Ondernemingsrecht
OK; enquêterecht; verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten
Gerechtshof Amsterdam, 24 maart 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:1200 · Gerechtshof Amsterdam · 24 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2016-1200
Zaakgegevens
Op 24 maart 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 maart 2016
- Datum publicatie
- 1 april 2016
- Zaaknummer
- 200.168.542/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:1200
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; enquêterecht; verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.168.542/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 maart 2016
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoeker 1] ,
gevestigd te [....] ,
(...)
23. [verzoeker 23],
wonende te [....] ,
VERZOEKERS,
advocaten: mr. P. Haas en mr. B. Verkerk, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. de naamloze vennootschap
ROTTERDAMSE TAXI CENTRALE RTC N.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RTC FRANCHISE B.V.,
beide gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS,
advocaten: mr. J.G. Princen en mr. J.P.D. van de Klift, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n
1 Het verloop van het geding
Partijen worden hierna verzoekers, RTC, RTC Franchise en belanghebbenden genoemd.
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 11 september 2015, 18 september 2015 en 2 december 2015.
Bij de beschikking van 11 september 2015 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RTC en RTC Franchise over de periode vanaf 1 januari 2009 en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 50.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij de beschikking van 18 september 2015 heeft de Ondernemingskamer mr. P.D. Olden (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker. Bij de beschikking van 2 december 2015 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 60.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen.
Op 10 maart 2016 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht om een tweede verhoging van het onderzoeksbudget met een bedrag van € 10.000 (ex BTW). De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over deze verhoging uit te laten. Van die gelegenheid hebben partijen geen gebruik gemaakt.
2 De gronden van de beslissing
Het verzoek van de onderzoeker maakt deel uit van een voortgangsrapportage, waarin hij verslag doet aan de Ondernemingskamer van de reeds door hem uitgevoerde werkzaamheden en een planning geeft van de nog uit te voeren werkzaamheden. Daarnaast maakt hij daarin melding van de uren die zijn besteed aan het onderzoek en het opstellen van het conceptonderzoeksverslag en van de gespecificeerde facturen die hij heeft verzonden. De onderzoeker geeft bovendien te kennen dat de verzochte (tweede) verhoging van het onderzoeksbudget gerechtvaardigd is gezien de omvang van het commentaar dat door partijen en andere betrokkenen is geleverd op het conceptonderzoeksverslag en het verwachte tijdsbeslag dat gemoeid zal zijn met het beoordelen en verwerken daarvan.
De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de kosten die hij nog verwacht te zullen moeten maken en de redenen voor verhoging van het budget voldoende toegelicht. Het verzoek komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal het verzoek van de onderzoeker dan ook toewijzen.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 11 september 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V., beide gevestigd te Rotterdam, ten hoogste mag kosten tot € 70.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V. en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dienen te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en H. de Munnik en mr. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 maart 2016.