Civiel recht overig
“geschil over vroegtijdig beëindigde aannemingsovereenkomst”
Gerechtshof Amsterdam, 29 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2774 · Gerechtshof Amsterdam · 29 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2774
Zaakgegevens
Op 29 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 september 2026
- Datum publicatie
- 29 september 2026
- Zaaknummer
- 200.347.441/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Thole te Amsterdam, mr. M.B. van Munster te ‘s-Gravenhage
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2774
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
“geschil over vroegtijdig beëindigde aannemingsovereenkomst”
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
team I (handel)
zaaknummer : 200.347.441/01
zaaknummer rechtbank Noord-Holland : C/15/340356/ HA ZA 23-320
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 september 2026
in de zaak van
TOTALROOFS B.V.,
gevestigd te Velserbroek,
appellante,
incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. P. Thole te Amsterdam,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,
wonend in [plaats] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
wonend in [plaats] ,
geïntimeerden,
incidenteel appellanten,
advocaat: mr. M.B. van Munster te ‘s-Gravenhage.
Partijen worden hierna Totalroofs en [geïntimeerden] . genoemd.
1 De zaak in het kort
Geschil over vroegtijdig beëindigde aannemingsovereenkomst en schade als gevolg daarvan. De voorgenomen startdatum is gedurende een jaar nadat de aannemingsopdracht is verstrekt, verschillende keren uitgesteld. Voor aanvang van de werkzaamheden op de laatstelijk afgestemde startdatum heeft de aannemer aan opdrachtgever een aanbetalingsfactuur verzonden, met daarin vermeld dat een prijsverhoging zal worden toegepast voor de gestegen materiaalprijzen. Partijen zijn hierna in overleg getreden over de factuur en de daarin aangekondigde prijsverhoging.
Partijen zijn het erover eens dat ze een vast bedrag hebben afgesproken in verband met de gestegen materialenprijzen, voor de helft te vergoeden door de opdrachtgever. Partijen verschillen van mening over wat verder mondeling is afgesproken over de wijze en het moment van betaling, de startdatum van de werkzaamheden en de overeengekomen prijsverhoging.
Voorlopig concludeert het hof dat de opdrachtgever voldoende heeft toegelicht dat is afgesproken dat de aannemer aan hem een aangepaste factuur zou sturen en een startdatum is overeengekomen.
Het hof stelt de aannemer in de gelegenheid tegenbewijs te leveren.
2 Het geding in hoger beroep
Totalroofs is bij dagvaarding van 5 september 2024 in hoger beroep gekomen van het vonnis van 12 juni 2024 van de rechtbank Noord-Holland, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Totalroofs als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie en [geïntimeerden] . als eisers in conventie en gedaagden in reconventie (hierna: het bestreden vonnis).
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven;
- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel appel.
Op 16 juni 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd.
Ten slotte is arrest gevraagd.
3 Feiten
De rechtbank heeft in het bestreden vonnis de feiten vastgesteld in rechtsoverweging 2.1. tot en met 2.15. In hoger beroep is niet in geschil dat de feiten juist zijn weergegeven, zodat ook het hof van deze feiten uitgaat. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten, komen die feiten neer op het volgende.
[geïntimeerden] . is eigenaar van de woning aan de [A-straat] te [plaats] (hierna: de woning).
Totalroofs is een aannemingsbedrijf dat verscheidene bouwkundige diensten aanbiedt op het gebied van levering en montage van dakbedekkingen.
In 2019 heeft Totalroofs voor het eerst een offerte uitgebracht voor het (onder andere) plaatsen van een dakopbouw op de woning.
Vanaf januari 2022 heeft Totalroofs op verzoek van [geïntimeerden] . verschillende aangepaste offertes uitgebracht. Op 20 april 2022 heeft [geïntimeerden] . akkoord gegeven op een offerte van Totalroofs voor een totaalbedrag van € 82.247,33 (incl. btw). In de offerte is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:
“Betalingstermijnen: 15% bij bestelling materialen, in overleg.
35% bij aanvang werkzaamheden (…)
Binnen 5 dagen na factuurdatum.”
Partijen hebben vervolgens gecorrespondeerd over de startdatum van de werkzaamheden. In april en mei 2022 heeft [geïntimeerden] . Totalroofs een aantal keer op WhatsApp verzocht hem te berichten op welke datum zij met de werkzaamheden zou beginnen. Totalroofs heeft hier op 18 mei 2022 als volgt op gereageerd:
“(…) goede middag excuus ezcuus excuus (…). Ja bet je heel lastig deze tijd in zo ver vooruit te plannen met een exacte datum maar zullen we even oktober aanhouden.”
