Civiel recht overig
Geen mondelinge behandeling van het verzoek, nu ingevolge artikel 39, lid 5, van het Wetboek van Burgerlijke…
Gerechtshof Amsterdam, 24 september 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:5013 · Gerechtshof Amsterdam · 24 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-ghams-2019-5013
Zaakgegevens
Op 24 september 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 september 2019
- Datum publicatie
- 11 mei 2020
- Zaaknummer
- C/13/666317/HA/RK/165
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:5013
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen mondelinge behandeling van het verzoek, nu ingevolge artikel 39, lid 5, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen rechtsmiddel openstaat tegen de beslissing op het wrakingsverzoek van de rechtbank.Verzoekster is niet-ontvankelijk.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
rekestnummer : C/13/666317/HA/RK/165
zaaknummer hoofdzaak : 7439005 CV EXPL 19-29
beslissing van de Wrakingskamer van 24 september 2019
inzake het verzoek tot hoger beroep/cassatie van 30 juli 2019, gedaan door:
[verzoekster],
wonende te [plaats],
verzoekster.
1 Het geding
Op 8 mei 2019 is bij de rechtbank Amsterdam een verzoek tot wraking binnengekomen in de zaak met nummer 7439005 CV EXPL 19-29 (hierna: de hoofdzaak). Het verzoek betrof
mr. M.E.B. Terwee, kantonrechter te Amsterdam (hierna: de rechter). De wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij beslissing van 17 mei 2019 verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot wraking.
Op 22 augustus 2019 heeft het gerechtshof Amsterdam een schrijven van verzoekster ontvangen met als onderwerp: “Hoger beroep / Cassatie tegen beslissing wrakingskamer d.d. 17 mei 2019 RECHTBANK Amsterdam Afdeling: Privaatrecht.”
De wrakingskamer overweegt hieromtrent als volgt.
Ingevolge artikel 39, lid 5, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat tegen de beslissing op het wrakingsverzoek geen rechtsmiddel open. Gelet op het voorgaande is verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot hoger beroep en heeft, op grond van artikel 11 lid 1 van het Wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag, geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
2 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze uitspraak is op 24 september 2019 gegeven door mrs. H.M.J. Quaedvlieg, E.A.G. van der Ouderaa en P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier.