Civiel recht overig
Verschoningsverzoek. toegewezen.
Gerechtshof Amsterdam, 12 februari 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:3677 · Gerechtshof Amsterdam · 12 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-3677
Zaakgegevens
Op 12 februari 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 februari 2025
- Datum publicatie
- 24 januari 2026
- Zaaknummer
- 200.351.083/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3677
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verschoningsverzoek. toegewezen.
Uitspraak
beslissing
GERECHTSHOF AMSTERDAM
zaaknummer : 200.351.083/01 beslissing van de wrakingskamer van 12 februari 2025 op het schriftelijke verzoek van
[verzoeker]
raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam, Gerechtsdeurwaarderskamer,
hierna: verzoeker,
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak [naam 1] tegen [naam 2] ..
1 Het verzoek
Verzoeker heeft bij schrijven van 11 februari 2025 verzocht zich in de bovengenoemde procedure te morgen verschonen.
Ter onderbouwing van voornoemd verzoek heeft verzoeker het volgende aangevoerd. Verzoeker heeft in het verleden met één van de beklaagde gerechtsdeurwaarders, de verweerder in hoger beroep mr. J.M. Wisseborn, met enige regelmaat cursus gegeven en zal dit in de toekomst mogelijk weer doen. In dat verband acht verzoeker zich niet vrij om over de zaak te oordelen.
2 De beoordeling
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat verzoeker - subjectief - niet onpartijdig is in het geschil dat voorligt in de hoofdzaak.
Vervolgens dient onderzocht te worden of de aangevoerde omstandigheden niettemin een (zwaarwegende) aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
De onder 1.2 vermelde omstandigheid levert naar het oordeel van het hof op zichzelf een aanwijzing op als hiervoor onder 2.3 bedoeld.
3 De beslissing
Het hof:
wijst toe het verzoek van verzoeker zich van de verdere behandeling van de procedure in de zaak [naam 1] tegen [naam 2] ..
Deze beslissing is gegeven op 12 februari 2025 door mrs. H.A. van den Berg, J.F. Aalders en
M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof.