Civiel recht overig
In deze zaak ligt de vraag voor of appellant op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de schade…
Gerechtshof Amsterdam, 6 oktober 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2857 · Gerechtshof Amsterdam · 6 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2857
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2026
- Datum publicatie
- 6 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.340.567/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. V.H.B. Kruit te Utrecht, mr. J.P. Groen te [plaats]
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2857
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
In deze zaak ligt de vraag voor of appellant op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan doordat een andere gelieerde vennootschap haar betalingsverplichtingen uit een met geïntimeerde gesloten leaseovereenkomst niet meer kon nakomen en failliet is verklaard. Het hof is van oordeel dat dat niet het geval is. Wel is appellant aansprakelijk voor het feit dat bepaalde geleaste zaken die zich in haar pand bevonden, niet zijn teruggegeven
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
team I (handel)
zaaknummer : 200.340.567/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 10323406 \ CV EXPL 23-415
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 oktober 2026
in de zaak van
GRACE SYSTEMS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
tevens incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. V.H.B. Kruit te Utrecht,
tegen
1 [appellant] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
2. DE PROJECTINRICHTER B.V.,
gevestigd te Purmerend,
geïntimeerden,
tevens incidenteel appellanten,
advocaat: mr. J.P. Groen te [plaats] .
Partijen worden hierna Grace Systems en [appellanten] (in enkelvoud) genoemd. Voor zover nodig worden laatstgenoemden afzonderlijk [appellant] en De Projectinrichter genoemd.
1 De zaak in het kort
In deze zaak ligt de vraag voor of Grace Systems op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de schade die [appellanten] lijdt doordat een andere aan Grace Systems gelieerde vennootschap, te weten Genova, haar betalingsverplichtingen uit de met [appellanten] gesloten leaseovereenkomst niet kon nakomen en failliet is verklaard. Het hof is van oordeel dat dat niet het geval is. Wel is Grace Systems aansprakelijk voor het feit dat bepaalde door Genova geleaste zaken die zich in het pand van Grace Systems bevonden (plantenbakken), niet zijn teruggeven aan [appellanten] Het hof wijst de gevorderde vergoeding van de waarde van die zaken toe. Ook is Grace Systems gehouden de in eerste aanleg opgelegde dwangsom van € 25.000,- aan [appellanten] te betalen omdat geen uitvoering is gegeven aan de veroordeling om die zaken te retourneren.
2 Het geding in hoger beroep
Grace Systems is bij dagvaarding van 6 maart 2024 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 7 december 2023 van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellanten] als eiseres en onder anderen Grace Systems als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- anticipatie exploot van 18 april 2024 van [appellanten] ;
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met een eiswijziging, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, met één productie.
Op 17 december 2024 is deze zaak op de rol gevoegd met de eveneens bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.340.570/01 (van [appellanten] tegen Grace Bio Omics B.V.).
Op 26 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij de door [appellanten] nagezonden producties zijn toegelaten tot het procesdossier. De advocaten van beide partijen hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van deze mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
Daartoe door het hof in de gelegenheid gesteld, hebben partijen na de mondelinge behandeling nog de volgende stukken ingediend:
- akte van Grace Systems, met producties;
- antwoordakte van [appellanten] , met één productie.
Ten slotte is arrest bepaald.
3 Feiten
Het hof gaat voor zover van belang voor deze zaak uit van de volgende feiten die tussen partijen niet in geschil zijn.
De Projectinrichter is een groothandel gericht op de verkoop en lease van bedrijfsmeubilair. De Projectinrichter werkt samen met [appellant] . De Projectinrichter en [appellant] zijn aan elkaar gelieerd en hebben dezelfde (middellijk) bestuurder, te weten [naam 1] . De werkwijze van [appellanten] is dat [appellant] de koopsom voldoet voor het door De Projectinrichter bestelde meubilair aan de toeleveranciers en dat de betalingen uit hoofde van de operational leaseovereenkomst door de afnemer aan [appellant] worden voldaan.
Genova B.V. (hierna: Genova), hield zich bezig met biotechnologisch speur- en ontwikkelingswerk.
De Projectinrichter heeft met Genova in de periode van december 2020 tot en met juli 2021 diverse overeenkomsten gesloten voor de aankoop, montage en/of levering van kantoormeubelen en vloerbedekking, armaturen, raamfolie, maatwerk, wandbekleding, meerwerk op het maatwerk en meerwerk voor de kantoormeubelen.
