Ondernemingsrecht

OK; Enquête; onderzoeksverslag; terinzagelegging voor belanghebbenden; art. 2:353 lid 2 BW; art. 2:350 lid 3 BW.

Gerechtshof Amsterdam, 8 oktober 2015

Zaakgegevens

Op 8 oktober 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
8 oktober 2015
Datum publicatie
8 oktober 2015
Zaaknummer
200.149.154/01 OK
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
<emphasis role="bold">mr. M.P.M Fruytier</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. C.J van Dijk</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. C.J van Dijk</emphasis>
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2015:4159
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OK; Enquête; onderzoeksverslag; terinzagelegging voor belanghebbenden; art. 2:353 lid 2 BW; art. 2:350 lid 3 BW.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.149.154/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 8 oktober 2015

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [...] ,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. M.P.M. Fruytier, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEST GREEN B.V.,

gevestigd te Bleiswijk,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [...] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal verzoekster (ook) worden aangeduid met [A] , verweerster met Best Green en belanghebbende met [B] .

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 4 en 5 augustus 2014 in deze zaak.

1.3

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Best Green, mr. W.G. van Hassel (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 25.000 (exclusief btw) mag kosten, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding - [A] en [B] geschorst als bestuurders van Best Green, ir. A. van de Walle benoemd tot bestuurder van Best Green, en bepaald dat alle aandelen in Best Green ten titel van beheer aan de benoemde bestuurder zijn overgedragen.

1.4

Bij brief van 5 oktober 2015 heeft de onderzoeker het onderzoeksverslag (met bijlagen) aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Eveneens bij brief (met bijlage) van 5 oktober 2015 heeft de onderzoeker een overzicht van de door hem aan het onderzoek bestede uren gegeven, en bericht dat de totale kosten van het onderzoek € 20.332 (exclusief btw) bedragen.

1.5

De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag (met bijlagen) van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

2.2

Met het oog op de door de Ondernemingskamer op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW vast te stellen vergoeding van de onderzoeker, zal de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid stellen zich over de vast te stellen vergoeding van de onderzoeker uit te laten.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij beschikking van 4 augustus 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Best Green B.V., gevestigd te Bleijswijk, ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;

stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk op maandag 19 oktober 2015 te 16:00 uur schriftelijk uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker als weergegeven in 2.2 hiervoor;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en H. de Munnik en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van
mr. R. Verheggen, griffier, en door mr. Tillema in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2015.