Civiel recht overig
Gerechtshof Amsterdam · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Amsterdam, 11 januari 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:59 · Gerechtshof Amsterdam · 11 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2022-59
Zaakgegevens
Op 11 januari 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 januari 2022
- Datum publicatie
- 12 januari 2022
- Zaaknummer
- 200.292.963/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J Faas te Assen, mr. R.P.L.H. Burger te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:59
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
indicatie volgt t.z.t.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 11 januari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2022:59
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2022
ECLI:NL:PHR:2022:957Hoge Raad · 16 december 2022
ECLI:NL:HR:2022:1875(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.292.963/01
zaak-/rolnummer rechtbank : C/13/676923/ HA ZA 19-1355
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 januari 2022
inzake
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. J. Faas te Assen,
tegen
BOUW SERVICE MIDDEN NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.P.L.H. Burger te Rotterdam.
1 Het geding in hoger beroep
Bij dagvaarding van 16 maart 2021 is appellant in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam, dat onder bovengenoemd zaak-/rolnummer tussen partijen is gewezen op 3 maart 2021.
De zaak is aangebracht op de rol van 20 april 2021.
Bij arrest van 4 mei 2021 is een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast, die heeft
plaatsgevonden op 8 september 2021. De mondelinge behandeling na aanbrengen heeft niet tot een minnelijke regeling tussen partijen geleid.
De zaak is naar de rol van 19 oktober 2021 verwezen voor het nemen van een memorie van grieven. Omdat appellant op die datum nog niet van grieven had gediend, is de termijn voor het nemen van een memorie van grieven met vier weken verlengd.
Voor het verdere procesverloop verwijst het hof naar de rolbeslissing van 30 november 2021. In die rolbeslissing heeft de rolraadsheer het verzoek afgewezen om terug te komen van de beslissing van 16 november 2021, waarbij verval verleend is van het recht van appellant op het nemen van een memorie van grieven.
Arrest is bepaald op heden.
2 Beoordeling
Niet is gebleken dat de in de appeldagvaarding aangevallen beslissing berust op een oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13.
Bij gebreke van grieven kan appellant niet worden ontvangen in het hoger beroep.
De kosten van het hoger beroep komen voor rekening van appellant.
3 Beslissing
Het hof:
verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van geïntimeerde begroot op € 5.689,- aan verschotten en op € 4.851,- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022.