Op 27 juli 2021 hebben [appellanten] en Genova een leaseovereenkomst gesloten voor het gebruik van kantoorinrichting op grond waarvan Genova gehouden was eenmalig € 99.315,72 te betalen en vervolgens gedurende 48 maanden een bedrag van € 8.276,31 per maand (hierna: de leaseovereenkomst). De leasetermijnen moesten aan [appellant] worden voldaan. In de leaseovereenkomst staat onder andere het volgende:
“(…) In samenwerking met [appellant] B.V. voldoen wij de koopsom van de kantoorinrichting aan de toeleveranciers. Bij operationele lease betaalt uw organisatie een vast bedrag per maand voor het gebruik van de kantoorinrichting. (…) De kantoorinrichting is geen eigendom van uw organisatie. (…) Na beëindiging van de leaseovereenkomst dient de kantoorinrichting aan ons te worden geretourneerd.”
Ten tijde van het sluiten van de leaseovereenkomst was Grace Bio Omics met Qurin Diagnostics B.V. (hierna Qurin) bestuurder van Genova. Zij hielden elk de helft van de aandelen in Genova middels een holdingsvennootschap.
[naam 2] (hierna: [naam 2] ) en [naam 3] (hierna: [naam 3] ) waren bestuurders van Grace Bio Omics. Zij hielden elk de helft van de aandelen in Grace Bio Omics middels hun holdingsvennootschappen.
[naam 2] en [naam 3] hielden via hun holdingvennootschappen ieder 35% van de aandelen in Grace Systems. Qurin hield 20% van de aandelen in Grace Systems en twee minderheidsaandeelhouders hielden samen de overige 10%.
Grace Systems hield alle aandelen in Grace Datascience B.V. (hierna: Grace Datascience).
Genova heeft een bedrag van € 99.315,72 aan [appellanten] voldaan. Van de 48 maandelijkse termijnen heeft Genova er vijf voldaan. Vanaf termijn 43, gefactureerd op 27 maart 2022, is Genova opgehouden te betalen. Qurin heeft daarna nog twee termijnen voldaan.
Bij brief van 14 september 2022 heeft [appellanten] Grace Systems, Grace Bio Omics en [naam 3] en [naam 2] aansprakelijk gesteld voor het niet nakomen van de leaseovereenkomst en de door haar geleden schade.
Bij brief van 11 november 2022 heeft [appellanten] de leaseovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en Genova c.s. gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 331.052,40 aan schadevergoeding.
Bij vonnis van 7 februari 2023 van de rechtbank Midden-Nederland is Genova in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van [naam 4] als curator (hierna: curator).
De curator heeft een rechtmatigheidsonderzoek uitgevoerd en op 25 april 2025 een eindverslag opgesteld. Daarin staat dat de vragen van de curator door de bestuurders zijn beantwoord, dat de werkzaamheden in het kader van het rechtmatigheidsonderzoek zijn afgerond en dat niet is gebleken van onbehoorlijk bestuur of paulianeus handelen. Op 11 juli 2025 is het faillissement opgeheven bij gebrek aan baten.
4 Procedure bij de rechtbank
[appellanten] is in eerste aanleg een procedure gestart tegen Grace Systems, Grace Bio Omics, Genova en Qurin waarin zij onder meer vorderingen heeft ingesteld tot betaling van € 339.328,71 aan schadevergoeding en tot teruggave van geleaste goederen.
De rechtbank heeft de vorderingen op Qurin afgewezen en in de procedure tegen Genova onder meer de leaseovereenkomst ontbonden. De procedure met betrekking tot verifieerbare vorderingen op Genova is aangehouden omdat Genova lopende de procedure in staat van faillissement werd verklaard.
Grace Systems en Grace Bio Omics zijn niet (op juiste wijze) verschenen in de procedure in eerste aanleg en bij verstek hoofdelijk veroordeeld op grond van onrechtmatige daad tot betaling aan [appellanten] van:
- € 339.328,71 aan misgelopen betalingen uit hoofde van de leaseovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 11 november 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
- 4.150,62 aan buitengerechtelijke kosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Verder is Grace Systems veroordeeld tot het retourneren van plantenbakken en verlichtingselementen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel dat zij met het retourneren in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00 omdat de goederen waarvan [appellanten] teruggave vordert zich bevinden in het pand van Grace Systems aan de Orteliuslaan 850 in Utrecht.