In september, oktober en december 2022 en januari 2023 heeft [geïntimeerden] . Totalroofs meerdere keren verzocht om een concrete planning en startdatum. Totalroofs verplaatste de startdatum eerst naar december 2022 en later naar januari 2023. Hierbij heeft Totalroofs [geïntimeerden] . bericht dat de vertraging in de aanvang van de werkzaamheden verband hield met de vertraagde levering van kozijnen:
- op 5 oktober 2022 bericht Totalroofs [geïntimeerden] . daarover:
“Ik sta nu bij mijn kozijnen leverancier k ga nu naar binnen. Zodra ik hier klaar ben bel k jou gelijk even (…) krijg geen duidelijk antwoord m.b.t. de levering Dus ben ik daar even heen gereden. Maar ik bel jou straks even op”
- [geïntimeerden] . reageert op 7 oktober 2022 en 13 december 2022 als volgt:
“Ik weet dat de kozijnen specialist geen duidelijkheid schets over de levering. Misschien kunnen we wel dit alvast in kaart brengen, zodat jullie een concreet plan kunnen maken wat betreft inkoop materialen en tijd”
en
“je zal het wel druk hebben. Maar heb jij de kozijnen boer nog gesproken ivm levertijd? Zouden we een afspraak kunnen inplannen wanneer jullie starten?”
- waarop Totalroofs op 10 oktober 2022 antwoordt:
“Ze hebben ook met mijn vader gebeld over de levering van de kozijnen. Die spreek ik einde dag nog even dan bel ik jou vanavond”
- [geïntimeerden] . reageert op 11 oktober 2022 en 21 oktober 2022:
“het liefst willen we toch vroeg beginnen. Dus zou januari voor ons beter zijn (…) als de Kozijnen dan binnen zijn. (..) We willen graag een afspraak met je maken voor het intekenen van de binnenkant (…) Dan kunnen de maten worden opgemeten”
en
“Ik neem aan dat januari dan akkoord is om te beginnen. Als de Kozijnen norgmaals 5 weken worden uitgesteld, dan zitten we nog steeds goed.”
Op 12 januari 2023 heeft Totalroofs [geïntimeerden] . vervolgens telefonisch bericht begin/half maart 2023 te kunnen starten met de werkzaamheden.
Op 29 januari 2023 heeft Totalroofs een aanbetalingsfactuur aan [geïntimeerde 2] c.s. verzonden voor een bedrag van € 12.337,10 (incl. btw). Op de factuur staat – voor zover van belang – het volgende vermeld:
“Aanbetalingsfactuur (…) (voorbehouden zijn de marktsegment prijs verhogingen van de diverse materialen).
Hierover zal [naam 1] u binnenkort inlichten, wat de prijs consequenties zijn. (…)
15% bij bestelling materialen.
Betalingstermijn:
Binnen 7 dagen na factuurdatum.”
Hierna hebben partijen nader overleg gevoerd over de factuur:
- bij WhatsApp-bericht van 31 januari 2023 heeft [geïntimeerden] . Totalroofs onder meer het volgende medegedeeld:
“De eerste factuur is bijnaIn het kader van prijs consequenties qua prijsverhoging marktsegment. Moeten we nog ergens over ingelicht worden? Even een vraagje ivm prijsverhoging van de totale factuur. (…)
Dit bedrag wordt trouwens gewoon overgemaakt”
- bij van e-mailbericht van 7 februari 2023 heeft [geïntimeerden] . Totalroofs bericht:
“Het lukt je niet om je te pakken te krijgen, dus daarom probeer ik het op deze wijze. Ik heb namelijk een vraag over de aanbetalingsfactuur die ik heb ontvangen. In je factuur staat het volgende genoteerd: ‘Voorbehouden zijn de marktsegment prijs verhogingen van de diverse materialen. Hierover zal [naam 1] u binnenkort inlichten, wat de prijs consequenties zijn.
Dit is voor ons tasten in het duister, want er zit ondertussen een jaar tussen de gemaakte offerte en de planning wanneer jullie willen gaan beginnen. (…) Ik zou eerst graag willen weten of er consequenties zijn en zo ja welke consequenties er zijn wat betreft de prijs”
- partijen hebben op 8 februari 2023 telefonisch overleg gevoerd en hebben overeenstemming bereikt over een eenmalige prijsverhoging, die voor de helft door [geïntimeerden] . zou worden vergoed;
- bij WhatsApp-bericht van 8 februari 2023 heeft Totalroofs [geïntimeerden] . het volgende medegedeeld:
“Bedankt nog voor jullie begrip m.b.t. De prijsstijgingen ene tot volgende week”
Partijen hebben vervolgens verder per WhatsApp gecommuniceerd:
- Totalroofs heeft [geïntimeerden] . als volgt bericht:
“Kan ik woensdag of donderdag even langskomen bij je”
- waarna [geïntimeerden] . als volgt heeft gereageerd:
“wij zijn er deze week niet. Wij hadden het al eerder aangegeven, maar deze week zijn wij met vakantie.
