brief aan de oud-notaris gezonden. Ter herinnering heeft klager op 5 november 2014 en 9 december 2014 brieven aan de oud-notaris gezonden.
De oud-notaris heeft zijn kantoor op 1 januari 2015 gesloten.
De gemachtigde van de oud-notaris heeft bij brief van 14 januari 2015 op de brief van
25 september 2014 van klager geantwoord.
4 Standpunt van klager
Klager verwijt de oud-notaris dat hij niet heeft gereageerd op de door klager aan hem gezonden brieven.
5 Standpunt van de oud-notaris
De oud-notaris heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de oud-notaris wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.
6 Beoordeling
Uitbreiding klacht
Voor zover klager op de zitting in hoger beroep zijn klacht heeft uitgebreid, heeft te gelden dat op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 4 van de Wet op het notarisambt (Wna) het hof een aan hem voorgelegde zaak opnieuw in volle omvang behandelt en dat dit betekent dat alleen in beschouwing worden genomen de klachten die ook in de procedure in eerste aanleg aan de orde zijn geweest. Klager zal in de ongeoorloofde uitbreiding van de klacht niet-ontvankelijk worden verklaard.
De klacht
Op de zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van de oud-notaris het volgende verklaard. Wegens ziekte van de oud-notaris heeft hij het dossier van klager overgenomen. Hij heeft de aan de orde zijnde kwestie uitgezocht en klager vervolgens hierover benaderd. Hij heeft klager drie keer aan de telefoon gehad. Van deze telefoongesprekken heeft hij geen aantekeningen in het dossier gemaakt.
Klager heeft hierop verklaard dat hij de gemachtigde van de oud-notaris slechts eenmaal telefonisch heeft gesproken.
Onduidelijk is gebleven wanneer de gemachtigde van de oud-notaris naar aanleiding van de door klager aan de oud-notaris gezonden brieven telefonisch contact met klager heeft gehad. Zodoende kan thans niet worden vastgesteld dat direct dan wel binnen een redelijke termijn op de brief van 25 september 2014 van klager aan de oud-notaris is gereageerd. De klacht is daarmee gegrond. Het hof acht dit kennelijke nalaten, ook gezien de omstandigheden, echter niet zodanig ernstig dat een maatregel gerechtvaardigd is.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
7 Beslissing
Het hof:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn in hoger beroep uitgebreide klacht;
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.M.A. Verscheure, J.H. Lieber en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2016 door de rolraadsheer.