Ondernemingsrecht
OK; Enquête; vaststelling van de vergoeding van de onderzoeker op de voet van art. 2:350 lid 3 BW.
Gerechtshof Amsterdam, 3 februari 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:317 · Gerechtshof Amsterdam · 3 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2016-317
Zaakgegevens
Op 3 februari 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 februari 2016
- Datum publicatie
- 3 februari 2016
- Zaaknummer
- 200.149.154/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. M.P.M Fruytier</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. C.J van Dijk</emphasis>, <emphasis role="bold">mr. C.J van Dijk</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2016:317
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; Enquête; vaststelling van de vergoeding van de onderzoeker op de voet van art. 2:350 lid 3 BW.
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.149.154/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 3 februari 2016
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] ,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.P.M. Fruytier, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BEST GREEN B.V.,
gevestigd te Bleiswijk,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] ,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede.
1 Het verloop van het geding
In het vervolg zal verzoekster (ook) worden aangeduid met [A] , verweerster met Best Green en belanghebbende met [B] .
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 4 en 5 augustus 2014 en 8 oktober 2015 in deze zaak.
Bij de beschikkingen van 4 en 5 augustus 2014 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Best Green, mr. W.G. van Hassel (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 25.000 (exclusief btw) mag kosten, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding - [A] en [B] geschorst als bestuurders van Best Green, ir. A. van de Walle benoemd tot bestuurder van Best Green, en bepaald dat alle aandelen in Best Green ten titel van beheer aan de benoemde bestuurder zijn overgedragen.
Bij brief (met bijlage) van 5 oktober 2015 heeft de onderzoeker een overzicht van de door hem aan het onderzoek bestede uren gegeven, en bericht dat de totale kosten van het onderzoek € 20.332 (exclusief btw) bedragen.
Bij de beschikking van 8 oktober 2015 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. Voorts heeft de Ondernemingskamer partijen bij die beschikking in de gelegenheid gesteld zich over de vast te stellen vergoeding van de onderzoeker uit te laten. Van partijen is daarop niet vernomen.
2 De gronden van de beslissing
Nu van partijen geen bezwaar is ontvangen en de Ondernemingskamer het door de onderzoeker opgegeven bedrag van € 20.332 (exclusief btw) niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer de vergoeding van onderzoeker op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW vaststellen op voormeld bedrag.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 20.332 (exclusief BTW);
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en H. de Munnik en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van
mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer op 3 februari 2016.