Ik heb al een tijdje niets meer van je gehoord. Ondanks wat we eerder hadden afgesproken. Dus het vertrouwen is heel eerlijk gezegd helemaal weg.
Wij hebben met een advocaat overlegd.
Je krijgt een aangetekende brief deze week”
Hierna heeft de advocaat van [geïntimeerden] . bij brief van 6 maart 2023 Totalroofs – voor zover van belang – onder meer het volgende bericht:
“Cliënten gaan er vanuit dat Totalroofs medio maart 2023 begint met haar werkzaamheden en dat zij dit zal doen tegen de tussen partijen overeengekomen aanneemsom. Ter bescherming van de rechtspositie van cliënten stel ik Totalroofs hierbij in gebreke en verzoek ik Totalroofs - zo nodig sommeer ik haar - om de werkzaamheden uiterlijk 20 maart a.s. te starten alsmede om deze vervolgens zonder onderbrekingen uit te voeren Graag ontvang ik uiterlijk 10 maart a.s. een schriftelijke bevestiging van Totalroofs dat zij uiterlijk 20 maart a.s. zal beginnen met de werkzaamheden.”
Bij e-mailbericht van 10 maart 2023 heeft Totalroofs daar – voor zover van belang – als volgt op gereageerd:
“Wij hebben op 28-01-2023 een aanbetalingsfaktuur gestuurd, zodat wij de goederen voor de werkzaamheden kunnen bestellen, tot op heden geen betaling binnen, dus kan er ook geen startdatum worden vermeld, aangezien wij de betaling nodig hebben om onze leveranciers te betalen.
Ondanks het feit (…) dat mevr. [geïntimeerde 2] duidelijk heeft vermeld dat ze die zou betalen. Na bovenstaande datum is er nog een aantal maal gevraagd om de betaling.
Dus uw termijn van 20 maart 2023 is niet haalbaar. (…)
Uw opmerking over (…) prijsaanpassingen, dat klopt niet.
Ook hier is mondeling overleg en duidelijkheid over gegeven en akkoord bevonden, zie ook hier het app. contact
We kunnen ook niet anders als een deel van de prijsverhogingen van leveranciers doorrekenen, met inachtneming van onze zijde dat het een wat langere tijd heeft geduurd als geraamd.
Want er zijn vorig jaar en dit jaar absurde prijsverhogingen. (dit hebben wij niet in de hand).”
Bij e-mailbericht van 16 maart 2023 heeft de advocaat van [geïntimeerden] . aan Totalroofs – voor zover van belang – het volgende meegedeeld:
“Cliënten kunnen zich niet vinden in uw lezing. Na ontvangst van de aanbetalingsfactuur van 29 januari jl. heeft cliënte op 31 januari jl. en op 7 februari jl. contact met u opgenomen. (…) Hierop belde u op 8 februari jl., bood u uw excuses aan en is afgesproken dat een nieuwe factuur zonder de bewuste passage zou worden gestuurd. Hierna zouden cliënten overgaan tot betaling. Ondanks herinneringen hierover op o.a. 17 februari jl. heeft Totalroofs tot op heden geen juiste factuur verstuurd aan cliënten.
Het is dus uitdrukkelijk niet zo dat cliënten geweigerd hebben te betalen en dat dit de reden van de vertraging is. Nog daargelaten dat Totalroofs eigenlijk in de zomer van 2022 al zou starten. (…)
De namens cliënten gestelde termijn voor het starten van de werkzaamheden verstrijkt aanstaande maandag. Totalroofs verkeert hierna in verzuim, als zij dat niet al verkeert vanwege het niet nakomen van eerdere termijnen. (…)
Indien Totalroofs dit wilt voorkomen, dan ontvang ik graag vóór aanstaande maandag een concrete planning voor de werkzaamheden.”
Totalroofs heeft hier bij e-mailbericht van 21 maart 2023 onder andere als volgt op gereageerd:
“Hierbij de concrete startdatum.
Aanvang werkzaamheden 24 april 2023. (…)
Als tegenprestatie wens ik graag een betalingsplan.”
Bij e-mailbericht van 30 maart 2021 heeft de advocaat van [geïntimeerden] . aan Totalroofs – voor zover van belang – het volgende meegedeeld:
“Uw voorstel is niet akkoord. (…) Totalroofs is toerekenbaar tekort geschoten en verkeert al langere tijd in verzuim. Met dit bericht ontbind ik de tussen partijen gesloten overeenkomst. Cliënten zullen de opdracht verstrekken aan een andere partij. De extra kosten die hiermee gepaard gaan, zijn directe schade van de wanprestatie van Totalroofs. Die meerkosten zullen dus op Totalroofs worden verhaald. (…) De verhoging van de kosten (en daarmee de schade voor cliënten) (…) is € 26.593,14 inclusief BTW. Voor dit bedrag is Totalroofs aansprakelijk.”
