Civiel recht overig
Klacht tegen een notaris. Van de zijde van klaagster is een e-mail ontvangen waaruit blijkt dat zij de klacht…
Gerechtshof Amsterdam, 11 december 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:4548 · Gerechtshof Amsterdam · 11 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-4548
Zaakgegevens
Op 11 december 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 december 2018
- Datum publicatie
- 11 december 2018
- Zaaknummer
- 200.238.697/01 NOT
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:4548
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Klacht tegen een notaris. Van de zijde van klaagster is een e-mail ontvangen waaruit blijkt dat zij de klacht intrekt. Het hof leidt daaruit af dat klaagster geen belang meer heeft bij een uitspraak over de klacht. Het algemeen belang vergt naar het oordeel van het hof niet de voortzetting van de behandeling. Weliswaar wordt in artikel 107 lid 3 Wet op het notarisambt (Wna) artikel 99 lid 22 Wna niet vermeld als van overeenkomstige toepassing op de behandeling in hoger beroep, maar aangenomen moet worden dat dit berust op een vergissing van de wetgever. Voorts heeft het hof in aanmerking genomen dat het notariële tuchtrecht van openbare orde is. Nu daarnaast niet door de notaris te kennen is gegeven dat zij voortzetting van de behandeling wenst, zal het hof de beslissing van de kamer waarvan beroep vernietigen en klaagster alsnog niet-ontvankelijk verklaren in haar klacht.
Uitspraak
beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.238.697/01 NOT
nummer eerste aanleg : C/05/329308 / KL RK 17-186
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 11 december 2018
inzake
[klaagster] ,
wonend te [plaats] ,
appellante,
tegen
mr. [de notaris] ,
notaris te [plaats] ,
geïntimeerde.
1 Het geding in hoger beroep
Appellante (hierna: klaagster) heeft op 5 mei 2018 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 30 april 2018. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) op alle onderdelen ongegrond verklaard.
De notaris heeft op 22 juni 2018 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.
Het hof heeft van de notaris op 24 september 2018 een nadere productie ontvangen.
Het hof heeft op 24 september 2018 van klaagster het volgende bericht per e-mail ontvangen (met bijlagen):
“Hierdoor bericht ik u dat ik de klacht intrek. Ik zal dan ook niet op de zitting van de 27e verschijnen. Een kopie van deze mail zend ik direct aan [de notaris] .”
Op 26 september 2018 heeft het hof van de notaris het volgende bericht per e-mail ontvangen:
“Hierbij laat ik u voor de goede orde weten dat ik van mijn kant geen voortzetting van de behandeling van de klacht verlang, als bedoeld in artikel 99 lid 22 WNA.”
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 27 september 2018. De notaris is verschenen. Klaagster is, zoals zij vooraf had aangekondigd, niet verschenen.
2 Beoordeling
Uit het voorgaande blijkt dat klaagster haar (tuchtrechtelijke) klacht tegen de notaris heeft ingetrokken. Het hof leidt daaruit af dat klaagster geen belang meer heeft bij een uitspraak over de klacht. Het algemeen belang vergt naar het oordeel van het hof niet de voortzetting van de behandeling. Weliswaar wordt in artikel 107 lid 3 Wet op het notarisambt (Wna) artikel 99 lid 22 Wna niet vermeld als van overeenkomstige toepassing op de behandeling in hoger beroep, maar aangenomen moet worden dat dit berust op een vergissing van de wetgever. Voorts heeft het hof in aanmerking genomen dat het notariële tuchtrecht van openbare orde is. Nu daarnaast niet door de notaris te kennen is gegeven dat zij voortzetting van de behandeling wenst, zal het hof de beslissing van de kamer waarvan beroep vernietigen en klaagster alsnog niet-ontvankelijk verklaren in haar klacht.
Op grond van hetgeen onder 2.1. is overwogen beslist het hof als volgt.
3 Beslissing
Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing;
en, opnieuw beslissende:
- verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, A.R. Sturhoofd en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2018 door de rolraadsheer.