Civiel recht overig
tussenbeschikkingl. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:115, ECLI:NL:GHAMS:2018:301, ECLI:GHAMS:2018:3104…
Gerechtshof Amsterdam, 17 april 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:1292 · Gerechtshof Amsterdam · 17 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-1292
Zaakgegevens
Op 17 april 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 april 2018
- Datum publicatie
- 18 april 2018
- Zaaknummer
- 200.200.989/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.I.M Molenaar te Volendam, mr. S. Karakaya-Pilavci te Leusden
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:1292
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
tussenbeschikkingl. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:115, ECLI:NL:GHAMS:2018:301, ECLI:GHAMS:2018:3104, ECLI:NL:GHAMS:2019:12.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.200.989/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 5082902 EA VERZ 16-552
en 5082998 EA VERZ 16-553
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 april 2018
inzake
AMSTERDAM MEAT COMPANY AMECO B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in principaal appel, tevens verweerster in incidenteel appel,
advocaat: mr. C.I.M. Molenaar te Volendam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal appel, tevens appellant in incidenteel appel,
advocaat: mr. S. Karakaya-Pilavci te Leusden.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Ameco en [geïntimeerde] genoemd.
Bij beschikking van 30 januari 2018 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over hetgeen is verwoord in de rechtsoverwegingen 3.8.1 tot en met 3.8.5 van zijn beschikking van 16 januari 2018.
Bij brief van 23 februari 2018 (met bijlage) respectievelijk bij akte van 27 februari 2018 hebben partijen zich uitgelaten.
Partijen hebben vervolgens op elkaars uitlating gereageerd.
2 De verdere beoordeling
Hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, geeft het hof geen aanleiding terug te komen van het stellen van de in zijn beschikking van 16 januari 2018 geformuleerde prejudiciële vragen.
Het hof zal de Hoge Raad daarom verzoeken de behandeling van de vraagstelling zoals geformuleerd in de beschikking van 16 januari 2018 te hervatten.
3 Beslissing
verzoekt de Hoge Raad de behandeling van de in de beschikking van 16 januari 2018 geformuleerde vragen te hervatten;
verzoekt de griffier een afschrift van deze beschikking te sturen aan de griffier van de Hoge Raad (civiele griffie);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.J.F. Thiessen, G.C. Boot en I.A. Haanappel-van der Burg en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 17 april 2018.