4 Procedure in eerste aanleg
In conventie
Samengevat heeft [geïntimeerden] . in eerste aanleg in conventie gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, primair voor recht verklaart dat de tussen partijen gesloten overeenkomst op 30 maart 2023 op een rechtsgeldige wijze buitengerechtelijk is ontbonden, subsidiair de tussen partijen gesloten overeenkomst gerechtelijk ontbindt, en in beide gevallen Totalroofs wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 26.593,14, met veroordeling van Totalroofs in de proceskosten en buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met rente en nakosten.
Totalroofs heeft in reconventie in eerste aanleg gevorderd dat [geïntimeerden] . hoofdelijk veroordeeld wordt aan Totalroofs een bedrag van €17.109,47 te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente, vermeerderd met de buitenrechtelijke incassokosten (te vermeerderen met de wettelijke rente), met veroordeling van [geïntimeerden] . in de proceskosten, vermeerderd met nakosten en rente.
Hetgeen partijen ter onderbouwing van hun vorderingen en verweer in eerste aanleg ten grondslag hebben gelegd, komt voor zover van belang in dit hoger beroep in het hiernavolgende aan de orde.
De rechtbank heeft in conventie voor recht verklaard dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden, en Totalroofs veroordeeld te betalen aan [geïntimeerden] . een bedrag van € 17.000,--, en een bedrag van € 945,-- aan buitengerechtelijke incassokosten, beide bedragen vermeerderd met rente.
De vorderingen van Totalroofs in reconventie zijn door de rechtbank afgewezen.
Totalroofs is veroordeeld in de proceskosten in conventie en reconventie, vermeerderd met rente en nakosten.
5 Procedure in hoger beroep
Principaal hoger beroep
Totalroofs concludeert in principaal hoger beroep tot vernietiging van het bestreden vonnis en alsnog – uitvoerbaar bij voorraad – afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerden] . in conventie en alsnog toewijzing van haar vorderingen in reconventie, met veroordeling van [geïntimeerden] . in de kosten van het geding in beide instanties met nakosten en rente.
Volgens [geïntimeerden] . moet het hof de vorderingen van Totalroofs afwijzen en het vonnis gedeeltelijk bekrachtigen, met uitzondering van het (impliciete) oordeel van de rechtbank dat het verzuim is ingetreden op 20 maart 2023, rov. 4.13.-4.14 en de afwijzing van een deel van de gevorderde schadevergoeding, met uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van Totalroofs in de kosten van het principaal hoger beroep met nakosten en rente.
Incidenteel hoger beroep
[geïntimeerden] . concludeert in incidenteel hoger beroep tot gedeeltelijke vernietiging, namelijk met uitzondering van het (impliciete) oordeel van de rechtbank dat het verzuim is ingetreden op 20 maart 2023, rov. 4.13.-4.14 en de afwijzing van een deel van de gevorderde schadevergoeding, met van het bestreden vonnis en tot het alsnog geheel toewijzen van zijn vorderingen.
Volgens Totalroofs moet het hof de vorderingen van [geïntimeerden] . in incidenteel hoger beroep afwijzen, met uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [geïntimeerden] . in de kosten van het incidenteel hoger beroep met nakosten en rente.
Door Totalroofs zijn geen grieven gericht tegen het tussenvonnis (in incident) van 4 oktober 2023, zodat tussen partijen vaststaat dat geen algemene voorwaarden van toepassing zijn op de aanneemovereenkomst.
6 Beoordeling
Partijen verschillen van mening over de afspraken die zijn gemaakt nadat Totalroofs in januari 2023 een aanbetalingsfactuur aan [geïntimeerden] . heeft verzonden waarin voor het eerst melding wordt gemaakt van prijsverhogingen van materialen in het werk. Tussen partijen is niet in geschil dat [geïntimeerden] . na ontvangst van de factuur per WhatsApp en e-mail bezwaar heeft gemaakt tegen de in die factuur opgenomen bewoordingen “voorbehouden zijn de marktsegment prijs verhogingen van de diverse materialen Hierover zal [naam 1] u binnenkort inlichten, wat de prijs consequenties zijn” (het betreffende WhatsApp-bericht en e-mailbericht van [geïntimeerden] . zijn hiervoor geciteerd in 3.9.). Ook zijn partijen het erover eens dat nadat voornoemde berichten zijn verzonden op 8 februari 2023 telefonisch overleg tussen hen heeft plaatsgevonden over de betwiste factuur. Tussen partijen staat vast dat mondeling overeenstemming is bereikt over de prijsconsequenties voor het gehele werk, waarbij partijen een vast bedrag hebben afgesproken en zijn overeengekomen dat bedrag te delen (ieder de helft). Partijen zijn echter verdeeld over de hoogte van het afgesproken bedrag. Ook twisten partijen over de op die datum nader gemaakte afspraken met betrekking tot betaling van de factuur en de overeengekomen eenmalige prijsverhoging en de start van het werk.