5 Vordering in hoger beroep
Grace Systems heeft in hoger beroep gevorderd dat het hof het bestreden vonnis, voor zover tussen partijen gewezen, vernietigt en de vordering van [appellanten] jegens haar alsnog afwijst, alles met - uitvoerbaar bij voorraad - hoofdelijke veroordeling van [appellanten] in de proceskosten in beide instanties.
[appellanten] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het principaal hoger beroep. In incidenteel hoger beroep heeft [appellanten] gevorderd om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren arrest:
A. het bestreden vonnis gedeeltelijk te vernietigen en alsnog alle vorderingen van [appellanten] jegens Grace Systems (en Grace Bio Omics) toe te wijzen;
B. voor het geval wordt geoordeeld dat Grace Bio Omics (en Grace Systems) vanaf een bepaalde datum niet langer in staat zijn om de (6) Palmberg plantenbakken en (39)
verlichtingselementen te retourneren aan [appellanten] , Grace Systems (en Grace Bio Omics) - naast betaling van de verschuldigde dwangsom tot die datum - (hoofdelijk) te
veroordelen tot betaling van de waarde van die zaken, te weten een bedrag van € 14.230,68, te vermeerderen met de wettelijke rente;
C. Grace Systems (hoofdelijk met Grace Bio Omics) te veroordelen tot betaling van
€ 8.276,32 per maand, voor elke maand dat zij het meubilair onder zich hebben gehad en nog
hebben, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf iedere maand waarop het bedrag van € 8.276,32 ziet;
D. Grace Systems (hoofdelijk met Grace Bio Omics) te veroordelen in de kosten van deze procedure in hoger beroep, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Het hof begrijpt het petitum in incidenteel hoger beroep zo dat in de onderhavige procedure veroordeling van Grace Systems is gevorderd en voor zover in het petitum Grace Bio Omics wordt genoemd, dat betrekking heeft op de aparte procedure tegen Grace Bio Omics (200.340.570/01). Grace Bio Omics is immers geen partij in de onderhavige procedure.
Grace Systems heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het incidenteel hoger beroep met veroordeling van [appellanten] in de proceskosten, met nakosten en wettelijke rente.
6 Beoordeling
De eerste grief in principaal hoger beroep betreft een weergave van feiten en achtergronden. Voor het hof is niet voldoende kenbaar of en zo ja tegen welke door de rechtbank (niet) vastgestelde feiten de weergave zich richt. Voor zover relevant zal het hof bij de behandeling van de overige grieven ingaan op de weergave. Grief 2 richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat niet onaannemelijk is dat Grace Systems onrechtmatig heeft gehandeld jegens [appellanten] door “verhanging” van activiteiten van Genova naar Grace Systems of Grace Datascience. De vierde grief bouwt daarop voort en richt zich tegen het dictum waarin Grace Systems is veroordeeld tot betaling van € 339.328,71 plus handelsrente. De derde grief richt zich tegen de veroordeling tot teruggave van plantenbakken en verlichtingselementen en de vijfde - en laatste - grief richt zich tegen de veroordeling tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.
De eerste grief in incidenteel hoger beroep richt zich tegen de matiging van de dwangsom die de rechtbank heeft verbonden aan het retourneren van de geleaste zaken. De tweede grief heeft betrekking op Grace Bio Omics. Aangezien laatstgenoemde geen partij is in deze procedure, kan deze grief buiten bespreking blijven. De derde grief in incidenteel hoger beroep betreft de hoogte van de dagvaardingskosten als onderdeel van de toegewezen proceskosten in eerste aanleg.
Het hof zal eerst de tweede en daarop voortbouwende vierde grief in principaal hoger beroep over het gestelde onrechtmatig handelen behandelen en daarna ingaan op grief 3 in principaal hoger beroep inzake de niet geretourneerde geleaste zaken.
