Civiel recht overig
Tegen een beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, staat geen rechtsmiddel open.
Gerechtshof Amsterdam, 23 januari 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:178 · Gerechtshof Amsterdam · 23 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-178
Zaakgegevens
Op 23 januari 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 januari 2018
- Datum publicatie
- 24 januari 2018
- Zaaknummer
- 200.218.110/01 GDW
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:178
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tegen een beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, staat geen rechtsmiddel open.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:TGDKG:2017:138Gerechtshof Amsterdam · 23 januari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2018:178
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.218.110/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/612649 / DW RK 16/805
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 23 januari 2018
inzake
[naam],
wonend te [plaats],
appellant,
tegen
[naam],
gerechtsdeurwaarder te [plaats],
geïntimeerde.
1 Het geding in hoger beroep
Appellant (hierna: klager) heeft op 26 juni 2017 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 20 juni 2017 (ECLI:NL:TGDKG:2017:138).
De kamer heeft in de bestreden beslissing het verzet van klager tegen de beschikking van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 19 juli 2016, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) als kennelijk ongegrond was afgewezen, ongegrond verklaard.
Op 4 juli 2017 heeft klager het beroepschrift ondertekend bij het hof ingediend.
De gerechtsdeurwaarder heeft op 26 juli 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend.
De zaak is, voor zover het betreft de ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 21 december 2017. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd. De gerechtsdeurwaarder is, met berichtgeving vooraf, niet verschenen.
2 Stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 Ontvankelijkheid
Klager heeft een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft verweer gevoerd. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft vervolgens bij beschikking van 19 juli 2016 de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Deze beschikking is bij brief van 20 juli 2016 aan klager toegezonden, waarna klager bij brief van 22 juli 2016 verzet heeft ingesteld tegen deze beschikking. Het verzetschrift is behandeld op de terechtzitting van 2 mei 2017, alwaar klager is verschenen. De kamer heeft bij beslissing van 20 juni 2017 het verzet ongegrond verklaard.
Artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de beslissing waarvan beroep. Van het in voormeld wetsartikel opgenomen rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. Dit laatste is gesteld noch gebleken.
Het voorgaande leidt ertoe dat klager niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep.
4 Beslissing
Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 20 juni 2017.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018 door de rolraadsheer.