[geïntimeerden] . stelt met Totalroofs te hebben afgesproken niet akkoord te zijn met nadere prijswijzigingen anders dan de op 8 februari 2023 mondeling afgesproken prijsverhoging van volgens hem de helft van € 6.000,--. Om die reden is met Totalroofs mondeling afgesproken dat aan hem een nieuwe (aanbetalings)factuur zou worden gezonden, zonder de betwiste bewoordingen inzake prijsstijgingen, waarna tot betaling van de aangepaste (aanbetalings)factuur zou worden overgegaan. Hij stelt dat Totalroofs, nu zij die afspraak niet is nagekomen en ook niet is aangevangen met de werkzaamheden op de laatstelijk afgesproken datum, half maart 2023, in verzuim is komen te verkeren.
Totalroofs betwist te hebben afgesproken een nieuwe (aanbetalings)factuur aan [geïntimeerden] . te zenden. Volgens Totalroofs heeft [geïntimeerden] . per WhatsApp toegezegd het factuurbedrag te betalen en is juist [geïntimeerden] . in verzuim nu betaling binnen de fatale betalingstermijn vervat in de factuur is uitgebleven. [geïntimeerden] . is ook in verzuim omdat niet conform de gedane betalingstoezegging is betaald.
Volgens Totalroofs is zij niet in verzuim komen te verkeren. Uit het betaalschema van de offerte volgt dat partijen hebben afgesproken dat bij bestelling de eerste termijn betaald diende te worden en dat vervolgens de materialen door Totalroofs zouden worden besteld. Daarom kon niet eerder dan na betaling een definitieve startdatum worden gegeven of gestart worden met bouwen. Er was dus geen sprake van een fatale startdatum.
Volgens Totalroofs hebben partijen op 8 februari 2023 afgesproken dat [geïntimeerden] . de helft van € 6.600,-- zouden betalen. De mondeling gemaakte nieuwe afspraken hielden volgens Totalroofs verder in dat eventueel eerder ingetreden verzuim is gezuiverd en een nieuw startmoment is overeengekomen.
Het hof volgt Totalroofs niet in haar betoog dat [geïntimeerden] . per WhatsApp zou hebben toegezegd het factuurbedrag te zullen betalen, zonder het oogmerk te hebben nadere afspraken te maken over de betwiste bewoordingen van de factuur. Uit de berichten van [geïntimeerden] . na ontvangst van de aanbetalingsfactuur blijkt juist, dat hij geen bezwaar had tegen betaling van de overeengekomen offerteprijs (15% aanbetaling van vaste aanneemsom), maar dat hij niet zonder meer akkoord ging met de nieuwe door Totalroofs bedongen compensatie voor prijsverhogingen in het werk zonder dat inzicht is geboden over de totale daarmee gemoeide kosten. Gesteld noch gebleken is dat in de offerte een beding is opgenomen over prijsverhogingen. Dat [geïntimeerden] . bezwaren had tegen de van de offerte afwijkende bewoordingen in de factuur, zonder dat duidelijk was welke totale prijsconsequenties waren voorzien, is gelet daarop niet onbegrijpelijk. Het hof volgt Totalroofs dan ook niet in haar betoog dat de bewoordingen “voorbehouden zijn de marktsegment prijs verhogingen van de diverse materialen” geen (eenzijdige) wijziging ten opzichte van de overeengekomen vaste aanneemsom behelzen.
Daarbij komt dat uit de bewoordingen van het WhatsApp-bericht waaruit volgens Totalroofs blijkt dat [geïntimeerden] . zich gebonden achtte binnen de vermeend fatale factuurtermijn tot betaling over te gaan, juist volgt dat [geïntimeerden] . niet akkoord was met de factuur van 29 januari 2023. [geïntimeerden] . heeft Totalroofs immers bericht dat die factuur “bijna [onderstreping hof]” is. Het gebruik van de term ‘bijna’ in combinatie met het symbool van ‘duimpje’, duidt aan dat de factuur niet geheel akkoord was. Uit de verdere bewoordingen van het bericht blijkt verder ook dat [geïntimeerden] . vooraf inzicht wilde hebben in de prijsconsequenties voor het gehele werk voordat hij akkoord ging met de factuur zoals die voorlag. Ook uit het e-mailbericht van [geïntimeerden] . van enkele dagen daarna (7 februari 2023) blijkt dat hij vooraf duidelijkheid wilde verkrijgen over de voorziene prijsverhogingen in het werk voordat hij de factuur zou accorderen en over zou gaan tot betaling daarvan. Dat [geïntimeerden] . op 31 januari 2023 Totalroofs heeft bericht dat het (conform het overeengekomen betaalschema van de offerte) in rekening gebrachte factuurbedrag “gewoon overgemaakt” zou worden dient in het licht van het voorgaande te worden bezien. Naar het oordeel van het hof was [geïntimeerden] . gelet daarop dan ook niet reeds in verzuim, door het uitblijven van betaling binnen zeven dagen na verzending van de factuur, of nadien, zoals Totalroofs betoogt.
