Civiel recht overig
Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:1632.
Gerechtshof Amsterdam, 5 juli 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:2697 · Gerechtshof Amsterdam · 5 juli 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2016-2697
Zaakgegevens
Op 5 juli 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 juli 2016
- Datum publicatie
- 7 juli 2016
- Zaaknummer
- 200.183.349/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. T Kroes te Utrecht, mr. M.W. Langhout te Haarlem
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:2697
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:1632.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.183.349/01
zaak-/rolnummer rechtbank : 2997278 \ CV EXPL 14-3047
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 5 juli 2016
in de zaak van
STICHTING STUDIO,
gevestigd te Zaandam, gemeente Zaanstad,
appellante in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. T. Kroes te Utrecht,
tegen
GEMEENTE ZAANSTAD,
zetelend te Zaandam, gemeente Zaanstad,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. M.W. Langhout te Haarlem.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Stichting Studio en de gemeente genoemd.
Stichting Studio is bij dagvaarding van 22 september 2015 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Noord-Holland, sectie kanton, locatie Zaanstad, (hierna: de kantonrechter) van 4 december 2014 en 25 juni 2015, gewezen tussen Stichting Studio als eiseres in conventie, verweerster in reconventie, en de gemeente als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.
Bij memorie van grieven heeft Stichting Studio tegen het vonnis zeven grieven aangevoerd, producties overgelegd, bewijs aangeboden en geconcludeerd als aan het slot van die memorie is vermeld. In een bij die memorie opgeworpen incident ex artikel 351 Rv heeft Stichting Studio geconcludeerd tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis.
De gemeente heeft bij memorie van antwoord in het incident geconcludeerd tot referte, met veroordeling van Stichting Studio in de kosten van het incident.
In het incident is arrest gevraagd.
2 Beoordeling
Het gaat in deze zaak, kort samengevat en voor zover in dit incident van belang, om het volgende.
Bij het bestreden vonnis van 25 juni 2015 heeft de kantonrechter onder meer in reconventie voor recht verklaard dat Stichting Studio onrechtmatig gebruik maakt van de grond, plaatselijk bekend als [adres 1] (thans bekend als [adres 2] , het aangrenzend perceel, plaatselijk bekend als grond gelegen naast [adres 1] en de onroerende zaak aan de [adres 2] en heeft zij Stichting Studio veroordeeld tot ontruiming van voornoemde zaken. Het vonnis is ten aanzien van de veroordeling tot ontruiming uitvoerbaar bij voorraad verklaard. In het incident vordert Stichting Studio schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis.
Onder verwijzing naar een brief die zij op 11 januari 2016 aan Stichting Studio heeft geschreven, waarin zij Stichting Studio naar aanleiding van het ingestelde hoger beroep heeft bericht dat de uitspraak in hoger beroep zal worden afgewacht, heeft de gemeente aangevoerd dat Stichting Studio geen belang heeft bij haar incidentele vordering, althans dat deze vordering nodeloos is ingesteld, en heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof begrijpt de gemeente aldus dat zij geen gebruik zal maken van haar recht het ontruimingsvonnis ten uitvoer te leggen alvorens het hof in de hoofdzaak zal hebben beslist. Bij die stand van zaken heeft Stichting Studio, zoals de gemeente ook heeft aangevoerd, geen belang bij de door haar ingestelde vordering. De vordering zal daarom door het hof worden afgewezen. De beslissing omtrent de proceskosten in het incident zal worden aangehouden tot de einduitspraak.
In de hoofdzaak zal het hof de zaak naar de rol verwijzen voor de memorie van antwoord.
3 Beslissing
Het hof:
in het incident:
wijst de vordering af;
houdt de beslissing omtrent de proceskosten aan tot het in deze zaak te wijzen eindarrest;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 16 augustus 2016 voor de memorie van antwoord;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, E.M. Polak en J.M. de Jongh en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2016.