Civiel recht overig
Tussenbeslissing. Klacht tegen gerechtsdeurwaarder. Hof zal, alvorens inhoudelijk te beslissen, ingaan op het…
Gerechtshof Amsterdam, 10 april 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:1160 · Gerechtshof Amsterdam · 10 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-1160
Zaakgegevens
Op 10 april 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 april 2018
- Datum publicatie
- 11 april 2018
- Zaaknummer
- 200.230.259/01 GDW
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:1160
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenbeslissing. Klacht tegen gerechtsdeurwaarder. Hof zal, alvorens inhoudelijk te beslissen, ingaan op het door klaagster gedane aanbod tot het overleggen van schriftelijke verklaringen. De gerechtsdeurwaarder mag daarop nog schriftelijk reageren. Iedere verder beslissing is aangehouden.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:TGDKG:2017:204Gerechtshof Amsterdam · 10 april 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2018:1160
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.230.259/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/623841 / DW RK 17/146
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 10 april 2018
inzake
[naam BV],
gevestigd te [plaats],
appellante,
gemachtigde: [naam],
tegen
[naam],
toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [plaats],
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. [naam].
1 Het geding in hoger beroep
Appellante (hierna: klaagster) heeft op 21 december 2017 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 28 november 2017 (ECLI:NL:TGDKG:2017:204). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) ongegrond verklaard.
De gerechtsdeurwaarder heeft op 30 januari 2018 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 5 april 2018. De gemachtigde van klaagster, [naam] (werkzaam bij klaagster) en de gerechtsdeurwaarder, vergezeld van zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van klaagster aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.
2 Beoordeling
Het hof zal, alvorens inhoudelijk te beslissen, ingaan op het door klaagster (zowel in eerste aanleg als in hoger beroep) gedane aanbod tot het overleggen van de schriftelijke verklaringen van de leidsters die op 23 december 2017 aanwezig waren op het kinderdagverblijf en het rooster van die dag. Indien gewenst kan de gerechtsdeurwaarder daarop nog reageren. Vervolgens zal de zaak op de stukken worden afgedaan.
Dit alles leidt tot de volgende beslissing.
3 Beslissing
Het hof:
- heropent het onderzoek;
- stelt klaagster in de gelegenheid voor 25 april 2018 aan het hof en de gerechtsdeurwaarder de hierboven onder 2.1. omschreven stukken over te leggen;
- bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder binnen twee weken na ontvangst van bovengenoemde stukken daarop schriftelijk mag reageren;
- bepaalt dat de zaak vervolgens schriftelijk zal worden afgedaan;
- houdt elke verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2018 door de rolraadsheer.