Civiel recht overig
Vervolg van tussenarrest 14 augustus 2018. Tussentijds cassatieberoep opengesteld. Zie ECLI:NL:GHAMS…
Gerechtshof Amsterdam, 4 september 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:3242 · Gerechtshof Amsterdam · 4 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-3242
Zaakgegevens
Op 4 september 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 september 2018
- Datum publicatie
- 6 september 2018
- Zaaknummer
- 200.222.273/01, 200.223.101/01, 200.223.248/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.F Ouwehand te Amsterdam, mr. D.F Lunsingh Scheurleer te Amsterdam, mr. R Schellaars te Amsterdam, mr. D.F Lunsingh Scheurleer te Amsterdam, mr. D.F Lunsingh Scheurleer te Amsterdam, mr. R. Schellaars te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:3242
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolg van tussenarrest 14 augustus 2018. Tussentijds cassatieberoep opengesteld.
Zie ECLI:NL:GHAMS: 2017:4065 en ECLI:NL:GHAMS:2018:2951.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 4 september 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2018:3242
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 januari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:95Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 januari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:96Hoge Raad · 12 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1037Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Hoge Raad · 12 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1038Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummers: 200.222.273/01, 200.223.101/01, 200.223.248/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/605112/HA ZA 16-330
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 september 2018
in de zaak met zaaknummer 200.222.273/01 van
[X] ,
wonend te [woonplaats] ( [land] ),
appellant,
advocaat: mr. J.F. Ouwehand te Amsterdam,
tegen:
de rechtspersoon naar Portugees recht
PT VENTURES SGPS S.A.,
gevestigd te Funchal, Madeira (Portugal),
geïntimeerde,
advocaat: mr. D.F. Lunsingh Scheurleer te Amsterdam,
en in de zaak met zaaknummer 200.223.101/01 van
1 [Y] ,
wonend te [woonplaats] ( [land] ),
2. de rechtspersoon naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
TOKEYNA MANAGEMENT LIMITED,
gevestigd te Tortola (Britse Maagdeneilanden),
appellanten in het principale beroep,
geïntimeerden in het incidentele beroep,
advocaat: mr. R. Schellaars te Amsterdam,
tegen:
de rechtspersoon naar Portugees recht
PT VENTURES SGPS S.A.,
gevestigd te Funchal, Madeira (Portugal),
geïntimeerde in het principale beroep,
appellante in het incidentele beroep,
advocaat: mr. D.F. Lunsingh Scheurleer te Amsterdam,
en in de zaak met zaaknummer 200.223.248/01 van
de rechtspersoon naar Portugees recht
PT VENTURES SGPS S.A.,
gevestigd te Funchal, Madeira (Portugal),
appellante,
eiseres in het incident tot voeging,
advocaat: mr. D.F. Lunsingh Scheurleer te Amsterdam,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UNITEL INTERNATIONAL HOLDINGS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
verweerster in het incident tot voeging,
advocaat: mr. R. Schellaars te Amsterdam.
1 Het verdere verloop van het geding
Partijen worden hierna wederom [Y] , UIH, Tokeyna, [X] en PTV genoemd.
Bij zijn tussenarrest van 14 augustus 2018 heeft het hof het tussenvonnis bekrachtigd, waarbij de rechtbank heeft beslist dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ter zake van de vordering tegen UIH, die in Nederland is gevestigd, en dat de vorderingen tegen [Y] , Tokeyna en [X] voldoende samenhang hebben met de vordering tegen UIH om ter zake van die vorderingen eveneens rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan te nemen, en de incidentele vordering ex art. 843a Rv heeft afgewezen op de grond dat, kort gezegd, de formulering daarvan te algemeen en onbepaald is.
Bij brief van haar advocaat van 21 augustus 2018 heeft [X] het hof erop gewezen dat het niet heeft beslist op het verzoek van [X] , bij memorie van grieven gedaan, om op de voet van artikel 401a lid 2 Rv te bepalen dat tegen het arrest van 14 augustus 2018 onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld voor zover het de beslissing betreft over de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. [X] heeft het hof verzocht om bij aanvullend arrest alsnog onmiddellijk cassatieberoep toe te staan.
PTV heeft zich bij brief van haar advocaat van 22 augustus 2018 tegen toewijzing van het verzoek verzet. [Y] , UIH en Tokeyna hebben het verzoek van [X] bij brief van hun advocaat van 23 augustus 2018 gesteund en erop gewezen dat zij bij hun eigen memorie van grieven eenzelfde verzoek hebben gedaan. PTV heeft zich daarop bij brief van haar advocaat van 21 augustus 2018 ook tegen toewijzing van het verzoek van [Y] , UIH en Tokeyna verzet.
2 Beoordeling
Het is juist dat het hof bij zijn tussenarrest van 14 augustus 2018 niet heeft beslist op het verzoek om onmiddellijk cassatieberoep van zijn beslissing over de rechtsmacht van de Nederlandse rechter open te stellen. Het hof zal bij dit aanvullende arrest alsnog op dit verzoek beslissen.
Het hof is van oordeel dat het om proceseconomische redenen aangewezen is dat van het tussenarrest onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld. Het verzoek van [X] , [Y] , UIH en Tokeyna zal daarom worden toegewezen. Daarbij wordt aangetekend dat deze beslissing impliceert dat het tussenarrest in zijn geheel vatbaar zal zijn voor cassatie.
3 Beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het in deze zaak gewezen tussenarrest van 14 augustus 2018 onmiddellijk cassatieberoep kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.W.M. Tromp en A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 september 2018.