Onrechtmatig handelen
Volgens [appellanten] is Grace Bio Omics als bestuurder van Genova aansprakelijk omdat Grace Bio Omics bij het sluiten van de leaseovereenkomst in juli 2022 wist dat Genova haar betalingsverplichtingen uit de leaseovereenkomst niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de dientengevolge te lijden schade van [appellanten] Omdat de aandeelhouders en (indirect) bestuurders van Grace Bio Omics dezelfde zijn als die van Grace Systems, is ook Grace Systems aansprakelijk, aldus [appellanten]
Het hof verwerpt dit betoog. Het enkele feit dat sprake is van dezelfde (indirecte) bestuurders en aandeelhouders leidt er niet toe dat Grace Systems aansprakelijk is voor eventueel onrechtmatig handelen door Grace Bio Omics als bestuurder van Genova. Los daarvan is geen sprake van bestuurdersaansprakelijkheid van Grace Bio Omics zoals geoordeeld in het arrest van heden in de procedure tegen Grace Bio Omics met zaaknummer 200.340.570/01.
Verder stelt [appellanten] dat Grace Systems onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar omdat Grace Systems bewust heeft geprofiteerd van de tekortkoming in de leaseovereenkomst door Genova. Dat Grace Systems heeft meegewerkt aan verhanging van activiteiten vanuit Genova naar Grace Systems blijkt volgens [appellanten] onder meer uit het volgende:
-
na 14 september 2021 zijn aanzienlijke bedragen van Genova naar Grace Datascience en Grace Systems gevloeid zonder dat daarvoor een grondslag bestond;
-
Genova heeft de huurkosten en kantoorkosten van de bedrijfsruimte waarin ook Grace Systems haar onderneming exploiteerde, betaald;
-
activiteiten, personeel, meubilair en IP van Genova zijn overgeheveld naar Grace Systems zonder dat daarvoor een vergoeding is betaald.
[appellanten] heeft deze stellingen met name onderbouwd door de te verwijzen naar stellingen van Qurin in de conclusie van antwoord in eerste aanleg. Op de zitting in hoger beroep heeft [appellanten] gesuggereerd dat de curator het rechtmatigheidsonderzoek bij het faillissement van Genova voortijdig zou hebben gestaakt omdat daarvoor te weinig geld zou zijn. Volgens Grace Systems had de curator juist uitvoerig onderzoek gedaan, de gehele administratie doorgelicht, een extern bureau ingeschakeld voor de analyse van de digitale administratie en financiële stromen en op basis daarvan geconcludeerd dat geen sprake is van onbehoorlijk bestuur en/of paulianeus handelen.
Het hof heeft Grace Systems verzocht om alle vragen van de curator in het kader van het rechtmatigheidsonderzoek en alle antwoorden daarop in te brengen en Grace Systems heeft deze informatie met daarbij een toelichting bij akte in onderhavige procedure ingebracht. Daarna heeft [appellanten] zich daarover mogen uitlaten.
Geldstromen vanuit Genova
[appellanten] heeft gesteld dat Genova betalingen aan Grace Datascience en Grace Systems heeft gedaan voor meer dan een half miljoen euro zonder dat daar een grondslag voor bestond en daarmee gelden heeft overgeheveld met het doel deze te onttrekken aan verhaal. Daarbij heeft [appellanten] verwezen naar stellingen van Qurin (onder meer in de conclusie van antwoord in eerste aanleg). Daarin is gewezen op betalingen van na 15 september 2021, de datum waarop een overeenkomst tussen Genova en Grace Datascience eindigde. Concreet heeft [appellanten] verwezen naar licentiekosten van € 211.000,00 en een doorberekende managementfee van € 378.000,00 die Qurin noemt in een brief van 23 mei 2022. In de antwoordakte heeft [appellanten] echter nader toegelicht dat voornoemde bedragen kostenposten betreffen die afkomstig zijn uit de jaarrekening van Grace Datascience en dus geen kostenposten van Genova zijn. Daarmee heeft [appellanten] haar stellingen onvoldoende onderbouwd.
