Civiel recht overig
Aanvulling van arrest 20 februari 2018.
Gerechtshof Amsterdam, 10 april 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:1253 · Gerechtshof Amsterdam · 10 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-1253
Zaakgegevens
Op 10 april 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 april 2018
- Datum publicatie
- 16 april 2018
- Zaaknummer
- 200.210.631/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A.M. Schram te Haarlem.
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:1253
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanvulling van arrest 20 februari 2018.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 10 april 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2018:1253
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 februari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:261Hoge Raad · 5 april 2019
ECLI:NL:HR:2019:508Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.210.631/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/621739 / KG ZA 17-20
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 april 2018
inzake
B.R. INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Oosteind, gemeente Oosterhout,
appellante,
advocaten: mr. P.A. Josephus Jitta en mr. H. Ruiter te Amsterdam,
tegen
MIDDENMEER B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.A.M. Schram te Haarlem.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna BRI en Middenmeer genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 20 februari 2018 een arrest uitgesproken. Bij faxbericht/brief van 27 februari 2018 heeft mr. Josephus Jitta zich namens partij BRI op het standpunt gesteld dat het hof heeft verzuimd de veroordeling van Middenmeer in de kosten van het geding in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bij e-mailbericht van 8 maart 2018 heeft mr. Schram zich namens partij Middenmeer verzet tegen toewijzing van dit verzoek.
Mr. Schram heeft zich in dit e-mailbericht van 8 maart 2018 namens partij Middenmeer op het standpunt gesteld dat het arrest een (andere) kennelijke fout/omissie bevat en herstel daarvan verzocht. Bij e-mailbericht van 14 maart 2018 heeft mr. Ruiter zich namens partij BRI vervolgens verzet tegen toewijzing van dit verzoek.
2 Beoordeling
BRI heeft er terecht op gewezen dat het hof heeft verzuimd de veroordeling van Middenmeer in de kosten van het geding in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het hof zal tot de door BRI verzochte aanvulling overgaan en het door BRI gevorderde op de voet van artikel 32 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) alsnog toewijzen.
Middenmeer stelt zich op het standpunt dat het hof heeft nagelaten BRI te veroordelen in de proceskosten terzake de door BRI ingestelde reconventionele vordering.
Het hof heeft echter de vorderingen van Middenmeer afgewezen en Middenmeer veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties. Het meer of anders gevorderde heeft het hof uitdrukkelijk afgewezen. Van een kennelijke fout/omissie is derhalve geen sprake. Het verzoek van Middenmeer zal worden afgewezen.
3 Beslissing
Het hof:
verklaart de veroordeling van Middenmeer in de kosten van het geding in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad;
vult het op 20 februari 2018 in deze zaak uitgesproken arrest in deze zin aan;
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. Oranje, E.M. Polak en P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 10 april 2018.