Definitieve startdatum overeengekomen?
Het hof volgt Totalroofs ook niet in haar betoog dat het overeengekomen betaalschema met zich brengt dat geen (definitieve) startdatum tussen partijen is overeen gekomen. Hoewel uit de offerte blijkt dat 15% van de overeengekomen aanneemsom dient te worden betaald bij bestelling van de materialen, heeft Totalroofs bij de uitvoering van de overeenkomst niet naar de letter van de offerte gehandeld. Totalroofs heeft in oktober 2022 bij [geïntimeerden] . de indruk gewekt de kozijnen te hebben besteld en de startdatum af te stemmen op de vertraagde levertijd daarvan. Gesteld noch gebleken is dat Totalroofs op dat moment betaling van 15% van de aanneemsom als voorwaarde heeft gesteld voor bestelling van de kozijnen. Dat de zoon van de heer [naam 2] ( [naam 1] ) daartoe niet bevoegd was, dan wel op dit punt “zijn mond (…) voorbij gepraat” heeft en [geïntimeerden] . niet “had kunnen zeggen dat de kozijnen onderweg waren”, omdat hij niet wist “of de aanbetaling wel of niet ontvangen was”, zoals [naam 2] tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg heeft verklaard, maakt het voorgaande niet anders. Dat bij Totalroofs in de regel eerst een aanbetaling wordt bedongen, dan de materialen worden besteld en eerst daarna een startdatum wordt overeengekomen, maakt nog niet dat in dit geval niet iets anders is afgesproken. Zowel uit de overgelegde WhatsApp-berichten als de opname van het tussen partijen gevoerde telefoongesprek van 29 januari 2023 blijkt dat toen tussen partijen half maart 2023 als startdatum is afgestemd.
Het hof gaat op grond van het bovenstaande er voorshands vanuit dat de laatstelijk tussen partijen overeengekomen startdatum half maart 2023 betreft.
Verzending aangepaste factuur overeengekomen?
In geschil is wat de gevolgen zijn van de op 8 februari 2023 gemaakte nieuwe afspraken.
[geïntimeerden] . heeft gemotiveerd onderbouwd tijdens het telefoongesprek van 8 februari 2023 met [naam 1] – met wie al het contact is onderhouden en de afspraken zijn gemaakt – niet alleen finaal akkoord te hebben bereikt over de voor het totale werk door Totalroofs in rekening te brengen prijsverhoging, maar ook over ontvangst van een nieuwe factuur waarin de betwiste bewoordingen niet zijn opgenomen. [geïntimeerden] . heeft betoogd expliciet om een nieuwe factuur te hebben gevraagd. [geïntimeerden] . wilde niet nogmaals op een later moment geconfronteerd worden met nog meer prijsstijgingen. [geïntimeerden] . heeft een verklaring van een getuige (de vader van [geïntimeerde 2] ) in het geding gebracht waaruit blijkt dat de getuige heeft gehoord dat [geïntimeerde 2] in het telefoongesprek met [naam 1] op 8 februari 2023 ontvangst van een nieuwe factuur heeft bedongen en [naam 1] verzending daarvan heeft toegezegd.
Totalroofs betoogt op haar beurt dat niet is afgesproken dat een nieuwe factuur zou volgen, maar dat het overeengekomen bedrag zou worden verrekend met nadere termijnen, dan wel dat het overeengekomen bedrag contant door [geïntimeerden] . zou worden betaald. Totalroofs heeft deze stellingen niet met stukken of anderszins onderbouwd. Tijdens zowel de mondelinge behandeling in eerste aanleg als die in hoger beroep is alleen [naam 2] ter zitting verschenen, en niet zijn zoon [naam 1] , die onbetwist alle contacten met [geïntimeerden] . heeft onderhouden en alle afspraken met [geïntimeerden] . heeft gemaakt. Hetgeen [naam 2] over het besprokene op 8 februari 2023 ter zitting heeft verklaard is dus niet uit eigen waarneming, zodat zulks op voorhand geen voldoende onderbouwde betwisting van de stellingen van [geïntimeerden] . op dit punt inhoudt.