Los daarvan heeft ook de curator onderzoek gedaan naar de betalingen aan Grace Datascience van ná 15 september 2021, namelijk op 25 oktober 2021, 27 november 2021 en 18 december 2021 van driemaal € 104.681,13 (in totaal € 314.043,39). De curator heeft geconstateerd dat over de jaren 2020 tot en met 2022 “vaste kosten van eerst € 106.000,00 en daarna
€ 104.000,00 per maand” werden gemaakt door betaling aan Grace Datascience. De curator heeft gevraagd of voor daadwerkelijk afgenomen diensten werd gefactureerd, waarop [naam 2] - bij e-mail van 28 februari 2025 - heeft geantwoord dat een vast deel van het team, de servers en de software(licenties) ter beschikking zijn gesteld om vooraf vastgestelde doelen te behalen (zoals het uitvoeren van datamining, AI ontwikkeling, biomarker discovery, onderzoek etc.). Daarbij heeft hij de overeenkomst van opdracht tussen Genova en Grace Datascience, die eindigde op 15 september 2021, aan de curator verstrekt. Uit de vragen van de curator en de antwoorden daarop blijkt dat vanaf 2022 kantoorkosten en huisvestingskosten niet langer werden doorbelast aan Grace Datascience omdat de ondernemingen van Genova en Grace Datascience begin 2022 zonder financiering, personeel en activiteiten niet konden worden voortgezet met als gevolg dat de samenwerking stopte en daarmee dus ook de doorbelasting. Dit duidt erop dat Grace Datascience over de maanden oktober tot en met december 2021 nog wel uitvoering gaf aan de samenwerking en in dat kader een vast deel van het team, servers en software ter beschikking heeft gesteld. Dat dit anders zou zijn, heeft [appellanten] onvoldoende onderbouwd. Hieruit leidt het hof af dat Grace Data Science en Genova ondanks dat de vooraf overeengekomen looptijd van de overeenkomst was geëindigd, daaraan uitvoering zijn blijven geven en dat Grace Datascience de kosten dus daadwerkelijk heeft gemaakt (een deel van haar team, servers en software is ter beschikking gesteld) en Genova daarvoor heeft betaald. Tegen die achtergrond kan niet worden gesproken van het overhevelen van gelden met het doel deze te onttrekken aan verhaal. Overigens heeft ook de curator de conclusie getrokken dat geen sprake is geweest van paulianeus handelen met betrekking tot deze betalingen. [appellanten] heeft in de antwoordakte tot slot nog op nieuwe/andere mogelijke onregelmatigheden gewezen. Het hof gaat daaraan voorbij wegens strijd met de goede procesorde. Grace Systems heeft op deze stellingen niet kunnen reageren.
De slotsom is dat [appellanten] de stelling dat ná 14 september 2021 aanzienlijke bedragen van Genova naar Grace Datascience en Grace Systems zijn gevloeid zonder dat daarvoor een grondslag bestond, onvoldoende heeft onderbouwd en toegelicht. Die stelling wordt mitsdien verworpen.
Volgens [appellanten] betaalde Genova alle huurkosten en kantoorkosten van de bedrijfsruimte waarin ook de onderneming van Grace Systems was gevestigd en haar activiteiten exploiteerde. Daarbij verwijst [appellanten] naar een e-mail van 23 mei 2022 (producties 25 en 27 bij de conclusie van antwoord van Qurin in eerste aanleg) waarin Qurin de vraag stelt:
“Ten aanzien van de huisvestingskosten en de lease van het kantoormeubilair. De huurovereenkomst en de lease van de meubelen worden betaald door Genova maar Grace is mede gebruikster. Wat is de verdeelsleutel in deze kosten en waarop is deze sleutel gebaseerd?”
Grace Systems heeft toegelicht dat zij over eigen gehuurde locaties beschikte met eigen kantoormeubilair en heeft in dat verband foto’s overgelegd van die locaties. [naam 2] heeft op de zitting in hoger beroep verklaard dat ook medewerkers van Grace Systems in het pand van Genova werkten, maar alleen om mee te werken aan projecten binnen de joint venture Genova. In de uittreksels uit het handelsregister die [appellanten] heeft overgelegd, staat dat Grace Systems was gevestigd aan de Fred. Roeskestraat 115 te Amsterdam en Genova aan de Hondiuslaan 40 te Utrecht. [appellanten] heeft haar stelling dat Genova heeft betaald voor de ruimte waarin Grace Systems was gevestigd of exploiteerde in het licht van het voorgaande onvoldoende onderbouwd.
