Ondernemingsrecht
OK; Enquête; verhoging onderzoeksbudget; artikel 2:350 lid 3 BW.
Gerechtshof Amsterdam, 13 juni 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:2310 · Gerechtshof Amsterdam · 13 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-ghams-2017-2310
Zaakgegevens
Op 13 juni 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 juni 2017
- Datum publicatie
- 20 juni 2017
- Zaaknummer
- 200.145.443/01 OK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- <emphasis role="bold">mr. D. Engelen</emphasis>
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2017:2310
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OK; Enquête; verhoging onderzoeksbudget; artikel 2:350 lid 3 BW.
Uitspraak
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.145.443/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 13 juni 2017
inzake
[A] ,
wonende te [...] ,
VERZOEKER,
advocaat: mr. D. Engelen, kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CLIFDEN B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RAND HOLDING B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DR. VAN SON’S TUINDORP APOTHEEK B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
VERWEERSTERS,
advocaten: (aanvankelijk mrs. M.J. Siegers en A.J.G. Vegt, vervolgens mrs. H.J. Breeman en A.J.G. Vegt, thans:) niet verschenen,
e n t e g e n
[B] ,
wonende te [...] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: (aanvankelijk mrs. M.J. Siegers en A.J.G. Vegt, vervolgens mrs. H.J. Breeman en A.J.G. Vegt, thans:) niet verschenen.
1 Het verloop van het geding
De partijen zullen in het vervolg wederom (ook) als volgt worden aangeduid:
- Verzoeker met: [A]
- Verweersters gezamenlijk met: Clifden c.s.
- Belanghebbende met: Hof
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 16 en 22 juni 2015.
Bij de beschikkingen van 16 en 22 juni 2015 heeft de Ondernemingskamer - voor zover hier van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Clifden c.s., bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 25.000 (exclusief btw) mag kosten, mr. C.F. Mijs benoemd tot onderzoeker, en bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding mr. H.C. den Hollander benoemd tot commissaris van Clifden c.s.
Bij brief van 22 mei 2017 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen tot een bedrag van € 37.500 (exclusief btw), onder bijvoeging van een urenspecificatie van de tot op heden verrichte werkzaamheden. Die specificatie sluit op een bedrag van € 27.331,50 (exclusief btw). Bij brief van 23 mei 2017 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich over dat verzoek uit te laten.
Bij brief van 30 mei 2017 heeft mr. Engelen namens [A] zich ten aanzien van het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer en - voor zover hier van belang - verzocht daarbij te bepalen dat voor zover [A] betaling van de onderzoekskosten voorschiet, Clifden c.s. zekerheid dienen te stellen ten behoeve van [A] voor de terugbetaling van het door [A] voorgeschoten bedrag. Van de overige partijen is in dit verband niet vernomen.
2 De gronden van de beslissing
Ter toelichting van zijn verzoek heeft de onderzoeker een specificatie van de door hem verrichte werkzaamheden bijgevoegd en een toelichting gegeven op de nog te verrichten werkzaamheden en de daarmee gemoeide tijd. Nu de onderzoeker zijn verzoek aldus toereikend heeft toegelicht en het verzochte bedrag de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal het verzoek van de onderzoeker worden ingewilligd op de hierna volgende wijze. Er is geen wettelijke grondslag voor de door [A] verzochte zekerheidstelling.
3 De beslissing
De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 16 juni 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Clifden c.s., ten hoogste mag kosten tot € 37.500 (exclusief btw);
bepaalt dat de kosten van het onderzoek hoofdelijk ten laste komen van Clifden c.s. en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dient te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;
wijst hetgeen meer of anders is verzocht, af;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en mr. drs. B.M. Prins RA en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 13 juni 2017.