Ondernemingsrecht

Enquete; vaststelling vergoeding onderzoeker; 2:350 lid 3 BW

Gerechtshof Amsterdam, 9 januari 2014

Zaakgegevens

Op 9 januari 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
9 januari 2014
Datum publicatie
14 januari 2014
Zaaknummer
200.102.055/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
<emphasis role="bold">mr. P.J. van der Korst</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2014:16
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Enquete; vaststelling vergoeding onderzoeker; 2:350 lid 3 BW

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.102.055/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 9 januari 2014

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENECO RETAIL B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. R.B. Gerretsen en mr. H.T. Verhaar, kantoorhoudende te Rotterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GROENE ENERGIE ADMINISTRATIE B.V.,

handelend onder de naam Greenchoice,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. A.N. Stoop en mr. C.J. Scholten, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENERGIE CONCURRENT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. M.M. Tuijtel en mr. W. Buikstra, kantoorhoudende te Rotterdam,

e n t e g e n

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[belanghebbende sub 2],

gevestigd te Rotterdam,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. P.J. van der Korst, kantoorhoudende te Amsterdam.
1. Het verloop van het geding

1.1 Partijen worden hierna aangeduid als Eneco, Greenchoice, Energie Concurrent en [belanghebbende sub 2]. Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 27 april 2012, 3 mei 2012, 27 juli 2012, 23 mei 2013, 21 juni 2013, 10 december 2013 (alle met zaaknummer 200.102.055/01) en 18 oktober 2013 (met zaaknummer 200.102.055/02).

1.2 Bij de beschikkingen van 27 april en 3 mei 2012 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Greenchoice, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 50.000 (exclusief BTW) mag kosten, mr. P. Cronheim benoemd tot onderzoeker en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding Energie Concurrent geschorst als bestuurder van Greenchoice, drs. F. van Westen (hierna: Van Westen) benoemd tot bestuurder van Greenchoice en de door Energie Concurrent gehouden aandelen in Greenchoice ten titel van beheer overgedragen aan ir. W.P.M. van der Schoot.

1.3 Bij beschikking van 27 juli 2012 heeft de Ondernemingskamer op verzoek van de onderzoeker het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 125.000 (exclusief BTW).

1.4 Bij beschikking van 21 juni 2013 heeft de Ondernemingskamer dit bedrag verhoogd tot
€ 225.000 (exclusief BTW).

1.5 Bij brief van 6 december 2013 heeft de onderzoeker het verslag van het in 1.2 bedoelde onderzoek met de daarbij behorende bijlagen aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Voorts heeft de onderzoeker bij voormelde brief de Ondernemingskamer verzocht zijn vergoeding te bepalen op
€ 225.000 (exclusief BTW). In verband daarmee heeft de onderzoeker als bijlage bij die brief een urenspecificatie overgelegd van alle in het kader van het onderzoek verrichte werkzaamheden. Deze specificatie sluit op een bedrag van € 295.131,50 (exclusief BTW).

1.6 Bij de beschikking van 10 december 2013 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag van het onderzoek met de daarbij behorende bijlagen ter inzage ligt voor belanghebbenden, en partijen in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 17 december 2013 schriftelijk uit te laten over het verzoek van de onderzoeker om zijn vergoeding te bepalen op € 225.000 (exclusief BTW).

1.7 Bij brief van 16 december 2013 heeft mr. Stoop namens Greenchoice laten weten dat Greenchoice geen bezwaar heeft tegen voormeld verzoek van de onderzoeker. Van de overige partijen is in dit verband niet vernomen.

2 De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW bepalen, en wel op het door de onderzoeker verzochte bedrag, nu daartegen van de zijde van partijen geen bezwaren zijn ontvangen en de door de onderzoeker verzochte vergoeding het vastgestelde budget niet overschrijdt noch - gelet op de overgelegde urenspecificatie - de Ondernemingskamer onredelijk voorkomt.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 225.000 (exclusief BTW);

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en
mr. G.C. Makkink, raadsheren, en prof. dr. M.A. van Hoepen RA en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 9 januari 2014.