Overigens heeft ook de curator, die onderzoek heeft gedaan naar de huisvestingskosten en kantoorkosten van Genova aan de hand van de activiteiten van de verschillende betrokken vennootschappen, ter zake geen betalingsverplichting van Grace Systems jegens Genova geconstateerd.
Overhevelen zaken vanuit Genova naar Grace Systems
Op de zitting in hoger beroep heeft [naam 2] toegelicht dat de Intellectual Property (IP) is gedeponeerd door Genova Holding en daar is gebleven (gedeponeerd bij notaris Bussink te Rotterdam). Dit komt eveneens naar voren uit de stukken van de curator. [appellanten] is daarop niet ingegaan en heeft haar stelling dat de IP van Genova naar Grace Systems zou zijn overgeheveld daarmee onvoldoende onderbouwd.
Dat personeel en activiteiten zouden zijn overgeheveld van Genova naar Grace Systems, heeft [appellanten] gebaseerd op de producties 40 en 42 tot en met 46 bij de memorie van antwoord tevens incidenteel appel. Op de vraag welke activiteiten zijn overgegaan, heeft [appellanten] op de zitting in hoger beroep toegelicht dat personeel is overgegaan, slogans op de website zijn overgeheveld en kennis van Genova is overgegaan.
Productie 46 is een artikel uit het FD over een fusie van Renovaro, waarbij [naam 2] en diverse vennootschappen zijn betrokken, waaronder Grace Systems. [naam 2] heeft hierover op de zitting in hoger beroep verklaard dat Grace Systems ver ná het faillissement van Genova is verkocht aan een bedrijf dat datamining technologie nodig had en dat datamining niet afkomstig is van of is verplaatst vanuit Genova. [appellanten] heeft dit laatste onvoldoende betwist.
Productie 45 betreft een verklaring van [naam 5] van Qurin van 1 mei 2025 dat
de omschrijving op de website van de Renovaro Group geen enkele twijfel laat dat de
activiteiten van Genova aldaar zijn voortgezet. Dat [naam 5] van Qurin, waarmee Grace Systems ruzie had, kennelijk die conclusie heeft getrokken, is niet voldoende. [appellanten] heeft niet toegelicht welke kennis van Genova zou zijn overgegaan en waaruit dat blijkt. Ten aanzien van de overgelegde website van “Grace Technology” in productie 44 (één van de handelsnamen van Grace Systems), heeft [naam 2] verklaard die website niet te kennen, dat Grace Technology niet bestaat en dat dit een verouderde website van Genova moet zijn. Ten aanzien van het personeel heeft Grace Systems erop gewezen dat de tien (met naam genoemde) personeelsleden van Genova met toestemming van het UWV zijn ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen en een overzicht overgelegd met daarbij een viertal getekende vaststellingsovereenkomsten. In het licht van de gemotiveerde betwisting door Grace Systems heeft [appellanten] onvoldoende onderbouwd dat kennis of personeel is overgeheveld van Genova naar Grace Systems. Overigens heeft ook de curator onderzoek gedaan naar het personeelsbestand van Genova en in dit kader geen onregelmatigheden geconstateerd.
Niet geretourneerde geleaste zaken
Ten aanzien van het kantoormeubilair heeft [appellanten] toegelicht dat zij op of rond 6 september 2022 heeft geconstateerd dat een aantal van de bij [appellanten] geleaste zaken ter waarde van gezamenlijk € 35.311,82 waren verplaatst vanuit het pand van Genova aan de Hondiuslaan 40 in Utrecht. Bij brief van 14 september 2022 heeft [appellanten] Grace Bio Omics en Grace Systems en hun (middellijk) bestuurders ( [naam 3] en [naam 2] ) daarvan op de hoogte gebracht en aansprakelijk gesteld (zie bij de feiten onder 3.10). Bij brief van 11 november 2022 heeft [appellanten] de leaseovereenkomst ontbonden (zie bij de feiten onder 3.11) als gevolg waarvan de geleaste kantoorinrichting diende te worden geretourneerd (zie bij de feiten onder 3.4). [appellanten] heeft nader toegelicht een aantal zaken te hebben teruggekregen, maar niet de plantenbakken en de verlichtingselementen met in totaal een waarde van € 14.230,68 en voorts de plantenbakken te hebben aangetroffen in het pand van Grace Systems aan de Orteliuslaan 850 te Utrecht. [naam 2] heeft verklaard in de onjuiste veronderstelling te hebben verkeerd dat de plantenbakken bij Grace Systems hoorden en dat hij de plantenbakken heeft weggegeven aan een andere huurder in het pand van Grace Systems. Ten aanzien van de verlichtingselementen heeft hij verklaard dat die niet zijn meegenomen en dat die bij het einde van Genova in het berghok zijn gelegd.
