Civiel recht overig
vervolg van ECLI:NL:GHAMS:2016:5160. Appellante zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar appel omdat…
Gerechtshof Amsterdam, 4 april 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:1193 · Gerechtshof Amsterdam · 4 april 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2017-1193
Zaakgegevens
Op 4 april 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 april 2017
- Datum publicatie
- 7 april 2017
- Zaaknummer
- 200.190.053/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.J.P Liefting te Amstelveen, mr. L.F. Birnie te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:1193
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vervolg van ECLI:NL:GHAMS:2016:5160. Appellante zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar appel omdat haar bewindvoerder het geding niet heeft overgenomen of overneemt. Voornemen van het hof de advocaat van appellante op de voet van art. 245 Rv in de kosten te verwijzen. Rolverwijzing teneinde die advocaat daarop te laten reageren.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.190.053/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: 3909787 CV EXPL 15-5160
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 april 2017 (bij vervroeging)
inzake
[appellante] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. C.J.P. Liefting te Amstelveen,
t e g e n
WONINGSTICHTING EIGEN HAARD,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. L.F. Birnie te Amsterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna wederom [appellante] en Eigen Haard genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 29 november 2016 een tussenarrest (verder: het tussenarrest) uitgesproken.
Vervolgens heeft [appellante] een akte, met productie, genomen waarop Eigen Haard een antwoordakte heeft genomen.
Ten slotte is wederom arrest gevraagd.
2 Verdere beoordeling
Bij het tussenarrest heeft het hof, na te hebben vastgesteld dat de goederen van [appellante] na het bestreden vonnis onder bewind zijn gesteld, onder meer [appellante] in de gelegenheid gesteld haar bewindvoerder, [X] , op te roepen in dit geding te verschijnen en dit ten behoeve van [appellante] als formele procespartij over te nemen.
Het hof kan de vervolgens door [appellante] overgelegde e-mail van haar bewindvoerder van 22 december 2016 niet anders lezen dan dat deze het geding niet als formele procespartij heeft overgenomen of overneemt, ook al schrijft deze in die e-mail zich als formele procespartij “terug te trekken”. Dit betekent, gelet op de overwegingen onder 3.4 en 3.7 van het tussenarrest, dat [appellante] niet in haar hoger beroep kan worden ontvangen. Hieraan doet niet af dat – althans volgens de stellingen van Eigen Haard – het bewind inmiddels, namelijk met ingang van 20 januari 2017, is opgeheven.
Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat een rechtsgeldige opdracht aan mr. Liefting tot het instellen van het onderhavige hoger beroep heeft ontbroken. Daarom bestaat er aanleiding mr. Liefting op de voet van art. 245 lid 1 Rv in de proceskosten aan de zijde van Eigen Haard, die immers in appel in het gelijk wordt gesteld, te veroordelen. Alvorens aldus te beslissen zal het hof op grond van art. 245 lid 2 Rv mr. Liefting in de gelegenheid stellen bij akte zijn standpunt aangaande dit voornemen naar voren te brengen en toe te lichten. Eigen Haard zal daarop vervolgens bij antwoordakte mogen reageren.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3 Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 18 april 2017 voor een akte van mr. Liefting met het onder 2.3 aangegeven doel, waarop Eigen Haard bij antwoordakte zal mogen reageren;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, L.A.J. Dun en E.M. Polak en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 april 2017.