Civiel recht overig
incidentele vordering, voeging, artikel 222 lid 1 Rv
Gerechtshof Amsterdam, 5 februari 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:291 · Gerechtshof Amsterdam · 5 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/tussenuitspraak/ecli-nl-ghams-2019-291
Zaakgegevens
Op 5 februari 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 februari 2019
- Datum publicatie
- 7 februari 2019
- Zaaknummer
- 200.241.862/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- TussenuitspraakTussenuitspraakDe rechter beslist nog niet alles, maar neemt een tussenstap, bijvoorbeeld een bewijsopdracht of het inschakelen van een deskundige.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A.D Bol te Rotterdam, mr. P.J Soede te Utrecht
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:291
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
incidentele vordering, voeging, artikel 222 lid 1 Rv
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBAMS:2018:5941Gerechtshof Amsterdam · 5 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2019:291
Gerechtshof Amsterdam · 11 februari 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:379Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 april 2021
ECLI:NL:PHR:2021:426Hoge Raad · 29 oktober 2021
ECLI:NL:HR:2021:1615Meerdere afhandelingswijzen · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Gerechtshof Den Haag · 22 maart 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:394
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.241.862/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/633973 / HA ZA 17-801
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 5 februari 2019
inzake
SOLIDIAM N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. M.A.D. Bol te Rotterdam,
tegen
[X] ,
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat: mr. P.J. Soede te Utrecht,
Partijen worden hierna Solidiam en [X] genoemd.
1 Het geding in hoger beroep
Solidiam is bij dagvaarding van 19 juni 2018 in hoger beroep gekomen van het vonnis dat de rechtbank Amsterdam op 21 maart 2018 onder bovenvermeld zaak-/rolnummer heeft gewezen tussen [X] als eiser en [Y] , [erven Z] en Solid Assets B.V. (hierna tezamen: [Y] c.s.) en Solidiam als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, tevens incidentele memorie tot voeging ex artikel 222
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), met producties;
- akte tot referte in het incident.
Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.
[X] heeft incidenteel gevorderd dat de onderhavige zaak wordt gevoegd met de bij dit hof onder zaaknummer 200.242.050/01 aanhangige zaak tussen [X] als appellant en [Y] c.s. als geïntimeerden.
Solidiam heeft zich voor wat betreft de gevraagde voeging gerefereerd aan het oordeel van het hof.
2 Beoordeling
[X] heeft voeging gevorderd op de grond dat de beide zaken verknocht zijn. Solidiam heeft zich, als gezegd, ten aanzien van de onderhavige incidentele vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Uit hetgeen [X] heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv wordt voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd.
De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor beraad partijen.
3 Beslissing
Het hof:
in het incident:
voegt de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.242.050/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 19 februari 2019 voor beraad partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2019.