Gelet op het voorgaande acht het hof voorshands bewezen dat [geïntimeerden] . en Totalroofs hebben afgesproken dat Totalroofs een nieuwe factuur zonder de bewoordingen “voorbehouden zijn de marktsegment prijs verhogingen van de diverse materialen” aan [geïntimeerden] . zou verzenden.
Bewijsopdracht
Totalroofs heeft in hoger beroep bewijs aangeboden van al haar stellingen en meer specifiek van haar stelling dat tijdens het telefoongesprek van 8 februari 2026 partijen nieuwe afspraken hebben gemaakt en nimmer een fatale startdatum zijn overeengekomen. Het hof laat Totalroofs dan ook toe tegenbewijs te leveren zoals bepaald in het dictum.
Schade?
Het hof wijst partijen voorts op het volgende. Indien Totalroofs niet slaagt in het opgedragen tegenbewijs en vast komt te staan dat partijen hebben afgesproken dat een aangepaste factuur aan [geïntimeerden] . zou worden verzonden, dan staat gelet op hetgeen het hof in 6.4. en 6.5. heeft overwogen vast dat Totalroofs in verzuim is. Tussen partijen is immers niet in geschil dat Totalroofs geen aangepaste factuur heeft verzonden en ook niet is aangevangen met de werkzaamheden op de laatstelijk overeengekomen startdatum. Ook heeft Totalroofs na daartoe te zijn gesommeerd, de termijn voor nakoming (20 maart 2023) laten verstrijken zonder over te gaan tot start van de werkzaamheden of te bevestigen dit te zullen doen. Uit de reacties van Totalroofs op de sommatie kon [geïntimeerden] . juist afleiden dat Totalroofs niet bereid was aan te vangen met de uitvoering van de werkzaamheden of een aangepaste factuur te sturen.
[geïntimeerden] . is in dat geval niet in verzuim komen te verkeren: er is immers geen sprake van een opeisbare betalingsverplichting nu verzending van de aangepaste factuur is uitgebleven.
Indien en voor zover komt vast te staan dat verzuim is ingetreden aan de zijde van Totalroofs, is Totalroofs verplicht de door [geïntimeerden] . geleden schade te vergoeden, bestaande in dit geval, uit het verschil tussen de kosten die [geïntimeerden] . zou hebben gemaakt bij nakoming van Totalroofs van de overeenkomst ten opzichte van de kosten die [geïntimeerden] . heeft moeten maken door een jaar later een andere aannemer de werkzaamheden te laten uitvoeren. [geïntimeerden] . heeft zijn schade gemotiveerd onderbouwd aan de hand van offertes (van de firma’s PA Bouw en Bouwdan), alsook van facturen en betaalbewijzen van door hem betaalde bedragen aan de door hem ingeschakelde aannemer PA Bouw. Hij heeft in hoger beroep ook een schema overgelegd waarin de offertes en facturen van PA Bouw met de oorspronkelijke offerte van Totalroofs per post wordt vergeleken. [geïntimeerden] . heeft betoogd schadebeperkend te hebben opgetreden door de aannemer met de laagste offerte in te schakelen. [geïntimeerden] . heeft zijn schade in hoger beroep begroot op € 33.000,--. Hij heeft zijn eis in hoger beroep echter niet vermeerderd, zodat in deze procedure het in eerste aanleg gevorderde schadebedrag van € 26.593,14 inclusief btw voorligt.
Deze schadeonderbouwing is voldoende concreet door Totalroofs betwist. Zo heeft Totalroofs onderbouwd dat in de door [geïntimeerden] . overgelegde offertes en facturen de posten niet zijn uitgesplitst, zodat daaruit niet zonder meer blijkt dat de posten overeenkomen met de oorspronkelijke offerte en heeft zij gewezen op de opvallende prijsverschillen. Volgens Totalroofs betreft de schade maximaal het tussen partijen op 8 februari 2023 overeengekomen bedrag voor de prijsverhogingen in het werk van € 6.600,--.
Voorshands oordelend acht het hof zich in staat de schade van [geïntimeerden] . te begroten. Op grond van de thans overgelegde stukken, komt het hof tot de volgende voorlopige conclusies. Het verschil tussen het door [geïntimeerden] . aan PA Bouw betaalde bedrag en de met Totalroofs overeengekomen aanneemsom, inclusief de op dat moment al bekende prijsverhoging (gemaximeerd tussen partijen op € 6.000,-- of € 6.600,--: het hof gaat voorlopig uit van het hoogste bedrag) betreft dan € 19.993,14. Verschillende posten maakten bij Totalroofs onderdeel uit van een all-in prijs voor bepaalde werkzaamheden, daar waar de PA Bouw deze posten apart in rekening brengt. Mede rekening houdend met de opvallende prijsverschillen en de hierna volgende overwegingen komt het hof uit op een voorlopig op € 11.000,-- begroot schadebedrag.