Met grief 3 in principaal hoger beroep betoogt Grace Systems dat zij ten onrechte is veroordeeld tot teruggave van de plantenbakken en verlichtingsarmaturen omdat zij daarover niet feitelijk beschikte en aan die veroordeling dus niet kon voldoen. Volgens Grace Systems waren - voor zover haar bekend - de zaken niet meeverhuisd naar de Orteliuslaan en was deze kantoorruimte al volledig gemeubileerd. Het hof acht deze betwisting ten aanzien van de plantenbakken onvoldoende. [naam 2] heeft immers op de zitting in eerste aanleg verklaard in de onjuiste veronderstelling te hebben verkeerd dat de plantenbakken bij Grace Systems hoorden en dat hij de plantenbakken heeft weggegeven aan een andere huurder in het pand van Grace Systems. Hoe deze verklaring zich verhoudt met de nu in principaal hoger beroep ingenomen stelling dat die zaken niet in dat pand zijn geweest, heeft Grace Systems niet toegelicht. Een en ander betekent dat in 4.13 van het bestreden vonnis terecht is geoordeeld dat de plantenbakken zich bevonden in de macht van Grace Systems en aan het retourneren een dwangsom kon worden verbonden.
Omdat Grace Systems in hoger beroep heeft toegelicht de kantoorruimte aan de Orteliuslaan niet meer te huren en de plantenbakken onmogelijk te kunnen retourneren, zal het hof Grace Systems veroordelen tot vergoeding van de schade die daarvan het gevolg is, zoals gevorderd in incidenteel hoger beroep.
Ten aanzien van de verlichtingsarmaturen heeft [naam 2] verklaard dat die in de bergruimte van het pand van Genova zijn gebleven. Niet is gebleken van feiten en omstandigheid op grond waarvan moet worden geoordeeld dat deze verklaring onjuist is. Het hof gaat er daarom vanuit dat Grace Systems daarover niet kon beschikken. Grace Systems is daarmee ten onrechte veroordeeld de verlichtingsarmaturen te retourneren en hoeft de schade die daarvan het gevolg is niet te vergoeden. Wel heeft Grace Systems naar het oordeel van het hof de gehele dwangsom van € 25.000,- verbeurd. Die hoogte was bedoeld als prikkel voor Grace Systems om in actie te komen en niet is gebleken dat Grace Systems na daartoe te zijn veroordeeld alles in het werk heeft gesteld om de plantenbakken te retourneren. Het hof verwerpt de eerste grief in incidenteel hoger beroep gericht tegen de matiging van de hoogte van de dwangsom bij gebrek aan belang. Los daarvan kan een gevorderde dwangsom ambtshalve in hoogte worden gematigd.
Tussenconclusie aansprakelijkheid Grace Systems
Op grond van het voorgaande is Grace Systems niet aansprakelijk jegens [appellanten] in verband met het niet nakomen van de betalingsverplichting van Genova uit hoofde van de leaseovereenkomst of wegens het profiteren van wanprestatie, althans onrechtmatige daad. Hetgeen [appellanten] daaraan feitelijk ten grondslag heeft gelegd, is niet vast komen te staan. [appellanten] heeft geen bewijs aangeboden van voldoende onderbouwde feiten die, indien bewezen, tot een ander oordeel leiden. Wel is Grace Systems aansprakelijk voor het niet retourneren van de plantenbakken en zal het hof Grace Systems veroordelen tot betaling van de waarde van die zaken, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dat de plantenbakken een waarde vertegenwoordigen van € 5.280,-, heeft [appellanten] voldoende onderbouwd en Grace Systems onvoldoende betwist.
Ook Grace Bio Omics is verbonden tot betaling van dit bedrag aan [appellanten] (zie het arrest van heden in de zaak tegen Grace Bio Omics met zaaknummer 200.340.570/01). Als Grace Bio Omics (een deel daarvan) betaalt, is Grace Systems van de verplichting tot betaling (voor dat deel) jegens [appellanten] bevrijd (6:102 BW).
