Ondernemingsrecht
Gerechtshof Amsterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Ondernemingsrecht
Gerechtshof Amsterdam, 24 juli 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:3202 · Gerechtshof Amsterdam · 24 juli 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2014-3202
Zaakgegevens
Op 24 juli 2014 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 juli 2014
- Datum publicatie
- 12 augustus 2014
- Zaaknummer
- 200.137.535 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2014:3202
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK, Enquete
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.137.535/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 juli 2014
inzake:
[verzoeker],
wonende te [...],
VERZOEKER,
advocaten: mrs. F.M. Peters en M.D. Hazenberg, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEADERLAND TTM B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEADERLAND TTM I B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEADERLAND TTM II B.V.,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEADERLAND TTM III B.V.,
allen gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTERS,
advocaten (voorheen, maar thans teruggetrokken): mrs. I.S. Oosterhoff en R.J.T. Kamstra, kantoorhoudende te Amsterdam,
thans niet verschenen,
e n t e g e n
1 [Belanghebbende sub 1],
wonend te [...],
2. [Belanghebbende sub 2],
wonende te [...],
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mrs. I.S. Oosterhoff en R.J.T. Kamstra, kantoorhoudende te Amsterdam,
3 [Belanghebbende sub 3],
wonende te [...],
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. J.A. Meijer en K. ter Hart, kantoorhoudende te Den Haag.
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 18 maart 2014 en 11 juli 2014 in deze zaak.
De Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat er een kennelijke fout staat in het onderschrift van de beschikking van 11 juli 2014.
Bij emailbericht van 16 juli 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen geïnformeerd dat Ondernemingskamer voornemens is om, op voet van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de beschikking van 11 juli 2014 te herstellen en heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten.
Mr. Meijer, mr. Peters, mr. Soerjatin en mr. Kamstra hebben de Ondernemingskamer laten weten dat zij geen bezwaar hebben tegen het voorgenomen herstel van de beschikking.
2 De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat het onderschrift van haar beschikking van 11 juli 2014 luidt: “Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en E.R. Bunt en drs. P.R. Baart, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink en D. Cohen Tervaert, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 juli 2014”. Het onderschrift had moeten luiden “Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. drs. B.M. Prins RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink en D. Cohen Tervaert, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 juli 2014. Het voorgaande is aan te merken als een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Ondernemingskamer zal die fout verbeteren en wel als volgt.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
verbetert haar in de onderhavige zaak op 11 juli 2014 gegeven beschikking in dier voege dat het onderschrift van de beschikking komt te luiden:
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. drs. B.M. Prins RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink en D. Cohen Tervaert, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 juli 2014.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. drs. B.M. Prins RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink en D. Cohen Tervaert, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 juli 2014.