Civiel recht overig
Verzoek tot wraking. Niet-ontvankelijk.
Gerechtshof Amsterdam, 1 april 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:3063 · Gerechtshof Amsterdam · 1 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-ghams-2022-3063
Zaakgegevens
Op 1 april 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 april 2022
- Datum publicatie
- 29 oktober 2022
- Zaaknummer
- 200.302.950/03
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3063
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tot wraking. Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
zaaknummer : 200.302.950/03
beslissing van de wrakingskamer van 1 april 2022
inzake het op 18 maart 2022 gedane verzoek door
[naam] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.
1 Het geding
In de civiele procedure met de zaaknummers 200.302.950/01 en 200.302.950/02 (hierna: de hoofdzaak) heeft verzoeker op 18 maart 2022 ter griffie van het gerechtshof Amsterdam (hierna: het gerechtshof) een verzoek ingediend tot wraking. Het verzoek strekt tot wraking van ‘de rechtbank’, waaruit het hof afleidt: de raadsheren die de hoofdzaak hebben behandeld, namelijk mr. G.W. Brands-Bottema, mr. A.N. van de Beek en mr. J.A. van Keulen (hierna gezamenlijk te noemen: de raadsheren).
2 De feiten en het procesverloop
De mondelinge behandeling in de hoofdzaak heeft plaatsgevonden op 7 februari 2022. Verzoeker was daarbij niet aanwezig. Vervolgens hebben de betreffende raadsheren een beschikking gegeven, die op 15 maart 2022 in het openbaar is uitgesproken.
3 Het wrakingsverzoek
Blijkens de brief van 17 maart 2022, ingekomen op 18 maart 2022, houdt het verzoek tot wraking, voor zover van belang, het volgende in: in de hoofdzaak is er een partijdige, vooringenomen uitspraak gedaan met verstrekkende gevolgen, waarbij doelbewust doorslaggevende informatie is genegeerd.
4 Het oordeel van de wrakingskamer
Artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) houdt in dat op verzoek
van een partij, elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, waarbij vermeld dient te worden dat zo’n verzoek op grond van artikel 37 Rv tijdig dient te worden gedaan.
De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek te laat is ingediend: de einduitspraak, in de vorm van de beschikking, was al uitgesproken. Op het moment van het indienen van het wrakingsverzoek was er daarom niet langer sprake van ‘rechters die een zaak behandelen’ in de zin van artikel 36 Rv. Een wrakingsverzoek dat na de einduitspraak wordt gedaan, is tardief.
Omdat het verzoek tot wraking te laat is gedaan, zal de wrakingskamer het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen. Aan een inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek komt de wrakingskamer dan ook niet toe.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
5 De beslissing
Het hof:
verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is op 1 april 2022 gegeven door mr. P.F.E. Geerlings, mr. S.M.M. Bordenga en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier.
Mr. P.F.E. Geerlings en mr. A.N. Biersteker zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.