Civiel recht overig
Vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2025:78. Vordering tot tussenkomst niet toewijsbaar omdat inmiddels eindvonnis is…
Gerechtshof Amsterdam, 16 december 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:3373 · Gerechtshof Amsterdam · 16 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-3373
Zaakgegevens
Op 16 december 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 december 2025
- Datum publicatie
- 12 december 2025
- Zaaknummer
- 200.306.981
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M Raaijmakers te Hoofddorp, mr. M. Lustenhouwer te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3373
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2025:78. Vordering tot tussenkomst niet toewijsbaar omdat inmiddels eindvonnis is gewezen in de hoofdzaak (over een vergoeding op grond van Verordening (EG).
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.306.981/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 8398065 CV EXPL 20-5139
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 december 2025
inzake
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[appellant] ,
gevestigd te [plaats] ,
appellante,
advocaat: mr. M. Raaijmakers te Hoofddorp,
tegen
KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
geïntimeerde,
advocaat: mr. M. Lustenhouwer te Rotterdam.
Partijen worden hierna [appellant] en KLM genoemd.
1 De zaak in het kort
[appellant] heeft een incidentele vordering tot tussenkomst ingesteld in een hoofdzaak tussen een aantal passagiers die compensatie van KLM vorderen in verband met een vertraagde vlucht. De kantonrechter heeft de incidentele vordering tot tussenkomst afgewezen.
In een tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat [appellant] belang heeft bij haar vordering tot tussenkomst, indien deze tijdig is ingesteld en nog geen eindvonnis is gewezen in de hoofdzaak. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. Het hof wijst nu een eindarrest.
2 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Op 14 januari 2025 is een tussenarrest gewezen waarbij de zaak naar de rol is verwezen voor een akte uitlaten van partijen.
KLM heeft zich bij akte uitgelaten en partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025 laten toelichten door hun advocaten.
Ten slotte is arrest gevraagd.
3 Beoordeling
Kort samengevat heeft het hof in het tussenarrest geoordeeld dat [appellant] belang heeft bij haar vordering tot tussenkomst, indien deze tijdig is ingesteld en nog geen eindvonnis is gewezen in de hoofdzaak. Vaststaat dat inmiddels eindvonnis is gewezen in de hoofdzaak. Dat betekent dat de vordering tot tussenkomst van [appellant] niet toewijsbaar is. Het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd. [appellant] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
4 Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het bestreden vonnis;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van KLM vastgesteld op € 783 aan verschotten, € 858 aan advocatensalaris en € 178 voor nasalaris, te vermeerderen met € 92 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, L. Alwin en R.M. de Winter en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.