Civiel recht overig

Verbetering van ECLI:NL:GHAMS:2021:582.

Gerechtshof Amsterdam, 6 april 2021

Zaakgegevens

Op 6 april 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
6 april 2021
Datum publicatie
13 april 2021
Zaaknummer
200.280.119/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:1010
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verbetering van ECLI:NL:GHAMS:2021:582.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.280.119/01 SKG

zaaknummer rechtbank : C 3/684624/ KG ZA 20-479

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 april 2021

inzake

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat mr D.A. Siddiqui te Rotterdam,

tegen

STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS NEDERLAND,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat mr S.L.D. Van den Brink te Mijdrecht

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellant] en SIO genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 2 maart 2021een arrest uitgesproken. Bij e-mail van 23 maart 2021 heeft mr. Van den Brink zich namens partij SIO op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Mr. Siddiqui is verzocht te reageren op het herstelverzoek, waarop hij heeft bericht dat de zaak verder wordt behandeld door de cassatie advocaat en dat deze zal reageren. Nu geen reactie is ontvangen van de cassatie advocaat gaat het hof ervan uit dat SIO zich refereert aan het herstelverzoek.

2 Beoordeling


Mr. van den Brink verzoekt twee kennelijke verschrijvingen in het arrest te verbeteren, te weten:
- er is een proceskostenveroordeling ten laste van [appellant] opgenomen van € 2.2228,- terwijl dit € 2.228,- moet zijn;
-de partijnaam “Stichting lslamitisch Onderwijs” dient gewijzigd te worden in “Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland”.
Beide verzoeken zullen worden gehonoreerd nu het evidente verschrijvingen betreft: het salaris gemachtigde bedraagt volgens de landelijk vastgestelde liquidatietarieven € 2.228,- en in alle processtukken in hoger beroep is Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland genoemd als procespartij, zodat het voor alle betrokkenen duidelijk is dat het achterwege laten van het woord “Nederland” in de partijnaam berust op een verschrijving.

Het hof zal voornoemde kennelijke fouten daarom verbeteren.

3 Beslissing

Het hof:

verbetert het in deze zaak op 2 maart 2021 uitgesproken arrest aldus dat
-in de aanhef van het arrest in plaats van STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS gelezen dient te worden STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS NEDERLAND;
-dat aan het slot van het arrest in plaats van
“veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van SIO begroot op € 760,- aan verschotten en € 2.2228,- voor salaris en op

€ 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het

betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, indien niet binnen

veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de

kostenveroordeling is voldaan;”

gelezen dient te worden:
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de

zijde van SIO begroot op € 760,- aan verschotten en € 2.228 ,- voor salaris en op

€ 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het

betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, indien niet binnen

veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de

kostenveroordeling is voldaan;

stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.

Dit arrest is gewezen door mrs. T.S. Pieters, A.S. Arnold en G.C. Boot en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 april 2021.