Ondernemingsrecht
OK. Enquêterecht. Vaststelling vergoeding onderzoeker.
Gerechtshof Amsterdam, 6 augustus 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:3234 · Gerechtshof Amsterdam · 6 augustus 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2015-3234
Zaakgegevens
Op 6 augustus 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2015
- Datum publicatie
- 7 augustus 2015
- Zaaknummer
- 200.158.426/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. E.F Renes</emphasis>, voorheen mr. J van Embden
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:3234
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK. Enquêterecht. Vaststelling vergoeding onderzoeker.
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.158.426/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 6 augustus 2015
inzake
[A] ,
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaat: mr. E.F. Renes, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
H.R.C. HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: voorheen mr. J. van Embden, kantoorhoudende te Amstelveen, thans zonder advocaat.
1 Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 25 november 2014, 3 december 2014 ,25 maart 2015 en 24 juli 2015 in deze zaak.
Bij de beschikkingen van 25 november 2014, 3 december 2014 en 25 maart 2015 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van HRC Holding B.V. bevolen, het bedrag dat het onderzoek mag kosten – na een kostenverhoging – vastgesteld op € 23.500 (exclusief btw) en mr. E. Hammerstein aangewezen als onderzoeker.
Bij brief van 23 juli 2015 heeft de onderzoeker het verslag van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Voorts heeft de onderzoeker bij e-mail van 24 juli 2013 een urenspecificatie van alle in deze zaak verrichtte werkzaamheden met betrekking tot het onderzoek en de declaraties overgelegd. In totaal is een bedrag van € 19.056,07 in rekening gebracht.
Bij de beschikking van 24 juli 2015 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag van de onderzoeker ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. Voorts heeft de Ondernemingskamer in die beschikking partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker.
Van (de advocaten van) partijen is daarop niet vernomen.
2 De gronden van de beslissing
De in rekening gebrachte vergoeding overschrijdt het vastgestelde budget niet. Er zijn voorts geen bezwaren aangevoerd. De vergoeding komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal daarom de vergoeding van de onderzoeker - overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW - bepalen als hierna te vermelden.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 19.056,07, de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema raadsheren, en E.R. Bunt en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 6 augustus 2015.