Civiel recht overig
Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof verenigt zich met…
Gerechtshof Amsterdam, 19 juni 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:2010 · Gerechtshof Amsterdam · 19 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-2010
Zaakgegevens
Op 19 juni 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 juni 2018
- Datum publicatie
- 19 juni 2018
- Zaaknummer
- 200.228.449/01 GDW
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:2010
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof verenigt zich met het oordeel van de kamer. Het hof voegt daaraan nog toe dat klager geen recht heeft op inzage in de opdracht aan de gerechtsdeurwaarder. Het hof gaat ervan uit, behoudens tegenbewijs dat niet is geleverd, dat deze openbaar ambtenaar voor zijn optreden over een voldoende last beschikt.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:TGDKG:2017:213Gerechtshof Amsterdam · 19 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2018:2010
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.228.449/01 GDW
nummer eerste aanleg : C/13/617268 / DW RK 16/1128
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 19 juni 2018
inzake
[naam],
wonend te [plaats],
appellant,
tegen
[naam],
voorheen gerechtsdeurwaarder te [plaats],
thans toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [plaats],
geïntimeerde,
gemachtigde: [naam].
1 Het geding in hoger beroep
Appellant (hierna: klager) heeft op 29 november 2017 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 31 oktober 2017 (ECLI:NL:TGDKG:2017:213). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de gerechtsdeurwaarder) ongegrond verklaard.
Op 30 november 2017 heeft klager een bijlage behorend bij het beroepschrift bij het hof ingediend.
De gerechtsdeurwaarder heeft op 29 december 2017 een verweerschrift bij het hof ingediend.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 5 april 2018. Klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.
2 Stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3 Feiten
Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.
4 De standpunten van partijen
De standpunten van partijen blijken uit de beslissing waarvan beroep.
5 De beoordeling
Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt. Het hof voegt daaraan nog toe dat klager geen recht heeft op inzage in de opdracht aan de gerechtsdeurwaarder. Het hof gaat ervan uit, behoudens tegenbewijs dat niet is geleverd, dat deze openbaar ambtenaar voor zijn optreden over een voldoende last beschikt.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven.
6 Beslissing
Het hof bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2018 door de rolraadsheer.