Dat Grace Systems de plantenbakken heeft gebruikt en daardoor ongerechtvaardigd is verrijkt, heeft [appellanten] onvoldoende onderbouwd en toegelicht. De hierop gebaseerde vordering tot betaling zal het hof dan ook afwijzen.
Slotsom en proceskosten
De grieven 2, 4 en 5 in principaal hoger beroep slagen voor zover zij zijn gericht tegen de veroordeling tot betaling van € 339.328,71 (de misgelopen vergoeding uit hoofde van de leaseovereenkomst), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, en de veroordeling tot betaling van € 4.150,62 aan buitengerechtelijke kosten. De derde grief in principaal hoger beroep slaagt voor zover deze is gericht tegen de veroordeling tot teruggave van de verlichtingselementen.
Het hof zal het bestreden vonnis in zoverre vernietigen en deze vorderingen alsnog afwijzen.
Grief 5 in principaal hoger beroep slaagt niet voor zover deze is gericht tegen de proceskostenveroordeling in eerste aanleg. Grace Systems is niet (op de juiste wijze) verschenen in de procedure in eerste aanleg als gevolg waarvan haar verweer voor het eerst in hoger beroep kon worden beoordeeld. Dat dit niet in eerste aanleg is gebeurd, komt daarmee voor rekening van Grace Systems.
De eerste twee grieven in incidenteel hoger beroep die ertoe strekken de geleaste zaken op straffe van verbeurte van een dwangsom te retourneren, falen en de vierde grief in incidenteel hoger beroep - bij wijze van eisvermeerdering in hoger beroep en strekkende tot vergoeding van de waarde van de geleaste zaken - slaagt voor zover het de plantenbakken betreft.
Het incidenteel hoger beroep slaagt in zoverre dat Grace Systems wordt veroordeeld
€ 5.280,- aan [appellanten] te betalen (de waarde van de plantenbakken). Gelet hierop zal het hof in het dictum opnemen dat deze betaling in de plaats treedt van de teruggave van de plantenbakken waartoe Grace Systems in eerste aanleg in veroordeeld. Ook de vordering tot betaling van de verschuldigde dwangsom (€ 25.000,-) zal worden toegewezen. De derde grief in incidenteel hoger beroep, waarmee [appellanten] betoogt dat in eerste aanleg alleen de kosten van betekening van de dagvaarding aan één partij zijn vergoed, terwijl de dagvaarding aan drie partijen was betekend en de kosten dus drie keer zo hoog waren, faalt omdat [appellanten] in deze procedure tegen één partij procedeert.
Het hof ziet in de uitkomst van de zaak aanleiding de proceskosten in principaal en in incidenteel hoger beroep over en weer tussen partijen te compenseren.
7 Beslissing
Het hof:
in principaal hoger beroep
vernietigt het bestreden vonnis voor zover tussen partijen gewezen en Grace Systems daarbij is veroordeeld tot betaling van € 339.328,71, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 11 november 2022 tot aan de dag van de gehele betaling (het dictum onder 5.5) en tot betaling van € 4.150,62 aan buitengerechtelijke kosten (het dictum onder 5.6) en tot het retourneren van verlichtingselementen (het dictum onder 5.4 gedeeltelijk), en doet in zoverre opnieuw recht:
wijst af deze vorderingen van [appellanten] af;
bekrachtigt het bestreden vonnis voor zover tussen partijen gewezen voor het overige;
in incidenteel hoger beroep:
veroordeelt Grace Systems € 5.280,- aan [appellanten] te betalen binnen veertien dagen na heden, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na heden aan deze veroordeling is voldaan, en bepaalt dat deze betaling in de plaats treedt van het retourneren van de plantenbakken waartoe Grace Systems in eerste aanleg in veroordeeld (5.4 van het dictum);
veroordeelt Grace Systems € 25.000,- aan [appellanten] te betalen binnen veertien dagen na heden, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na heden aan deze veroordeling is voldaan;
verklaart dit arrest ten aanzien van bovenstaande betalingsveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
in principaal en in incidenteel hoger beroep:
bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten dragen;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.L. Bervoets, M.L.D. Akkaya en A.S. Arnold en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.