Civiel recht overig
Verbetering van arrest van 11 juni 2019.
Gerechtshof Amsterdam, 22 oktober 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:3835 · Gerechtshof Amsterdam · 22 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-3835
Zaakgegevens
Op 22 oktober 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2019
- Datum publicatie
- 28 oktober 2019
- Zaaknummer
- 200.233.537/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.F.J.M. Nelemans te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:3835
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verbetering van arrest van 11 juni 2019.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.233.537/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/617166/ HA ZA 16-1058
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 oktober 2019
inzake
1 METROPROP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. STICHTING TOT BEHOUD VAN DE MONUMENTEN LAURENTIUS EN PETRONELLA,
gevestigd te Amsterdam,
appellanten,
advocaat: mr. C.F.J.M. Nelemans te Amsterdam,
tegen
1 GEMEENTE HEERLEN,
zetelend te Heerlen,
2. UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerden,
advocaat geïntimeerde sub 1: mr. J.B.C. Tummers te Maastricht,
advocaat geïntimeerde sub 2: mr. M.A. van der Veer te Amsterdam.
Partijen worden hierna weer Metroprop, de stichting (gezamenlijk ook: Metroprop c.s.), de gemeente en het UWV(gezamenlijk ook: de gemeente c.s.) genoemd.
1 Het geding in hoger beroep
Het hof heeft in deze zaak op 11 juni 2019 een eindarrest uitgesproken. Nadien heeft het hof bemerkt dat het dictum van dit arrest een kennelijke schrijffout in de zin van art. 31 Rv bevat, die zich leent voor eenvoudig (ambtshalve) herstel.
Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over ’s hofs voornemen tot ambtshalve herstel. Zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt.
2 Beoordeling
In het dictum van het in deze zaak gewezen arrest van 11 juni 2019 heeft het hof onder meer als volgt beslist:
veroordeelt Metroprop c.s. hoofdelijk in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 726,00 aan verschotten en € 2.148,00 voor salaris en € 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt en aan de zijde van het UWV begroot op € 726,00 aan verschotten en € 1.148,00 voor salaris, alle genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;
Het hiervoor geciteerde onderdeel van het dictum bevat een kennelijke schrijffout in de zin van art. 31 Rv, namelijk in de vermelding van de begrote kosten aan de zijde van het UWV waarin Metroprop c.s. hoofdelijk is veroordeeld. Het dictum noemt hier een bedrag van € 1.148,00 voor salaris terwijl dit € 2.148,00 voor salaris had moeten zijn (hetzelfde bedrag als voor de andere geïntimeerde).
Deze kennelijke fout leent zich voor eenvoudig herstel, waartoe het hof dan ook zal overgaan.
3 Beslissing
Het hof:
verbetert het dictum van het in deze zaak op 11 juni 2019 uitgesproken arrest aldus dat de alinea die in het dictum volgt na “bekrachtigt het vonnis waarvan beroep” als volgt komt te luiden:
veroordeelt Metroprop c.s. hoofdelijk in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 726,00 aan verschotten en € 2.148,00 voor salaris en € 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt en aan de zijde van het UWV begroot op € 726,00 aan verschotten en € 2.148,00 voor salaris, alle genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, R.J.M. Smit en C.A.H.M. ten Dam en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019.