Het hof betrekt hierbij het volgende. Uitgaande van het voorgaande was Totalroofs (in elk geval) half maart 2023 in verzuim. Op dat moment had [geïntimeerden] . gedurende bijna een jaar aangedrongen op duidelijkheid omtrent de start van de werkzaamheden, waarbij Totalroofs zich steeds op andere omstandigheden (variërend van ziekte van personeel tot langere levertijden van materialen) heeft beroepen om start van de werkzaamheden telkens uit te stellen. Totalroofs heeft de indruk gewekt reeds materialen, waaronder kozijnen, te hebben besteld, om enkele maanden later zich te beroepen op prijsstijgingen van nog te bestellen materialen en daarbij betaling als voorwaarde te stellen voor het verstrekken van een definitieve datum voor aanvang van de werkzaamheden. Daar komt bij dat Totalroofs ook niet bereid was een aangepaste factuur te sturen zonder de betwiste bepaling over prijsverhoging, terwijl partijen onweersproken een vast bedrag hebben afgesproken en daarmee nadere prijsstijgingen zoals uit de betwiste bewoordingen volgt, zijn uitgesloten.
Onder die omstandigheden was de door [geïntimeerden] . gehanteerde sommatietermijn van twee weken voor de start van de werkzaamheden niet onredelijk. Van [geïntimeerden] . kon redelijkerwijs niet worden verlangd nogmaals uitstel, dan wel voor een langere termijn dan twee weken, te verlenen aan Totalroofs voor de start van de werkzaamheden. [geïntimeerden] . was dan ook gerechtigd onder voornoemde omstandigheden de overeenkomst te ontbinden.
[geïntimeerden] . heeft echter op zijn beurt nadat hij eerder akkoord is gegaan met het maximeren van de prijsverhoging in het werk (en daarvan de helft te betalen), bij brief van zijn advocaat Totalroofs gesommeerd het werk uit te voeren tegen de oorspronkelijk overeengekomen aanneemsom, dat wil zeggen zonder de overeengekomen prijsverhoging. Daarmee heeft hij niet schadebeperkend opgetreden. Hij had om zijn schade verder te beperken, juist ervoor kunnen kiezen de zaak niet op de spits te drijven, de afspraak omtrent de prijsverhoging na te komen en Totalroofs in de gelegenheid te stellen alsnog de verlangde aangepaste factuur te verzenden. Ook had hij, toen Totalroofs op 23 maart 2023 (dat wil zeggen drie dagen na het verlopen van de sommatietermijn) zich per e-mailbericht had gecommitteerd te starten op 24 april 2023, alsnog Totalroofs in de gelegenheid kunnen stellen de werkzaamheden uit te voeren. [geïntimeerden] . heeft echter op dat moment ervoor gekozen dat niet te doen, maar een andere aannemer in te schakelen. Dat terwijl het [geïntimeerden] . bekend was dat sprake was van prijsstijgingen van materialen in de bouw, waarmee hij welbewust het risico heeft aanvaard dat de door hem te betalen aanneemsom voor het werk bij inschakeling van een andere aannemer (aanzienlijk) hoger uit zou vallen dan de met Totalroofs overeengekomen totale bouwsom, inclusief de reeds overeengekomen prijsverhoging.
Vervolg
Gelet op de hoogte van het door het hof voorlopig begrote schadebedrag, de stand van de procedure waarbij Totalroofs toegelaten wordt tegenbewijs te leveren tegen de twee voorshands bewezen geachte stellingen en de tijd- en kostenbesparing die het bereiken van een minnelijke regeling zou kunnen opleveren, geeft het hof partijen in overweging de mogelijkheid van het treffen van een zodanige regeling te verkennen. Zo partijen daartoe besluiten, verzoekt het hof partijen tijdig daarover het hof te informeren.
7 Beslissing
Het hof:
laat Totalroofs toe tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stellingen (i) dat partijen hebben afgesproken dat een nieuwe factuur zou worden verzonden aan [geïntimeerden] . en (ii) dat partijen als startdatum half maart 2023 zijn overeengekomen;
bepaalt, voor het geval Totalroofs bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. Van Heesen-Laclé als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan het IJdok 20 te Amsterdam op een door deze te bepalen datum;
verwijst de zaak naar de rol van 13 oktober 2026 voor opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;
bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van het getuigenver-hoor zal vaststellen;
bepaalt dat de advocaat van Totalroofs tenminste zeven dagen voor het verhoor de namen en woonplaatsen van de te horen getuigen zal opgeven aan de wederpartij en aan de civiele griffie;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Z.D. van Heesen-Laclé, M.E. van Neck, en M.A.J.G. Janssen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.