Civiel recht overig
Verbetering van ECLI:NL:GHAMS:2020:1975.
Gerechtshof Amsterdam, 1 september 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2386 · Gerechtshof Amsterdam · 1 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2020-2386
Zaakgegevens
Op 1 september 2020 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 september 2020
- Datum publicatie
- 2 september 2020
- Zaaknummer
- 200.245.715/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. I Roos te Amsterdam, mr. A.M. van Heest te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2386
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verbetering van ECLI:NL:GHAMS:2020:1975.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.245.715/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 6186297 CV EXPL 17-17108
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 september 2020
inzake
[appellant]
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. I. Roos te Amsterdam,
tegen
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.M. van Heest te Rotterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna [appellant] en ING genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 7 juli 2020 een arrest uitgesproken.
Bij brief van 8 juli 2020 heeft mr. Van Heest zich namens ING op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Bij brief van 23 juli 2020 heeft mr. Roos zich namens [appellant] verzet tegen toewijzing van dit verzoek.
2 Beoordeling
Het arrest van 7 juli 2020 vermeldt in het dictum dat [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep wordt veroordeeld en dat die kosten aan de zijde van ING worden begroot op € 759,- voor salaris (en € 726,- aan verschotten).
Het bedrag aan salaris is – voor een ieder kenbaar en zoals te doen gebruikelijk – begroot aan de hand van het liquidatietarief, waarbij het hof is uitgegaan van 1 punt en (overeenkomstig het uit het arrest blijkende belang van de zaak) tarief I. Het hof heeft daarbij over het hoofd gezien dat in deze zaak (naast een memoriewisseling) een comparitie na aanbrengen is gehouden. Het hof had het salaris dan ook, naar ING terecht opmerkt, op basis van twee punten moeten begroten.
Het verzoek van ING strekt ertoe dat dat het in het arrest van 7 juli 2020 vermelde bedrag van € 759,- in overeenstemming met het voorgaande wordt verbeterd in € 1.518,-.
[appellant] heeft hiertegen aangevoerd dat geen sprake is van een kennelijke fout, omdat het liquidatietarief niet bindend is en uit het arrest niet valt op te maken dat sprake is van een kennelijke verschrijving of fout. Dit argument wordt verworpen. Uit het arrest is af te leiden dat het hof het liquidatietarief heeft gevolgd doch daarbij over het hoofd heeft gezien dat, zoals ook [appellant] wist, een comparitie na aanbrengen heeft plaatsgevonden.
Er is sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het hof zal die fout daarom verbeteren.
3 Beslissing
Het hof:
verbetert het in deze zaak op 7 juli 2020 uitgesproken arrest aldus dat in plaats van:
"veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van ING begroot op € 726,- aan verschotten en € 759,- voor salaris;"
wordt gelezen:
"veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van ING begroot op € 726,- aan verschotten en € 1.518,- voor salaris;"
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, mr. M.P van Achterberg en mr. A.P. Wessels en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 1 september 2020.