Civiel recht overig
Wrakingsverzoek, ingediend na zitting, niet-ontvankelijk. Verzoek moet worden ingediend door een advocaat…
Gerechtshof Amsterdam, 5 april 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:981 · Gerechtshof Amsterdam · 5 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2023-981
Zaakgegevens
Op 5 april 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 april 2023
- Datum publicatie
- 25 april 2023
- Zaaknummer
- 200.316.446/02
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:981
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek, ingediend na zitting, niet-ontvankelijk. Verzoek moet worden ingediend door een advocaat. Verzoeker heeft zelf verzoek ingediend en geen gebruik gemaakt van de hem gegeven hersteltermijn.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
zaaknummer wrakingszaak : 200.316.446/02
zaaknummer hoofdzaak : 200.316.446/01
beslissing van de wrakingskamer van 5 april 2023
inzake het op 23 februari 2023 ingediende wrakingsverzoek van
[verzoeker] ,
Adres: [adres] ,
hierna te noemen ‘verzoeker’.
1 Procedure
Verzoeker heeft bij brief van 17 februari 2023, ingekomen bij het hof op 23 februari 2023, na de zitting van 10 februari 2023 een verzoek tot wraking gedaan. Het verzoek strekt tot wraking van mrs. A.N. van de Beek, A. van Haeringen en S.F.M. Wortmann (hierna: de raadsheren).
De raadsheren hebben niet berust in het wrakingsverzoek. Per e-mailbericht van
6 maart 2023 hebben zij bericht te wachten met het geven van een inhoudelijke reactie op het wrakingsverzoek, totdat duidelijk is of verzoeker gebruik heeft gemaakt van de hem gegeven hersteltermijn.
2 Ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
Op grond van paragraaf 1.2 van het Wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam, in overeenstemming met vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet in een zaak waarin de partij zich in de hoofdzaak verplicht moet laten vertegenwoordigen, het verzoek tot wraking op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ingediend door een advocaat.
Verzoeker heeft op 17 februari 2023 zelf het wrakingsverzoek ingediend. Op 2 maart 2023 is verzoeker per e-mailbericht in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 9 maart 2023 een advocaat te stellen, welke termijn op 14 maart 2023 per e-mailbericht is verlengd tot en met
17 maart 2023 12:00 uur. In reactie hierop heeft verzoeker bij e-mailbericht van 14 maart 2023 geantwoord dat het hem niet is gelukt een advocaat te vinden, omdat (vertaald vanuit het Engels) ‘alle door verzoeker aangezochte advocaten te druk zijn met actuele toestanden rondom jeugdzorg en de toeslagenaffaire, zodat hij zich niet door een advocaat kan laten vertegenwoordigen, tenzij het hof hem een advocaat toewijst’. Verzoeker heeft dus geen gebruik gemaakt van de hem gegeven hersteltermijn. Evenmin heeft hij verzocht om verlenging van die termijn om hem alsnog in de gelegenheid te stellen een advocaat in de arm te nemen. Voor toewijzing van een advocaat aan verzoeker ziet de wrakingskamer geen grond. Om die reden is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Gelet op het voorgaande kan een mondelinge behandeling van het voorliggende wrakingsverzoek achterwege blijven.
3 Beslissing
De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van
mrs. A.N. van de Beek, A. van Haeringen en S.F.M. Wortmann.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.F. Aalders, R. Kuiper en J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier, en is op 5 april 2023 in het openbaar uitgesproken.
De voorzitter en griffier ondertekenen de uitspraak.