Civiel recht overig
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2017:316. Incidentele vordering tot tussenkomst
Gerechtshof Amsterdam, 6 juni 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:2139 · Gerechtshof Amsterdam · 6 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2017-2139
Zaakgegevens
Op 6 juni 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 juni 2017
- Datum publicatie
- 9 juni 2017
- Zaaknummer
- 200.211.947/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.G Meester te Amsterdam, mr. M Dekker te Purmerend, mr. J.Ph van Lochem te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:2139
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Appel van ECLI:NL:RBAMS:2017:316. Incidentele vordering tot tussenkomst
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.211.947/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 1415238 CV EXPL 13-5173
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 juni 2017
inzake
FEBO BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. R.G. Meester te Amsterdam,
in de zaak van
[X] FASTFOOD B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. M. Dekker te Purmerend,
tegen
VICTORIA HOTEL C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident.
advocaat: mr. J.Ph. van Lochem te Amsterdam,
Partijen worden hierna Febo, [X] en Victoria Hotel genoemd.
1 Het geding in hoger beroep
[X] is bij dagvaarding van 14 maart 2017 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (verder: de kantonrechter) van 13 januari 2017 alsook de tussenvonnissen van 20 juni 2014 en 24 oktober 2014, die onder bovengenoemd zaak-/ rolnummer zijn gewezen tussen Victoria Hotel als eiseres in conventie/verweerster in reconventie en [X] als gedaagde in conventie/eiseres in reconventie.
Febo heeft op 28 maart 2017 een incidentele conclusie tot tussenkomst ex artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ingediend.
Victoria hotel en [X] hebben beide op 11 april 2017 een antwoordconclusie in het incident genomen.
Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.
Febo heeft incidenteel gevorderd dat zij als tussenkomende partij zal worden toegelaten in de onderhavige appelprocedure tussen [X] als appellante en Victoria Hotel als geïntimeerde.
Victoria Hotel heeft zich ten aanzien van het incident gerefereerd aan het oordeel van het hof.
[X] heeft verzocht het verzoek van Febo tot tussenkomst toe te wijzen.
2 Beoordeling
In het incident
Febo heeft tussenkomst gevorderd op de grond dat zij belang heeft bij de uitkomst van de onderhavige procedure in hoger beroep en zelfstandig vorderingen tegen [X] en Victoria Hotel wenst in te stellen. Als gezegd, heeft [X] geconcludeerd tot toewijzing van de vordering en heeft Victoria Hotel zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Uit hetgeen Febo heeft aangevoerd, volgt dat aan de eisen van artikel 217 Rv wordt voldaan. De incidentele vordering van Febo tot tussenkomst in de procedure op de voet van dat artikel zal derhalve worden toegewezen.
Een oordeel over de kosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
In de hoofdzaak
Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor een memorie aan de zijde van de Febo – zodat zij haar vordering in interventie kan formuleren - alsmede, nu in verband met de incidentele vordering een dergelijke memorie in de hoofdzaak nog niet is ingediend, memorie van grieven aan de zijde van [X] .
3 Beslissing
Het hof:
in het incident
laat Febo toe tussen te komen in de hoofdzaak tussen [X] en Victoria Hotel;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 18 juli 2017 voor memorie van grieven aan de zijde van [X] en memorie van eis in interventie aan de zijde van Febo;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, J.C. Toorman en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2017.